Deze folder geeft u een globaal overzicht over de gang van zaken bij het vaatonderzoek. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Binnenkort wordt bij u een vaatonderzoek gedaan. Daarmee kan informatie worden verkregen over de bloedstroom in uw vaten (slagaders of aders)
Een vaatonderzoek wordt gedaan bij mensen die tijdens het lopen pijn in hun benen krijgen, waarbij gedacht wordt aan een bloedvatvernauwing als oorzaak. Deze aandoening wordt in de volksmond ook wel 'etalagebenen' genoemd. Officieel heet het: claudicatio intermittens (zie de folder ‘Etalagebenen’).
Ook kan deze methode van onderzoek bij mensen met spataders worden gebruikt.
Bij een Doppleronderzoek wordt met behulp van geluidsgolven door een vaatlaborant(e) geluisterd naar de bloedstroom. Vervolgens wordt de bloeddruk gemeten in beide benen en armen. Een Duplex onderzoek is een combinatie van geluidsgolven (Doppler) en echografie. Daarmee kan de bloedstroom niet alleen hoorbaar, maar ook zichtbaar gemaakt worden.
Een ander vaatonderzoek is de looptest: afhankelijk van uw conditie wordt ook deze test bij u uitgevoerd. Tijdens deze test geeft u aan wanneer en waar u pijn krijgt bij het lopen op een lopende band.
Al deze onderzoeken vinden plaats in de vaatfunctiekamer en duren samen ongeveer 30 à 40 minuten.
Het is van belang om met een goed uitgerust lichaam te starten met het onderzoek. We vragen u dan ook om tien minuten voor aanvang aanwezig te zijn, zodat uw lichaam even tot rust kan komen. Omdat u voor het onderzoek uw schoenen, bovenbroek of rok uit moet doen, adviseren wij u gemakkelijk zittende kleding aan te trekken. De vaatlaborant(e) noteert uw lengte en gewicht en vraagt u dan om op de onderzoeksbank te gaan liggen.
Het beluisteren van de bloedvaten is niet pijnlijk. Dit gebeurt met een instrument, zo groot als een balpen en geleidende gel op uw huid. De geluidsgolven die het instrument uitzendt worden door het bloed dat door de slagaders stroomt, teruggekaatst. Vervolgens vangt het instrument de golven weer op en dit signaal wordt door het Dopplerapparaat hoor- en zichtbaar gemaakt. Het geluid dat u hoort is een versterking van dit signaal. Dit lawaai is normaal. Is er een vernauwing in de slagader aanwezig dan verandert het weerkaatste geluid. Op een monitor zijn deze golven te zien. Van ieder onderzocht bloedvat wordt een registratie gemaakt op een strook papier.
Om de bloedvaten in de knieholten te kunnen beluisteren moet u op uw buik liggen. Na het onderzoek in de knieholten wordt u gevraagd op uw rug te gaan liggen. De vaatlaborant(e) onderzoekt vervolgens op dezelfde manier uw liezen en enkels.
Het tweede deel van het onderzoek bestaat uit het meten van de bloeddruk. Hiervoor krijgt u drie bloeddrukbanden om elk been: om uw enkels, kuiten en bovenbenen en één om elke arm. Iedere band wordt afzonderlijk opgepompt en langzaam ontlucht. De drukmeting in de benen kán even pijnlijk zijn. U heeft het minste last als u ontspannen gaat liggen. De vaatlaborant(e) noteert telkens de resultaten van de bloeddrukmeting. Daarna verwijdert de vaatlaborant(e) de banden en kunt u van de onderzoeksbank afstappen. De verschillen in de gemeten bloeddrukken geven een indruk over de hiertussen liggende bloedvaten, waarmee vernauwingen en afsluitingen in de bloedvaten kunnen worden vastgesteld.
Het Duplexonderzoek
Een Duplexonderzoek is een combinatie van geluidsgolven (Doppler) en echografie. De gang van zaken bij het Duplexonderzoek komt overeen met die van het Doppleronderzoek. Door dit te combineren met een echografie kan zeer nauwkeurig de plaats en ernst van vernauwingen in bloedvaten worden beoordeeld. Dit onderzoek wordt ook veel toegepast bij vernauwde halsslagaders (zie de folder ‘Vernauwde Halsslagader’).
