Veneuze bypass operatie

Inleiding

Veneuze bypass

zie ook folder vaataandoeningen

1

Bij deze patient is weefselversterf (necrose) opgetreden als gevolg van een afsluiting in de slagader van het re been, met name bij de knie. Om te voorkomen dat een nog groter deel van het been verloren zal gaan wordt besloten om een omleidingsoperatie te verrichten (de zgn bypass) waarbij gebruik gemaakt wordt van de ader aan de binnenzijde van het rechter been. Deze wordt in zijn geheel verwijderd en geschikt gemaakt voor de omleiding.

 2 3 4 

5 6

Contrastfoto van het bekken met nog redelijke vaten(2), tpv de liezen(3) idem. Hier zal de omleiding (=bypass) worden aangesloten. Op het bovenbeen(4) beginnen de haperingen en op het niveau van de kniëen(5) zijn geen normale vaten meer aanwezig en wordt het bloed via diverse zijkanaaltjes (=collateralen) naar het onderbeen vervoerd. De hoeveelheid bloed die zo het onderbeen bereikt is niet afdoende, vooral niet bij inspanning, wanneer er meer behoefte aan bloed (lees: zuurstof) is.  Op het onderbeen(6) komt vertraagd slechts één normaal bloedvat in beeld. Hierop zal de omleiding worden aangesloten.

7 8 9 10 11

De binnenzijde van het been, waar de ader voor de omleiding is verwijderd(7).  Een overzicht van de zijkant van het re been met de diverse wonden(8).  De wond op het onderbeen na aansluiting van de ader(9).  Dezelfde wond op het moment dat de aansluiting van de omleiding wordt gemaakt. De diameter van de omleiding is veel groter dan die van het originele bloedvat op het onderbeen(10,11).

12 13 14 15

De wond in de lies waar met een tang een tunnel wordt gemaakt vanaf de zijkant(12). Door deze tunnel wordt de omleiding  gelegd.  Het doorhalen van de omleidingsader(13).  Het aansluiten van de ader in de lies op de slagader(14,15).      

 16 17 18 19

De zijkant van het been met details van de omleidingsader die in etappes van het onderbeen naar het bovenbeen is gebracht(16-18). De situatie na afloop(19). Op het bovenbeen steekt een slangetje uit het been dat bedoeld is om wondvocht op te vangen gedurende de eerste 48 uur. In een later stadium zal bij deze patient nog een tweede ingreep dienen te geschieden ter verwijdering van het afgestorven weefsel.