Osteosynthese met Kirschner draden
Een gebroken pols kan meestal goed worden behandeld met gips, maar geregeld is toch een operatie nodig. In dit geval wordt gekozen voor een zo gering mogelijke ingreep waarbij via een kleine snee van ongeveer 0,5cm twee metalen pennen ingebracht worden met een boormachine. Nabehandeling met gips is nog wel nodig maar door de pennen is een goede positie gegarandeerd.
De pols / onderarm is lelijk gebroken en alleen een gips zal onvoldoende resultaat geven. Daarom wordt besloten tot osteosynthese (het operatief aan elkaar vast zetten van gebroken botdelen). Met een boor worden de metalen draden ingebracht (3-5) waarbij gebruik wordt gemaakt van een röntgenapparaat (6-8).
Het eindresultaat laat een goede stand zien. Na ongeveer vier tot zes weken kunnen de draden weer verwijderd worden. Dit kan makkelijk poliklinisch en hier is geen verdoving voor nodig omdat tegen die tijd de draden al vrij los zullen zitten.
In dit geval wordt gekozen voor een plaatosteosynthese. De breuk is zodanig dat alleen met gips een onvoldoende goed resultaat kan worden verkregen, omdat het afgebroken deel neigt tot afglijden. Met een eenvoudig plaatje wordt dit voorkomen.
Op de foto is te zien dat de pols is verkort / ingezakt (1) en op de zijdelingse opname (2) is goed te zien dat dat met name het onderste deel van de breuk hiervoor verantwoordelijk is. Aan de onderzijde van de pols wordt dan ook een snee gemaakt en wordt door de spieren heen het bot benaderd, de delen weer op hun plaats gebracht en een plaatje aangebracht en met schroeven bevestigd (3-7).
Hierna wordt de spierlaag en de huid weer (onderhuids) gesloten. Speciale hechtpleisters worden aangebracht (8-10). De controle foto's laten duidelijk zien dat de pols weer goed op lengte is gebracht.