Om te bepalen hoe snel klachten bij het lopen optreden wordt soms een looptest gedaan. U loopt dan maximaal 300 meter op een lopende band. Dit gebeurt in een wandeltempo (2,5 à 3 km/uur). Het is belangrijk dat u tijdens het lopen direct aangeeft waar en wanneer u pijn voelt en of die pijn verandert. Hierna meet de vaatlaborant(e) nogmaals de bloeddruk aan beide enkels en armen en noteert de waarden.
Na het onderzoek kleedt u zich weer aan. Er wordt naar gestreefd uw afspraak bij de vaatchirurg zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. Uw arts bespreekt de uitslag van het onderzoek met u.
Uiteraard proberen we u op het afgesproken tijdstip te helpen. Soms kan het gebeuren dat u toch moet wachten door bijvoorbeeld een spoedgeval of onvoorziene omstandigheden. We vragen hiervoor uw begrip.
Als u nog vragen heeft over het vaatonderzoek stel ze dan gerust aan de vaatlaborant(e) of de arts van de polikliniek Chirurgie.
Mocht u onverwacht verhinderd zijn, geeft u ons dit dan zo snel mogelijk door. We kunnen met u dan een nieuwe afspraak maken en de vrijgekomen tijd voor een andere patiënt reserveren.
Het telefoonnummer van de functie afdeling is: (0299) 411 625.
Bent u van mening dat bepaalde informatie
ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag.
![]()
Röntgenonderzoek in de bloedvaten van bekken en benen
(angiografie)
Deze folder geeft u een globaal overzicht over de gang van zaken bij een angiografie. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Angiografie is een röntgenonderzoek van de bloedvaten. Bij dit onderzoek wordt een contrastmiddel direct in een slagader gespoten, waarna snel een aantal foto's worden genomen of een film wordt gemaakt. Hierdoor kan een afbeelding worden verkregen van de bloedvaten. Het onderzoek wordt onder andere toegepast om een vernauwing in de bloedvaten aan te tonen of uit te sluiten.
Omdat er bij dit onderzoek een slagader (meestal
in de lies) wordt aangeprikt wordt u in het ziekenhuis opgenomen. Normaal
gesproken kan dit met een dagopname. U gaat dan 's middags of 's avonds weer
naar huis. In enkele gevallen kan de arts beslissen dat u ter controle een nacht
moet blijven.
Waarschuwing
Bent u overgevoelig voor jodium, meldt dat aan uw arts en op de
Röntgenafdeling, zodat men daar rekening mee
kan houden. Zo kunnen er tijdig voor het onderzoek bepaalde medicijnen gegeven
worden. Wanneer een ernstige allergische reactie al eerder is voorgekomen
zal sterk overwogen moeten worden of de angiografie wel echt noodzakelijk is of
doorgang kan vinden.
Bent u mogelijk zwanger meldt dit dan aan uw arts en op de Röntgenafdeling! Röntgenstralen kunnen schadelijk zijn tijdens de zwangerschap!
Het onderzoek
Op de röntgenafdeling neemt de röntgenlaborant u mee naar de onderzoekskamer. Vervolgens gaat u op de onderzoekstafel liggen. Beide liezen worden van te voren geschoren en met jodium schoongemaakt. Vervolgens wordt u met steriele groene lakens toegedekt om infectie te voorkomen. De radioloog en röntgenlaborant hebben om die reden ook steriele jassen en handschoenen aan.
U krijgt in de lies een prik voor de verdoving. Wanneer de verdoving is ingewerkt, prikt de radioloog de liesslagader aan. Er wordt een dun slangetje in de slagader geschoven. Hier zult u weinig van merken, omdat bloedvaten aan de binnenzijde ongevoelig zijn. Als het slangetje op de goede plek ligt wordt de contrastvloeistof ingespoten waardoor de bloedvaten zichtbaar worden op de foto. De contrastvloeistof veroorzaakt een warm gevoel. Dit trekt vrij snel weer weg. Het is heel belangrijk dat u stil blijft liggen voor het maken van de röntgenfoto’s. Er worden meerdere fotoseries van u gemaakt.
