urogenitaalmana.gif (25054 bytes)

PHIMOSIS

(Vernauwing van de voorhuid)

circumcisie.jpg (36278 bytes) circumcisie2.jpg (31835 bytes)

 

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de besnijdenis (circumcisie). Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

De reden voor de ingreep

Bij een vernauwing van de voorhuid  van de penis (phimosis) kan de voorhuid niet meer over de eikel worden teruggeschoven. Dit kan een medische reden zijn om tot een besnijdenis (circumcisie) te besluiten.

Om geloofsredenen kan vooral bij kinderen ook tot een besnijdenis worden besloten. 

De operatie

De ingreep wordt doorgaans in dagbehandeling uitgevoerd meestal onder plaatselijke verdoving. Er worden dan twee injecties aan de basis van de penis gegeven. De gehele penis is daarmee tijdens de ingreep verdoofd. Bij kinderen wordt de ingreep ook wel onder algehele anesthesie (narcose) uitgevoerd.  

Bij een besnijdenis (circumcisie) wordt de voorhuid een stuk ingekort. Gebeurt dat met een chirurgische ingreep dan wordt - na het losmaken en verwijderen van de voorhuid - het restant met oplosbare hechtingen vastgemaakt aan de rand van de eikel.

Tegenwoordig wordt ook wel gebruik gemaakt van een soort ronde klem, die over de penis heen kan worden geschoven en op de voorhuid wordt geplaatst. De voorhuid wordt op die manier langzaam ‘afgeklemd’. Het plaatsen van deze klem gebeurt ook onder een plaatselijke verdoving.

Na de besnijdenis (circumcisie) komt de eikel geheel bloot te liggen. Wanneer dat als behandeling wegens een vernauwing van de voorhuid (phimosis) niet de wens van de patiënt is, kan de arts een voorhuidplastiek doen, waarbij de voorhuid wijder wordt gemaakt. 

Een besnijdenis (circumcisie) duurt ongeveer een halfuur. Na een tot twee uur raakt de verdoving uitgewerkt en komt het gevoel in de penis weer terug.  

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding of wondinfectie. Gelukkig komen deze weinig voor. 

Na de ingreep

Als de verdoving uitgewerkt is, kunnen er wat pijnklachten zijn, waarvoor pijnstillers als paracetamol kunnen helpen. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben. 

Het plassen kan de eerste paar keer een branderig gevoel geven. Dit verdwijnt bij doorplassen.  

Het is verstandig om het op de dag van de ingreep wat rustig aan te doen.  

Controle-afspraak

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle.  

Adviezen voor thuis

Kort na de ingreep kan de penis er gezwollen en blauwrood uitzien. Dit verdwijnt in de loop van de week.  

Het korter zijn van de voorhuid heeft geen invloed op de seksuele beleving. Als de wond genezen is, is geslachtsgemeenschap weer mogelijk. 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree

 

 

STERILISATIE BIJ DE MAN

(Vasectomie)

beeldverslag

 

Inleiding

Deze folder geeft een globaal overzicht over de gang van zaken rond vasectomie. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.  

Wat is een vasectomie?

Sterilisatie bij de man door middel van vasectomie is een ingreep waarbij de beide zaadleiders tussen de testikels (zaadballen) en de prostaat worden onderbroken. Daarbij worden de zaadleiders doorgesneden en afgebonden. Erectie en ejaculatie (zaadlozing) worden niet verstoord. Er treedt een gewone lozing van zaadvloeistof op. Deze vloeistof bevat na de ingreep echter geen zaadcellen meer. De zaadcellen worden door het lichaam opgenomen. 

Voorbereiding

bulletDe dag voor de ingreep moet u het scrotum (de balzak) goed en ruim ontharen.
bulletNeem de dag van de ingreep vrij.
bulletU hoeft niet nuchter te blijven.
bulletNeem een strakke onderbroek of zwembroek mee, die moet u na de ingreep zeker 24 uur dragen.
bulletZelf autorijden na de ingreep wordt afgeraden.

