Jejunostomie
(voedingssonde via dundarm)

english version


Als verwacht wordt dat na een operatie  het herstel van de maagfunctie wat langer op zich laat wachten, kan ter overbrugging van die periode een voedingssonde in de dunne darm worden achtergelaten. Door de sonde kan speciaal bereidde voeding in vloeibare vorm worden toegediend om op die manier een betere voedingstoestand en daarmee een sneller herstel te bewerkstelligen.
Voedingsstoffen kunnen ook via de bloedbaan worden toegediend, maar als ze via de natuurlijke weg, namelijk de darm worden toegediend, is het effect beter.

In het onderstaande is de techniek beschreven van het inbrengen van een dergelijke voedingssonde.


1 2 3 4 5 6 7

Via een holle naald wordt de sonde in de buikholte gebracht tijdens de operatie. Hierna wordt de holle naald teruggetrokken (1,2). Dan wordt met een andere holle naald  de darm aangeprikt waarna een stomp binnendeel in de holle naald wordt gebracht. Hiermee wordt dan in de darmwand het geheel verder opgevoerd (3-7).

 8 9 10 11 12 13

Vervolgens wordt de naald door de darmwand heen geprikt tot in de holte van de darm. Dan wordt het stompe deel van de naald verwijderd en wordt via de holle naald de sonde opgevoerd tot ruim in de darm. Hierna wordt de naald uit de darm getrokken. De naald wordt hierna gespleten en verwijderd (8-10). Om te voorkomen dat de sonde weer uit de darm valt (de darm beweegt immers vrijwel continue), wordt er een hechting geplaatst rond de insteekopening en wordt er een soort tunneltje gemaakt door over een geringe afstand de darmwand over de sonde te hechten (11-13).

14 15 16

De op deze wijze behandelde dundarmlis wordt tegen de voorste buikwand gehecht. Ook dit is mede bedoeld om een betere fixatie te geven (14-16).

17 18 19 20

Hierna wordt de sonde voorzien van diverse opzetstukjes om een aansluiting aan een infuussysteem mogelijk te maken. Op de doortreeplaats op de huid wordt nog met hechtingen een extra fixatie gemaakt (17-20).

 

terug / entree