Na het maken van de angiografie wordt het slangetje weer verwijderd. Omdat tijdens het onderzoek er een grote slagader is aangeprikt, wordt de prikplaats van de slagader ongeveer 10 minuten dichtgedrukt om nabloedingen te voorkomen. Ook krijgt u een drukverband in de lies. Daarna komt u weer in uw bed te liggen.
Het onderzoek duurt in totaal één á twee uur.
U wordt weer teruggebracht naar de afdeling, waar u ongeveer zes uur in bed moet blijven liggen. U krijgt instructies van de verpleegkundige over de gewenste bedrust.
U mag na het
onderzoek gelijk weer eten en drinken. Het is belangrijk, dat u na het onderzoek
veel drinkt, zodat u de contrastvloeistof snel kwijtraakt.
Complicaties
Geen enkel ‘invasief’ onderzoek is zonder risico's. Zo kunnen ook tijdens of na een angiografie complicaties optreden.
|
Zo kan er een allergische reactie op het contrastmiddel ontstaan wanneer u overgevoelig blijkt te zijn voor jodium. Wanneer u bekend bent met deze overgevoeligheid, moet u dit van te voren melden, zoals u reeds hiervoor hebt kunnen lezen. | |
|
Na het onderzoek kan een blauwe plek in de lies ontstaan. Dit is vervelend, maar trekt na verloop van tijd vanzelf weer weg. Ondanks het drukverband kan het gebeuren dat het gaatje in het bloedvat toch weer opengaat en er een bloeding in de lies optreedt. Hiervoor is behandeling noodzakelijk. Dit kan door langdurig afdrukken onder echocontrole of door inspuiten van een bloedstollend middel. Heel zelden is zelfs een operatie nodig, waarbij het gaatje dichtgehecht wordt. | |
|
Zeer zelden kan tijdens de angiografie een bloedpropje in een bloedvat van het been komen. Het is dan soms noodzakelijk u snel te opereren om het bloedpropje te verwijderen. | |
|
Wanneer afbeeldingen worden gemaakt van de halsslagaders en hersenvaten zijn er een aantal risico's die op andere plaatsen in het lichaam minder consequenties zullen hebben. Omdat door het inspuiten van het contrast het bloed tijdelijk verdund wordt, kan het namelijk voorkomen dat tijdelijke, of in het ergste geval blijvende, neurologische uitval ontstaat. |
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en de behandeling van het perifeer (slagaderlijk) arterieel vaatlijden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Er is bij u een afwijking in één van de slagaders vastgesteld. Deze afwijking is het gevolg van de afzetting van vet in de wand en verkalking van de wand van de slagader. Dit proces noemen we atherosclerose (slagaderverkalking).
Atherosclerose wordt eigenlijk ten onrechte aderverkalking genoemd, omdat het juist de slagaders beschadigt. Het is een verzamelnaam voor allerlei processen in de slagaderwand (arteriewand) waardoor deze wand tenslotte verkalkt en verhardt (=sclerose) .
Atherosclerose is een
verouderingsproces van de slagaders, dat al na het twintigste levensjaar op gang
komt.
De oorzaak van atherosclerose is niet
precies bekend. Wel is duidelijk dat de aanwezigheid van bepaalde risicofactoren
het proces van slagaderverkalking aanzienlijk kan versnellen. Sommige factoren
hebben een directe schadelijke invloed op de vaatwand, zoals roken en een hoog
cholesterolgehalte. Bij andere factoren, zoals erfelijke aanleg, is het nog niet
duidelijk waarom zij de kans op het ontstaan van slagaderverkalking vergroten.
Risicofactoren die een rol spelen in het proces van atherosclerose zijn:
|
Roken: |
Dit is de belangrijkste risicofactor. Door het roken komen veel schadelijke stoffen in het bloed terecht. Deze stoffen beschadigen de vaatwand. Roken is een risicofactor die u zelf in de hand heeft. Wilt u een verdere voortschrijding van de atherosclerose voorkomen, dan moet u – actief, maar ook passief – met roken stoppen.
|
Hoge bloeddruk: |
Als de druk in de bloedvaten te hoog oploopt kan dat beschadiging van de vaatwand geven. Hierdoor versnelt het proces van slagaderverkalking. Hoge bloeddruk is te behandelen met dieetmaatregelen en medicijnen
|
Diabetes mellitus: |
Suikerziekte versnelt het optreden van slagaderverkalking. Door het glucosegehalte van het bloed met dieetmaatregelen en medicijnen binnen redelijke grenzen te houden wordt dit verhoogde risico zoveel mogelijk beperkt.
