Huidtransplantatie
In het onderstaande voorbeeld is sprake van een huiddefect op het onderbeen dat is ontstaan door stoten (1 en 2). Vanwege het grote oppervlak zal spontaan dichtgroeien niet goed lukken en daarom wordt besloten tot het verrichten van een huidtransplantatie.
Met een speciaal door perslucht aangedreven instrument, een dermatoom (3), wordt van het bovenbeen, de donorplaats (4), een heel dun lapje huid afgenomen (5,6). Hierna blijft een schaafwond over die spontaan kan genezen.
Het huidlapje wordt op een speciaal stuk hard plastic gelegd met hierin een reliëf (7). Dit wordt vervolgens door een soort molen gedraaid, een mesh-apparaat, waardoor het huidlapje een honingraatstructuur krijgt (8,9,10). Hierdoor wordt het oppervlak sterk vergroot zodat een veel groter gebied met het huidlapje bedekt kan worden. Tevens kan wondvocht makkelijk afvloeien.
Nadat de plaats waar het huidlapje geplaatst gaat worden, de acceptorplaats, is schoongemaakt en ontdaan van dood weefsel (11) wordt het huidlapje geplaatst en op maat geknipt (12.13.14).
Om te voorkomen dat het huidlapje verschuift wordt een speciale beschermlaag aangebracht en dit wordt samen met het huidlapje vastgezet met kleine nietjes in de gezonde huid(15,16,17).
Hierna wordt een jodiumgaas op de wond gelegd. Op het bovenbeen, waar het huidlapje vandaan is gehaald , wordt een bloedstelpend gaas geplaatst en een drukkend verband wordt hierna op het boven- en onderbeen aangelegd(18,19,20,21,22).
Frequente wondcontrole en verbandwisseling is mogelijk door het beschermende 'plastic' laagje over het huidlapje. Na 10 dagen kunnen de nietjes en het 'plastic' laagje verwijderd worden en zal de huidlap zijn ingegroeid.