De behandeling

De behandeling geschiedt poliklinisch. Na ontkleding van uw onderlichaam neemt u plaats op de behandeltafel. U wordt plaatselijk verdoofd, dat wil zeggen dat u ter plaatse van de ingreep geen gevoel meer hebt. Aangezien er af en toe aan de zaadleiders wordt getrokken tijdens de ingreep hebt u wel een zwaar, wat pijnlijk gevoel in het gebied van de lies / de balzak . Bij de ingreep worden rechts en links sneetjes in de balzak gemaakt waarlangs de zaadleiders tevoorschijn kunnen worden gehaald. Vervolgens wordt aan elke zijde een stukje van de zaadleider weggenomen. De eindjes worden afgebonden, dicht geniet en soms dicht geschroeid. De huid wordt met een hechting (die vanzelf oplost) gesloten. 

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s en ook bij deze operatie is er een normale kans op complicaties. Een geringe blauwverkleuring van de balzak en basis van de penis is niet verontrustend, het is een uiting van een geringe bloeduitstorting. Een nabloeding of wondinfectie treed zelden op.

Er zijn ook enkele specifieke complicaties mogelijk.

bullet

Soms ontstaat na de ingreep aan het dichte uiteinde van de zaadleider een bobbeltje van een paar millimeter tot een centimeter dikte. Dit is een opeenhoping van zaadcellen. Het is onschuldig, er hoeft niets aan gedaan te worden.

bullet

Een zeldzame keer mislukt de ingreep, bijvoorbeeld doordat spontaan herstel van de zaadleider optreedt of omdat er toevallig twee zaadleiders naar één testikel (zaadbal) lopen.

bullet

Omdat geopereerd wordt in de nabijheid van de bloedvaten naar de testikels (zaadballen) en deze beschadigd kunnen raken, kan de bloedvoorziening naar de testikel in het gedrang komen. De bal wordt dan kleiner (atrofisch). Ook al komt deze complicatie uitermate zeldzaam voor, het is goed dit toch te vermelden.  

Na de ingreep

Gebruik een strakke onderbroek of zwembroek.

U kunt zich door de ingreep wat vervelend voelen. Er kan pijn optreden en/of een zwelling op en onder de zaadbal­len.

Aanbevolen wordt de eerste 24 uur na de ingreep zo veel mogelijk rust te houden.

Na een dag kunt u weer douchen en meestal ook aan het werk tenzij u zwaar lichamelijke arbeid verricht.

Als de wond het toelaat, kunt u na enkele dagen weer geslachtsgemeenschap hebben. Het is wel NOODZAKELIJK anticonceptie toe te passen. 

Resultaat

Volledige steriliteit (onvruchtbaarheid) is meestal pas na zes tot acht weken bereikt. Geadviseerd wordt niet eerder dan na drie maanden en zo’n vijftien tot twintig zaadlozingen  het sperma microscopisch te laten onderzoeken om vast te stellen of er nog levende zaadcellen aanwezig zijn. Wanneer dit niet het geval is en u de uitslag hebt vernomen bent u pas volledig zeker over het succes van de ingreep.

Vasectomie geeft vanzelfsprekend geen enkele bescherming tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (zoals gonorrhoe, syfilis, AIDS). Ter voorkoming daarvan blijft het gebruik van condooms de  beste preventieve maatregel. 

Een hersteloperatie

In principe is de sterilisatie onomkeerbaar (onherroepelijk), het is dus een definitieve anticonceptie methode. Mocht u onverhoopt vanwege welke oorzaak dan ook overwegen het resultaat van de vasectomie te laten corrigeren, dan kan een poging tot een hersteloperatie worden ondernomen. Door microchirurgie kan de continuïteit en de doorgankelijkheid van de zaadleiders hersteld worden. De kans op succes is matig.  