|
Cholesterol: |
Een te hoog cholesterolgehalte van het bloed heeft ook een schadelijke invloed op de vaatwand. Soms is behandeling met geneesmiddelen nodig, maar een goed dieet is hierbij altijd de eerste stap. Een te hoog cholesterolgehalte in het bloed kan ook erfelijk zijn. Behalve een goed dieet zijn vaak medicijnen nodig om het cholesterolgehalte te verlagen.
|
Overgewicht en te weinig bewegen: |
Deze risicofactoren kunnen zowel direct als indirect van invloed zijn op het proces van slagaderverkalking. Overgewicht gaat vaak samen met diabetes, een te hoge bloeddruk en een te hoog cholesterolgehalte. Ook gaat overgewicht vaak gepaard met slechte voedingsgewoonten en te weinig bewegen. Afvallen en meer lichaamsbeweging zijn noodzakelijk om de verdere ontwikkeling van vaatziekten tegen te gaan.
|
Geslacht: |
Bij vrouwen bieden de geslachtshormonen een geringe bescherming tegen slagaderverkalking.
|
Hart -en vaatziekten in de familie: |
Komen deze op jonge leeftijd in de familie voor, dan is er een grotere kans op atherosclerose.
Atherosclerose kan in elke slagader van het lichaam voorkomen. De klachten en verschijnselen zijn afhankelijk van de plaats, ernst en duur van de atherosclerose.
Meestal leidt atherosclerose tot vernauwing of zelfs totale afsluiting van de slagader. Het kan echter ook een verzwakking van de wand van de slagader veroorzaken, die dan ten gevolge van de (hoge) bloeddruk te wijd wordt (aneurysmavorming, zie de folder). Deze twee verschillende afwijkingen kunnen ook samen voorkomen.
Een vernauwing of afsluiting van een slagader heeft tot gevolg dat er minder bloed kan stromen naar de weefsels die van dat bloedvat afhankelijk zijn en die daardoor te weinig bloed (en daarmee te weinig zuurstof) krijgen. Weefsel dat te weinig zuurstof krijgt kan door verzuring pijn geven of zelfs afsterven. Dit laatste noemt men een infarct.
Het gevolg van verzuring is, als het een slagader naar een been betreft, dat na een klein stukje lopen pijn optreedt in de kuit. Na wat rusten verdwijnt de pijn en kan er weer een stukje gelopen worden (claudicatio intermittens). Kijk voor meer informatie in de folder “Etalagebenen”. Uiteindelijk kan het zo zijn dat er nog maar zo weinig bloed naar het been stroomt, dat er al in rust pijn in het been optreedt.
Bij vernauwing van de kransslagaders van het hart treedt pijn op de borst op bij inspanning (angina pectoris). Wordt de vernauwing erger of de inspanning te veel, dan kan zelfs een hartinfarct ontstaan.
Wanneer het een vernauwing van een halsslagader betreft, kunnen er bijvoorbeeld spraakstoornissen, blindheid of verlammingen optreden, die meestal van voorbijgaande aard zijn, maar ook blijvend kunnen zijn (herseninfarct). Kijk voor meer informatie in de folder “Vernauwde Halsslagader".
Behalve een vernauwing of een afsluiting van een slagader kan arteriosclerose ook een “embolie” veroorzaken. Er breekt dan een stukje van de verkalkte plaques (embolie) los, dat wordt meegevoerd naar een kleiner bloedvat verder stroomafwaarts. Dat kleinere bloedvat kan dan plotseling door de embolie worden afgesloten, waardoor het lichaamsdeel of orgaan, dat daarvan afhankelijk is, geen of onvoldoende bloed krijgt.
Kijk voor meer informatie in de folder “Aneurysma van de Aorta Abdominalis (AAA).
