Carpaal tunnel syndroom (CTS)
zie ook folder
De operatie voor carpaal tunnel syndroom kan onder algehele of regionale anesthesie plaats vinden, maar ook onder plaatselijke verdoving zoals in onderstaand voorbeeld. De ingreep vindt meestal in dagbehandling plaats. De klachten van tintelen die vooral in de nacht optreden zijn meestal snel verdwenen. De wond is gevoelig gedurende een aantal weken en ook de kracht van de duim kan tijdelijk iets minder zijn.
Na de plaatselijke verdoving wordt een lengte snee in de handpalm gemaakt. Hierna wordt door het onderhuidse vetweefsel de verdikte band bereikt.
Deze band wordt vervolgens met het mes gedeeltelijk gekliefd, waarna het verder openen met een schaar plaats vindt totdat de eronderliggende zenuw vrij ligt. Aan de rode verkleuring van de zenuw is duidelijk te zien dat deze lang bekneld heeft gezeten. Normaal gesproken is de zenuw veel witter van aspect.
Alleen de huid wordt vervolgens gesloten. Een drukverband wordt aangelegd. Dit mag de volgende dag weer verwijderd worden en de vingers/hand mogen gebruikt worden naar vermogen. Na ongeveer tien dagen mogen de hechtingen worden verwijderd.