Spermacontrole

U krijgt een potje en een laboratoriumformulier mee voor spermacontrole ongeveer drie maanden na de ingreep. Een hoeveelheid ochtendsperma dient u op te vangen en binnen twee uur op het laboratorium af te leveren om het onderzoek op de juiste wijze te kunnen doen. Dit sperma verkrijgt u via masturbatie (zelfbevrediging) of coïtus interruptus (terugtrekking voor de zaadlozing). Na een week kunt u telefonisch contact opnemen voor de uitslag.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

entree

 

axillaa.gif (47889 bytes)

ZWEETKLIEROPERATIE

 

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over ontsteking van een zweetklier (hydradenitis) en de behandelingsmogelijkheden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.  

Ligging en functie van de zweetklieren

Over het gehele lichaam bevinden zich zweetklieren die een rol spelen bij het transpireren of zweten. Dit zijn de eccriene zweetklieren. Daarnaast bestaan er nog apocriene zweetklieren in de oksels en in de liezen, die behalve transpiratievocht ook een geur afgeven, de bekende zweetgeur.  

Zweetklierontsteking

De apocriene zweetklieren kunnen ontstoken raken. Die onsteking heet hydradenitis. Het is een onschuldige maar vervelende afwijking, die soms operatief moet worden behandeld.

Een zweetklierontsteking kan plotseling (acuut) ontstaan met abcesvorming, of kan chronisch (aanhoudend) zijn met afwisselend meer en minder klachten. De ontsteking kan beperkt blijven tot een klein gebied of zich langzaam uitbreiden over een groter gebied in de oksel of lies. 

Diagnose en onderzoek

De arts stelt de diagnose aan de hand van uw klachten en de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek. Aanvullend onderzoek is in het algemeen niet nodig. 

De behandelingsmogelijkheden

Afhankelijk van de situatie kunnen uw klachten met leefregels en eventueel medicijnen of met een operatie worden behandeld.  

bullet

Leefregels en medicijnen.

Als u een lichte vorm van ontsteking hebt, is het belangrijk dat u enkele leefregels in acht neemt. Deze worden genoemd in het hieronder vermelde kopje 'Leefregels’. Soms krijgt u een antibioticakuur voorgeschreven.  

bullet

Operatie

Bij een beperkt gebied met ontsteking wordt in het algemeen tijdens een kleine poliklinische operatie onder plaatselijke verdoving het aangedane huidgebied verwijderd.

Betreft het een groter gebied of zijn er ontstekingen op meer plaatsen, dan kan het nodig zijn de operatie via de afdeling dagbehandeling (opname van een dag) of tijdens een korte opname (enkele dagen) uit te voeren. De operatie vindt dan plaats onder plaatselijke of algehele verdoving. De duur van de operatie is - afhankelijk van de omstandigheden - meestal minder dan een uur. Tijdens die operatie verwijdert de arts het huidgebied met de ontstoken zweetklieren. Afhankelijk van de mate van ontsteking kan de arts besluiten de wond te verkleinen met enige hechtingen of geheel open te laten. Meestal wordt de wond niet geheel dichtgemaakt om te voorkomen dat bacteriën onder de huid worden ingesloten en zo een nieuwe ontsteking kunnen veroorzaken. Een nadeel van deze open wondbehandeling is dat het litteken uiteindelijk wat minder mooi kan zijn.

Bij zeer uitgebreide, meestal lang bestaande problemen die niet op andere wijze tot rust te brengen zijn, kan besloten worden tot een plastisch-chirurgische operatie. Hierbij wordt het gehele gebied in de oksel of lies verwijderd, waarna het wonddefect wordt bedekt met een huidtransplantaat. Deze grotere ingreep is slechts zelden noodzakelijk. In deze folder zal hierop niet verder worden ingegaan.

Bij een abces is een spoedoperatie nodig. Onder plaatselijke verdoving maakt de arts een snee in het abces zodat de inhoud goed weg kan stromen en de abcesholte goed kan worden schoongespoeld. De wond wordt meestal open gelaten. 

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo zijn ook bij deze operaties de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding of wondinfectie.