Aneurysmavorming is een plaatselijke verwijding van een slagader. Op de plaats van de verwijding is de vaatwand uitgerekt en dunner geworden, met als risico dat in deze zwakke plek van de vaatwand een scheur kan ontstaan met als gevolg een bloeding. Hoe groter het aneurysma, hoe groter het risico. Een aneurysma ontstaat ongemerkt en groeit geleidelijk. Het kan in elke slagader in het lichaam voorkomen, maar komt het meeste voor in de grote lichaamsslagader (de aorta). Meestal veroorzaakt een aneurysma geen ernstige klachten en wordt het bij toeval ontdekt. Wanneer er een aneurysma van een slagader wordt ontdekt, dan kan een operatie nodig zijn.
Ook is in een aneurysma de bloedstroom verstoord, het bloed wervelt in de plaatselijke verwijding. Daardoor vormt zich in het aneurysma een bloedstolsel. Een enkele keer kan een stukje van dit stolsel los raken en plotseling een afsluiting veroorzaken in een slagader verder stroomafwaarts (embolie).
Onderzoek
Om de mate van vernauwing en de exacte lokalisatie vast te stellen zijn enkele onderzoeken noodzakelijk. Veelal zal dit in eerste instantie een onderzoek in het vaatlaboratorium zijn. Kijk voor meer informatie in de folder “Vaatonderzoek: Doppler, Looptest en Duplex”.
Wanneer een vernauwing behandeling behoeft kan een röntgencontrastonderzoek van de slagaders worden verricht. Kijk voor meer informatie in de folder “Angiografie”
Voor het opsporen van een aneurysma is een echografie het onderzoek van keuze.
Atherosclerose kan niet genezen. De behandeling van de risicofactoren heeft ten doel het proces stop te zetten en verergering van klachten te voorkómen. In het algemeen wordt een gezonde leefwijze aangeraden:
|
Stoppen met roken is het allerbelangrijkste. | |
|
Gezond eten: minder vet en koolhydraten. Met name verzadigde vetzuren (roomboter, vlees en kaas) verhogen het cholesterolgehalte in het bloed. Het is beter het gebruik hiervan te beperken en te vervangen door onverzadigde vetzuren (plantaardige vetten, olijfolie en vis). | |
|
Het gebruiken van grote hoeveelheden koolhydraten (zetmeel en suikers) kan ook leiden tot een verhoging van het cholesterolgehalte in het bloed. | |
|
Meer lichaamsbeweging en afvallen bij overgewicht. |
Naast de adviezen voor een gezonde leefwijze kan, afhankelijk van de ernst van de situatie, besloten worden tot de volgende specifieke behandelingsmogelijkheden:
|
een conservatieve behandeling. | |
|
dotteren. | |
|
een operatieve behandeling. |
De conservatieve behandeling.
Allereerst richt dit zich op verdere beperking van de risicofactoren zoals reeds genoemd. Wanneer de vernauwing niet ernstig van aard is kan met looptraining en eventueel het gebruik van bloedverdunnende medicijnen de situatie aanzienlijk verbeteren.
b Dotteren (kijk voor meer informatie in de folder ‘Dotterbehandeling’)
Een dotterbehandeling vindt plaats tijdens een röntgencontrastonderzoek. Daarbij wordt een slagader aangeprikt en een catheter met aan het eind een leeg ballonnetje in de slagader gebracht. Door het opblazen van het ballonnetje ter plaatse van een vernauwing, wordt deze vernauwing opgerekt. Het bloedvat wordt dan weer beter doorgankelijk.
Tegenwoordig bestaat de mogelijkheid om deze behandeling te combineren met het plaatsen van een buisje (een “stent”) in het opgerekte vaatsegment, waardoor na het oprekken het bloedvat wijder blijft.
Dotteren is een weinig belastende ingreep, die soms poliklinisch kan worden verricht. De methode kent gelukkig slechts zelden ernstige complicaties, hoewel bloedingen kunnen voorkomen op de insteekplaats van de slagader.
Uiteraard lukt het niet altijd om een vat op te rekken. Ook komt het voor dat een vernauwing na betrekkelijk korte tijd toch weer opnieuw ontstaat.
c. De operatieve behandeling
Er zijn verschillende operaties mogelijk. Zo kan een slagader worden “schoongemaakt” door met een operatie de verkalking ter plaatse van de vernauwing weg te halen of het bloedvat ter plaatse van de vernauwing wijder te maken. Deze operatie vindt met name plaats bij een vernauwing in de halsslagader.
