De correctie osteotomie van het onderbeen.
De correctie osteotomie van het onderbeen wordt gedaan bij patienten die knieklachten hebben door slijtage van de binnenzijde van de knie en nog te jong zijn of niets voelen voor een kunstknie . Een vereiste voor de ingreep is dat er door de slijtage een O-been is ontstaan(1).
Bij de ingreep wordt van dit O-been een X-been gemaakt. Hierdoor wordt bij het staan en lopen de binnenzijde van de knie minder belast. De pijnklachten aan de binnenzijde van de knie nemen hierdoor af, en de patient kan weer beter bewegen.
In het Waterlandziekenhuis wordt een zogenaamde "open wig techniek" toegepast. Om de standscorrectie te bereiken wordt geen botwig aan de buitenzijde uitgenomen, maar wordt een botwig van kunstbot aan de binnenzijde ingebracht(2).
Het voordeel van deze techniek is dat er een veel nauwkeuriger correctie kan worden aangebracht en dat het kuitbeen niet hoeft te worden doorgesneden.
Een snede van 10 cm wordt aan de voor-binnenzijde van de knie gemaakt(3) en het bot wordt vrijgelegd. Een dunne draad wordt in het bot geboord om de juiste richting van de zaagsnede in het scheenbeen te kunnen bepalen. Dit wordt gecontroleerd met een doorlichtingsapparaat(4,5). Daarna wordt met een speciale zaag de zaagsnede in het scheenbeen gemaakt(6,7).
Met behulp van metalen wiggetjes wordt de zaagsnede langzaam geopend totdat de juiste correctie is bereikt(8,9). Daarna wordt het wigje van kunstbot geplaatst met de juiste dikte(10). In verloop van twee jaar zal dit kunstbot door het lichaam vervangen worden door eigen bot.
Ter versteviging wordt over het bot een metalen plaat aangebracht, die vastgezet wordt met schroeven(11-14).
Met het doorlichtingapparaat wordt dan nogmaals gekeken of er een goede correctie is ontstaan en of de metalen plaat en de schroeven juist gepositioneerd zijn(15,16).
De wond wordt, als de orthopaed tevreden is, in verschillende lagen dichtgemaakt. Voor de huid worden nietjes gebruikt(17,18). Als laatste wordt een licht drukkend verband aangelegd(19).
De eerste dag na de operatie wordt het drukverband verwijderd en gaat patient uit bed en oefenen met de fysiotherapeut. Gedurende 6 weken moet de patient met twee elleboogkrukken lopen waarbij hij deels mag belasten. Na 6 weken wordt er een controlefoto gemaakt en is er in het algemeen voldoende botaangroei om volledig belast te kunnen gaan lopen. De totale revalidatie duurt 3 to 6 maanden.