Het zal duidelijk zijn dat de kans op een infectie bij deze ingreep groter is. Het is mogelijk dat de ontsteking in de zweetklieren zich, ondanks de operatie, gaat uitbreiden naar de omgeving. Daardoor kan een volgende operatie noodzakelijk worden.  

Na de operatie

Indien de ingreep onder plaatselijke verdoving is uitgevoerd, zal deze één tot twee uur later uitgewerkt zijn. Als de verdoving uitgewerkt is, kunt u wat pijnklachten hebben, waarvoor u pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben.  

Zolang de wond open is, moet u vanaf de dag na de ingreep het wondgebied dagelijks twee- tot driemaal douchen of wassen met 'zeepvrije' zeep (Ph-neutraal) of een ‘zeepvrije' douchegel. Met behulp van de douchekop kunt u de wond goed schoon spoelen. Daarna moet u het wondgebied droog deppen en met een gaasverband bedekken. 

Controle afspraak

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. Eventuele hechtingen kunnen na ongeveer één week verwijderd worden. In het algemeen is de wond binnen drie tot vier weken helemaal dicht.  

Leefregels

Een aantal leefregels is van belang als u een zweetklierontsteking heeft of heeft gehad:

bullet

Houd dagelijks de oksels en de liesge­bieden goed schoon, bijvoorbeeld door die gebieden goed te douchen.

bullet

Gebruik een 'zeepvrije' zeep (pH-neutraal) of 'zeepvrije' douchegel.

bullet

Dep de gebieden na het wassen goed droog.

bullet

Gebruik geen poeders in de oksels of in de liezen.

bullet

Draag geen strakzittende of schurende kleding. Als ondergoed voldoen ‘boxer-shorts’ doorgaans goed.

bullet

Gebruik alleen een deodorant zonder transpiratieremmer.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree

 

 

OPERATIE VAN EEN LIESBREUK

(Hernia inguinalis)

 

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over een liesbreuk en de meest gebruikelijke behandelingsmogelijkheden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Een liesbreuk

Een breuk (hernia) is een uitstulping van het buikvlies door een zwakke plek of opening in de buikwand. De breuk is herkenbaar als een zwelling ter plaatse. De breukpoort is de opening of verzwakking in de buikwand. Deze kan ontstaan door aangeboren factoren of door uitrekking van de buikwand. Uitrekking kan optreden in de loop van het leven, bijvoorbeeld door toename in lichaamsgewicht, persen, veel hoesten, vaak zwaar tillen. Het is mogelijk dat de uitstulping van het buikvlies - de breukzak genoemd - een gedeelte van de buikinhoud bevat. Bij verhoging van de druk in de buik (zoals bij staan, bij persen of hoesten) kan er meer buikinhoud in de uitstulping (= de breukzak) komen. De breuk wordt dan groter.

Bij een liesbreuk bevindt de uitstulping zich in de liesstreek. 

Een liesbreuk verdwijnt nooit vanzelf en kan groter worden. Dat kan dan meer klachten gaan geven. Een enkele keer komt het voor dat een breuk bekneld raakt. Dan zit de breukinhoud, die meestal plotseling is toegenomen, vastgeklemd in de breukpoort. Dat gaat gepaard met veel pijn. Een spoedoperatie is dan nodig. 

beeldverslag beklemde breuk

Diagnose en onderzoek

De arts stelt de diagnose aan de hand van de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek. Aanvullend onderzoek is in het algemeen niet nodig. De arts kan bij u, terwijl u staat, de breuk meestal gemakkelijk vaststellen. 

Wanneer een breuk bij u is geconstateerd zal de arts met u bespreken, hoe in uw geval de breuk behandeld kan worden. In het algemeen zal u een operatie worden geadviseerd. Een breukband wordt nog maar zelden voorgeschreven. 

De operatie

Afhankelijk van de omstandigheden kan de operatie worden uitgevoerd in dagbehandeling of tijdens een kortdurende opname in het ziekenhuis. De anesthesist zal met u bespreken of de operatie onder verdoving met behulp van een prik in de rug of onder algehele anesthesie (narcose) kan plaatsvinden.