Bij de meeste andere verstopte slagaders wordt een omleiding gemaakt waarbij een vaatprothese of een ader wordt gebruikt (kijk voor meer informatie in de folder Bypass (overbruggings) operatie). De keuze van de operatie is uiteraard van vele zaken afhankelijk. De zwaarte van de operatie en de ernst van mogelijke complicaties, hangt samen met de plaats in het lichaam waar de afsluiting zit en de plaats waar de operatie moet worden uitgevoerd.
Er is een 'Vereniging van Vaatpatiënten' die o.a. ook de belangen behartigt van patiënten met arterieel vaatlijden.
Het adres is:
Vereniging van Vaatpatiënten
Postbus 132
3720 AC Bilthoven
tel: 030 – 659 4651
info.vvvp@shhv.nl
www.vaatpatient.nl
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
Inleiding
Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en behandelingsmogelijkheden van etalagebenen. Het is goed om u te realiseren dat de situatie voor u persoonlijk anders kan zijn dan beschreven.
Wat zijn etalagebenen ?
Er is bij u een afwijking in één van de slagaders naar of in de benen vastgesteld. Deze afwijking is het gevolg van de afzetting van vet in de wand van de slagader en van verkalking van de wand van de slagader. Meestal leidt slagaderverkalking (atherosclerose) tot vernauwing of zelfs totale afsluiting van de slagader. Kijk voor meer informatie in de folder ‘Arterieel Vaatlijden’.
De beenspieren hebben bij inspanning (lopen, rennen, traplopen) veel meer bloed en zuurstof nodig dan in rust. Vernauwing of afsluiting van een slagader naar of in de benen heeft tot gevolg dat er minder bloed door kan stromen. Hierdoor schiet de bloedtoevoer en daarmee de zuurstofvoorziening van de benen te kort. Bij een gebrek aan zuurstof ontstaat verzuring van de spieren, die een krampende pijn veroorzaakt. Het gevolg daarvan kan zijn dat u na een stukje lopen pijn krijgt in de kuit. Na korte tijd rusten zakt de pijn af en kunt u weer een stukje verder lopen. Dit heet claudicatio intermittens oftewel etalagebenen, omdat het stoppen met lopen de indruk wekt dat u in etalages kijkt.
Klachten
Pijn bij het lopen is
het belangrijkste verschijnsel van claudicatio intermittens. De plaats waar de
pijn optreedt zegt iets over de plaats van de vernauwing in de bloedvaten. De
vernauwing in het bloedvat zit altijd boven het niveau waar de pijn optreedt.
Treedt bij het lopen pijn op in de bilstreek en het bovenbeen, dan zit de
vernauwing in de hierboven gelegen bekkenslagader (arteria iliaca). Krijgt u bij
het lopen pijn in de kuit, dan zit de vernauwing in de slagader in het bovenbeen
(arteria femoralis). Bij een vernauwing in een van de drie onderbeensslagaders
zit de pijn in de voet. Door de pijn kunt u beperkt zijn in uw dagelijkse
activiteiten, dat kan zijn op het werk, bij huishoudelijke activiteiten of
tijdens sporten.
Andere klachten van een vernauwing kunnen zijn: koude voeten, verlies van haar
op de benen, verdikte teennagels (vaak met schimmelinfectie) en vertraagde
nagelgroei. Als gevolg van een slechtere doorbloeding kan uw been bleek worden
wanneer u het optilt en kan het rood verkleuren wanneer u het been laat hangen.
In een verder gevorderd stadium van vaatvernauwing of zelfs afsluiting van de beenslagaders kan het tekort aan bloed in uw been ook al in rust optreden zonder dat de spieren actief zijn. Dan heeft u zelfs ’s nachts in bed pijn. Ook kunnen wonden aan de benen slecht genezen of zelfs spontaan ontstaan.
Behandeling
Afhankelijk van de ernst van de situatie en welke slagader het betreft, zijn er verschillende mogelijkheden:
|
een conservatieve behandeling | |
|
Dotteren | |
|
een operatieve behandeling |
De conservatieve behandeling (looptraining)
De behandeling van etalagebenen is in de eerste plaats gericht op het beperken van aanwezige risicofactoren van atherosclerose: niet roken, gezond eten en voldoende lichaamsbeweging. Te hoge bloeddruk, suikerziekte en een te hoog cholesterolgehalte zijn met geneesmiddelen te behandelen. Roken is een risicofactor die u zelf in de hand heeft.
