
Elke
waarneembare verandering aan uw borsten moet door uw huisarts nader worden
onderzocht.
Behalve
een knobbeltje in de borst kunnen er nog andere afwijkingen zijn:
Een verdikt strengetje naast de tepel.
Deukjes of kuiltjes in de huid.
Een tepel die sinds kort naar binnen trekt.
Een verandering van de tepel waarbij verschijnselen optreden als roodheid,
schilfertjes en een soort eczeem.
Vocht uit de tepel (waterig, melkachtig, soms ook wat bloederig); overigens duidt afscheiding uit de tepel - zelfs van bloederig vocht - zelden op borstkanker.
Pijn in de borst op een plek waar ook het klierweefsel anders aanvoelt. Pijn
is op zichzelf geen teken dat er een afwijking in de borst is. Hebt u
voortdurend aanhoudende pijn in een van uw borsten, bespreek dan met uw arts
in hoeverre regelmatig onderzoek op borstafwijkingen wenselijk is.
Als
u bij de huisarts komt omdat u een verandering aan uw borst(en) heeft gevoeld of
gezien en u zich ongerust maakt, zal deze eerst het een en ander van u willen
horen. Schrijf daarom op wat uw ongerustheid heeft gewekt, hoe lang de
verandering al aanwezig is en of uw menstruatiecyclus van invloed is op de
verandering. Ook zal uw huisarts, als dit nog niet bij hem of haar bekend is,
willen weten of u borstvoeding heeft gegeven, of er in uw familie borstklachten
voorkomen en of u bepaalde medicijnen, zoals de pil of hormonen tegen
overgangsklachten, gebruikt.
Het
onderzoek bij de huisarts bestaat uit inspectie en palpatie. Dit betekent dat de
arts na beantwoording van de vragen uw borsten zorgvuldig onderzoekt. De
huisarts zal eerst kijken naar de contouren van de borsten om te kunnen zien of
er opvallende verschillen tussen de linker- en de rechterborst te zien zijn.
Hierna zal de huisarts voelen of er afwijkingen te voelen zijn in het
borstweefsel. Ook zal hij de oksels en de hals bevoelen om na te gaan of er
opgezette lymfeklieren zijn.
Na dit onderzoek zal hij/zij de voorlopige conclusies met u bespreken. Het
kan zijn dat de huisarts u voorstelt om een volgende menstruatie af te wachten
om te bekijken of de afwijking intussen verdwijnt.
Wanneer
de huisarts tot de conclusie komt dat de verandering aan uw borst 'niets
bijzonders' is, dan blijft natuurlijk de vraag over wat er wel aan de hand is.
Misschien kan uw arts hierover meer vertellen. Bespreek ook of controle nodig is
en zo ja, wanneer. Als uw huisarts niet precies kan zeggen wat voor aandoening u
in de borst heeft, dan zal hij u voor verder onderzoek naar het ziekenhuis
verwijzen.
Omdat borstkanker vaker voorkomt bij oudere vrouwen, heeft de Nederlandse
overheid een gratis bevolkingsonderzoek ingesteld voor vrouwen van 50 tot 75
jaar. Elke twee jaar worden vrouwen door de lokale en/of regionale GG & GD
opgeroepen voor een mammografie (röntgenfoto's van de borsten).
Overigens blijkt bij een groot deel van de vrouwen, die op basis van een
mogelijke afwijking bij het bevolkingsonderzoek worden doorverwezen naar de
chirurg, dat de zogenaamde afwijking onschuldig is en dus niet leidt tot een
verdere behandeling!
Als de huisarts op basis van zijn/haar onderzoek of van de gegevens van het
aanvullend onderzoek een verdachte afwijking niet kan uitsluiten, dan zal de
huisarts u doorverwijzen voor een mammografie (röntgenfoto van de borst)
ofwel naar de chirurg verwijzen. Soms is het nodig / gewenst om ook een
echografie te maken voor een optimale beoordeling.
