Bestraling (radiotherapie) en medicijnen

Bestraling

Indien u na uw operatie moet worden bestraald, wordt u naar een radiotherapeut (bestralingarts) verwezen. Deze bestraling vindt bijvoorbeeld in het VU Medisch Centrum te Amsterdam plaats.

Na een borstsparende operatie wordt vrijwel altijd bestraling geadviseerd, aangezien dit de kans op het opnieuw ontstaan van een kwaadaardig gezwel sterk verkleint. Indien u een borstamputatie heeft ondergaan, hangt het van een aantal factoren af (met name de uitslag van het weefselonderzoek en uitzaaiingen in lymfeklieren) of bestraling van de borstwand en de lymfekliergebieden wordt geadviseerd.

Voorafgaande aan de bestraling vindt een kennismaking- en informatiegesprek plaats met de radiotherapeut. Vervolgens stelt de radiotherapeut, aan de hand van eerdere gegevens (röntgenfoto's, operatie en de uitslagen van het weefselonderzoek) en van een lichamelijk onderzoek, samen met u een behandelplan op. Bij het lichamelijk onderzoek wordt vooral gekeken naar de operatie- en lymfekliergebieden, en de andere borst wordt gecontroleerd.

De radiotherapeut bespreekt met u waarom bestraling wordt geadviseerd, hoe het behandelschema eruit ziet en wat de bijwerkingen kunnen zijn. Verder wordt uitleg gegeven over de technische voorbereiding en de uitvoering van de bestraling.

Voorafgaand aan de bestralingen wordt een planningsscan gemaakt waarop de bestralingsvelden bepaald worden. De houding van de scan wordt met inkt op de huid aangetekend...

Bij een borstsparende behandeling bestaat de behandeling bij patiënten onder de 50 jaar veelal uit een serie van 25 bestralingen (ong. 5 weken) en bij patiënten boven de 50 jaar 15 bestralingen (3 weken). Als na een borstamputatie bestralingen volgen van de borstwand en eventueel de kliergebieden betekent dit meestal 15 bestralingen ongeacht de leeftijd. Tijdens de bestralingsbehandeling heeft u meestal een keer per week een afspraak met uw radiotherapeut, deze afspraak wordt gecombineerd met de bestraling van die dag. Deze beoordeelt hoe de behandeling verloopt en informeert of u last heeft van bijwerkingen. Tevens krijgt u, als dat nodig is, aanvullende informatie en antwoorden op uw vragen.

De meest voorkomende bijwerkingen van bestraling zijn: vermoeidheid, rood verkleuren van de huid in het gebied dat wordt bestraald, af en toe stekende pijn in de borst, zwaarte van de borst (doordat deze wat meer vocht vasthoudt) en tegen het einde van de bestralingsserie schilferen en/of vervellen van de huid. De bijwerkingen kunnen vanaf de tweede bestralingsweek optreden en zullen geleidelijk toenemen, de klachten kunnen in de eerste week na de laatste bestraling het hevigst zijn.

Na die periode zal de huid vrij snel genezen. Klachten als vermoeidheid, zwaarte en gevoeligheid van de borst en roodbruine kleur van de huid hebben meer tijd nodig om te verdwijnen. Tijdens de bestraling krijgt u advies over de verzorging van uw huid.

Hoe snel er bijwerkingen optreden en hoe snel die weer verminderen verschilt per persoon. In een aantal gevallen zullen blijvende veranderingen aan de borst voorkomen, zoals enige verkleuring van de huid en het wat vaster aanvoelen van de borst.

Indien u naast bestraling tevens chemotherapie krijgt, bespreken de internist-oncoloog en/of de radiotherapeut met u in welke volgorde de behandelingen worden gegeven. Hormoonbehandeling kan zonder bezwaar tijdens de radiotherapie worden gegeven.

Aanvullende informatie kunt u lezen in de KWF-folder 'Radiotherapie'. Ook krijgt u in het VUmc het boekje radiotherapie uitgereikt als u voor deze  behandeling in aanmerking komt.

Behandeling met medicijnen

Deze behandeling, ook wel systemische therapie genoemd, wordt gegeven om de kans op uitzaaiingen van kanker te verkleinen. Het is mogelijk dat kanker terugkeert als er op het moment van de operatie in het lichaam nog kankercellen aanwezig waren. Deze aanvullende behandeling met 'hormonaal actieve' medicijnen (hormonale therapie) of celdodende medicijnen (chemotherapie) of ‘celinactiverende’ medicijnen (immunotherapie) wordt gecoördineerd en begeleid door een internist-oncoloog en de np oncologie. Het is niet mogelijk om met deze aanvullende behandeling alleen borstkanker te genezen. Het grootste deel van uw (kans op) genezing wordt met de operatie behaald.

Hormonale therapie

Op dit moment is Tamoxifen (Nolvadex), dat als tablet wordt ingenomen, het meest gebruikte medicijn. Meestal moet men eenmaal per dag een tablet innemen gedurende 5 jaar. Bij vrouwen na de overgang worden ook andere hormoontabletten gegeven (aromataseremmers): Arimidex, Aromasin, Femara. Deze therapie wordt vaak gegeven aan vrouwen  die een hormoongevoelige tumor hebben. De internist-oncoloog of de np oncologie zal u hierover uitgebreide informatie verstrekken. Ook is het mogelijk om een afspraak op het spreekuur van de N.P.-oncologie aan te vragen.

De bijwerkingen van Tamoxifen zijn beperkt. De meest voorkomende bijwerking - het krijgen van 'opvliegers' - is tijdelijk. Andere mogelijke bijwerkingen kunnen zijn: verminderde eetlust, misselijkheid, braken, diarree, vaginale afscheiding of vaginaal bloedverlies, vermoeidheid, onrustgevoelens, enige gewichtstoename en het vasthouden van vocht. Bij aromataseremmers kunnen gewrichtspijnen aanwezig zijn. Ook is een combinatie van bijwerkingen mogelijk. Het is altijd mogelijk dat in uw geval voor een ander hormonaal medicijn wordt gekozen.

Chemotherapie

In sommige situaties wordt de chemotherapie voorafgaand aan de operatie gegeven. 
De aanvullende chemotherapie bij borstkanker bestaat uit 4 tot 6 kuren. Met een kuur wordt bedoeld: toediening van celdodende middelen (via een infuus en/of tabletten), gevolgd door een periode van rust (herstelfase). 
De chemotherapie wordt meestal op de afdeling dagbehandeling toegediend en wordt om de 3 á 4 weken herhaald. Voordat u aan uw eerste kuur begint, geeft uw eigen internist-oncoloog of de np oncologie u informatie over het toedienen van de chemotherapie en de mogelijke bijwerkingen. Hoewel chemotherapie nog steeds bijwerkingen heeft, zijn deze de afgelopen jaren steeds minder geworden.

Aanvullende informatie kunt u lezen in de KWF-folders 'Chemotherapie' en ‘Hormonale therapie bij kanker’. U krijgt het boekje ‘Behandelwijzer Chemotherapie’ uitgereikt als u voor deze behandeling in aanmerking komt.