Ook een intensieve looptraining hoort bij deze aanpak. Door veel te lopen en steeds een stukje verder, kunnen op den duur uw klachten afnemen of zelfs geheel verdwijnen.
Dotteren
Soms is de vernauwing van dien aard dat er bekeken moet worden of het met behulp van een ballonnetje mogelijk is het bloedvat ter plaatse van de vernauwing als het ware op te rekken. Hierdoor wordt het bloedvat weer beter doorgankelijk . Deze procedure wordt in ons land, naar de uitvinder ervan, 'dotteren' genoemd. Het is een weinig belastende ingreep, die soms poliklinisch kan worden verricht (kijk voor meer informatie in de folder ‘Dotterbehandeling’).
Alvorens een vernauwing te kunnen dotteren moet het betreffende bloedvat eerst beoordeeld worden door middel van een angiografie (kijk voor meer informatie in de folder ‘angiografie'). Via hetzelfde onderzoek kan direct de vernauwing gedotterd worden.
De operatieve behandeling
Vanwege de kans op complicaties wordt in de meeste gevallen pas tot een operatieve behandeling besloten als de klachten dermate ernstig zijn dat dit een operatie rechtvaardigt. Dit kan bijvoorbeeld zijn als de klachten ook in rust aanwezig zijn of als er niet-genezende wonden zijn. Alvorens tot een operatie wordt overgegaan moet het betreffende bloedvat eerst beoordeeld worden door middel van een angiografie (kijk voor meer informatie in de folder ‘angiografie').
Er zijn verschillende operaties mogelijk, zoals het schoonmaken van het vat (endarteriëctomie) ter plaatse van de vernauwing of het langs chirurgische weg wijder maken van de vernauwde plek. Meestal zal bij verstopte beenslagaders een omleiding worden gemaakt met een bypass. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een vaatprothese of een ader van uzelf (kijk voor meer informatie in de folder ‘Bypass of overbruggingsoperatie'). De keuze van de operatie is uiteraard van vele zaken afhankelijk. De zwaarte van de operatie hangt samen met de plaats in het lichaam waar de afsluiting zit. Uw chirurg kan u hierover gedetailleerd informeren.
Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties.
De Dottermethode kent gelukkig slechts zelden ernstige complicaties, hoewel bloedingen kunnen voorkomen op de insteekplaats. Uiteraard is het mogelijk dat het niet lukt om het vat op te rekken of dat de vernauwing na betrekkelijk korte tijd toch weer opnieuw ontstaat.
Bij operaties aan de bloedvaten zijn de normale risico's op complicaties van een operatie, zoals wondinfectie, bloeding, trombose en longembolie, longontsteking, blaasontsteking of hartinfarct.
Bij operaties aan een slagader zijn er specifieke complicaties mogelijk: een nabloeding of een afsluiting van de vaatprothese of de gebruikte ader (trombose). Bij het optreden van een dergelijke complicatie moet vaak opnieuw geopereerd worden. Uiteraard wordt geprobeerd de risico's zo klein mogelijk te houden. Daarom wordt u voor de operatie veelal door de internist, cardioloog of longarts volledig onderzocht en worden vele voorzorgsmaatregelen genomen.
Na de operatie zult u medicijnen moeten blijven gebruiken om het bloed dunner te houden. Na ontslag uit het ziekenhuis zult u merken hoe zwaar de operatie is geweest. Het kan lang duren voordat u weer helemaal de oude bent. Als u suikerziekte, een te hoge bloeddruk of een te hoog cholesterolgehalte hebt, dient dat alles goed onder controle te zijn.
Een gezonde levenswijze is heel belangrijk, dus: absoluut niet roken, veel lichaamsbeweging, geen overgewicht en een goed gereguleerde bloeddruk, bloedsuiker- en cholesterolgehalte.
Patiëntenvereniging
Er is een ‘Vereniging van Vaatpatiënten’ die over looptraining een speciale brochure uitgeeft, alsook de video ‘Loop voor je leven’.
Het adres is:
Vereniging van Vaatpatiënten
Postbus 123
3980 CC Bunnik
tel: 030 - 6594651
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
laatst bijgewerkt 14-12-04