‘Mamma’
is het Latijnse woord voor borst. Op de mammapoli maakt u kennis met de afdeling
radiologie, de chirurg, de internist-oncoloog en de verpleegkundige. De
mammapoli van het Waterlandziekenhuis is ingericht om vrouwen met
borstafwijkingen tegemoet te komen. Met de mammapoli beogen wij de onzekere tijd
te verkorten. Omdat u veel afspraken heeft bij huisarts, specialist, de
verschillende onderzoeksafdelingen en verpleegkundige, zou er normaal gesproken
veel tijd overheen gaan om alle afspraken na elkaar te plannen. Nu zijn de
benodigde plaatsen voor u op drie verschillende dagen gereserveerd, zodat u snel
door de verschillende disciplines gezien kunt worden.
Eerst
worden er röntgenfoto's gemaakt (mammografie) als dat nog niet is gebeurd.
Mocht
het nodig zijn dan zal echografisch onderzoek (echografie) en/of microscopisch
onderzoek door middel van een punctie plaatsvinden. Indien deze punctie met een
dunne naald kan geschieden, is de uitslag na een dag bekend. Indien de punctie
met een dikke naald plaats vindt, dan is de uitslag hiervan pas een week later
bekend.
Deze verpleegkundige heeft zich door
middel van een specifieke opleiding gespecialiseerd in de zorg voor en
begeleiding van vrouwen die te maken hebben met borstafwijkingen. Zij zal
het besprokene met uw specialist nog eens herhalen. Terwijl de chirurg het
behandelvoorstel uitvoerig met u besproken heeft, gaat de verpleegkundige dieper
in op de gevolgen die de behandeling(en) voor uw dagelijks functioneren hebben,
op uw gezinssituatie, kinderen, werk, emoties, etc.. De verpleegkundige zal u gedurende uw gehele behandelperiode
begeleiden.
U gaat naar de internist-oncoloog omdat door de verbeterde behandelinzichten steeds meer patiënten
naast de operatie een aanvullende behandeling met medicijnen krijgen. Om die
reden is de behandeling van patiënten met borstkanker een gezamenlijke
behandeling van chirurg en internist-oncoloog.
Het
kan voorkomen dat u niet via de mammapoli gezien wordt. Hier kunnen meerdere
redenen voor zijn. Ten eerste kan het zijn dat alle plaatsen op de mammapoli
reeds bezet zijn. Het kan ook voorkomen dat uw huisarts het niet waarschijnlijk
acht dat u borstkanker heeft en u daarom op een gewone poliplaats een afspraak
voor u boekt. U krijgt dan uiteraard voor zo ver nodig toch dezelfde begeleiding
als op de mammapoli. Terwijl de uitslag op de mammapoli vaak binnen drie dagen
rond is, gaan er op de gewone poli vaak iets meer dagen overheen voor deze
bekend is.
Mammografie
staat voor röntgenonderzoek van de borsten (de mamma). Op borstfoto's zijn hele
kleine veranderingen al te zien, soms zelfs als ze nog niet eens voelbaar zijn.
Met behulp van dit onderzoek kan de chirurg een beter inzicht krijgen in de aard
van de aandoening.
In
sommige gevallen moet de borst ook echografisch worden onderzocht. Bij een
echografie wordt een afbeelding van de borsten gemaakt met behulp van
geluidsgolven. Dit onderzoek is niet pijnlijk. Voor dit onderzoek brengt de
radiodiagnost een speciale gel op de borst aan en strijkt met een trillend
apparaatje, dat (onhoorbare) geluidsgolven uitzendt, over de borst.
Is er sprake van een voelbaar knobbeltje dan wordt een
punctie
verricht. Met een dun, hol naaldje bevestigd aan een spuit dat aan een handgreep
zit (het zogenaamde 'pistool') zal uit het knobbeltje vocht en/of weefselcellen
worden opgezogen. Een cyste kan met een punctie geheel worden leeggezogen. De
borstafwijking is dan meteen behandeld. Het kan echter gebeuren dat een cyste
later weer volloopt. Dan kan opnieuw een punctie nodig zijn. Voor dit onderzoek
is geen verdoving nodig, slechts de prik zelf is pijnlijk.
Bij een biopsie maakt de chirurg een sneetje in de borst en neemt daarbij
een afwijkend stukje weefsel weg. Dit stukje weefsel wordt onder de microscoop
onderzocht. Per situatie is het verschillend of een biopsie onder plaatselijke
of algehele narcose plaatsvindt en of opname van een dag in het ziekenhuis nodig
is.
www.heelmeester.nl
Copyright © 2007 [www.heelmeester.nl]. All rights
reserved.
Revised: 20-01-07.