Er zijn verschillende technieken om liesbreuken te herstellen. Deze technieken zijn terug te voeren tot twee methoden:

bullet

De benadering van de breuk van voren.

Hierbij wordt de operatie uitgevoerd via een snede nabij de breuk. De uitstulping van het buikvlies wordt opgeheven. Zo nodig wordt de opening of zwakke plek in de buikwand hersteld. Daarbij wordt de buikwand verstevigd, gebruik makend van het weefsel van de buikwand zelf (een 'plastiek' genoemd) of door een stukje kunststof in te hechten. Dit kunststof materiaal is veilig en wordt doorgaans goed door het lichaam geaccepteerd

openbrzaklbreuk.JPG (32055 bytes)

 

marlexlbreuk.JPG (29493 bytes)

 

 

 

bullet

De benadering van de breuk van achteren.

Bij deze methode wordt de breuk vanuit de binnenzijde van de buikwand behandeld. De uitstulping (breukzak) wordt opgeheven en de opening of zwakke plek in de buikwand wordt verstevigd met behulp van een stukje kunststof. Dit kunststof materiaal is veilig en wordt goed door het lichaam geaccepteerd. De operatieve benadering van de breuk vanuit de binnenzijde kan met behulp van gewone operatietechnieken of door middel van een kijkoperatie. Bij de kijkoperatie worden via een aantal gaatjes in de buikhuid instrumenten en een camera, die verbonden is met een TV-monitor, naar binnen gebracht. De arts kan via de camera zijn handelingen zien op het TV-scherm.

Deze nieuwe methoden zijn niet voor iedere patiënt geschikt. Bijvoorbeeld als de breuk niet terug in de buik te duwen is kan deze methode niet worden uitgevoerd. 

De arts zal met u bespreken welke techniek in uw geval het beste lijkt. Een liesbreukoperatie duurt meestal drie kwartier tot een uur.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo zijn ook bij deze operaties de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking,

Een geringe uiting van een bloeding kunt u na enkele dagen herkennen in de vorm van een blauwe verkleuring in het wondgebied, die kan uitzakken naar de basis van de penis en de balzak bij de man en naar de grote schaamlip bij de vrouw. Dat is niet verontrustend.

Het resultaat van de operatie kan goed lijken. Toch kan het voorkomen dat na verloop van tijd bij een klein aantal van de geopereerde patiënten er op dezelfde plaats opnieuw een breuk ontstaat (een recidief breuk). Meestal zal er dan weer een operatie nodig zijn.

Omdat in het operatiegebied enkele zenuwen lopen - bij de man ook nog de zaadstreng - is een beschadiging van deze structuren denkbaar. Deze complicaties treden gelukkig zelden op. De consequentie van schade aan een zenuw kan zijn gevoelloosheid of soms juist een blijvende pijnklacht rond het operatiegebied.

Na de operatie

Na de operatie zal het operatiegebied pijnlijk zijn. Tegen de pijn kunt u pijnstillers als paracetamol gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben.

Korte tijd na de operatie is het vaak raadzaam het wondgebied wat te ondersteunen met uw hand, met name bij drukverhoging (hoesten, persen).

Afhankelijk van de operatiemethode, de grootte van de ingreep en individuele factoren zult u na ontslag nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. Ook het hervatten van uw dagelijkse activiteiten en de mogelijkheid om weer wat te tillen zullen daarvan afhankelijk zijn. De arts zal u enkele adviezen daarover geven.

Het ontslag

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. De hechtingen kunnen na een week worden verwijderd. Dat kan bij de huisarts of het wordt tijdens een poliklinische controle gedaan. Er wordt ook wel gebruik gemaakt van oplosbare hechtingen, die niet verwijderd hoeven  te worden.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree


LIESBREUK EN WATERBREUK BIJ KINDEREN

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de waterbreuk of de liesbreuk bij uw kind. Het is goed u te realiseren dat de situatie voor iedereen weer anders kan zijn dan beschreven.  

Oorzaak

Tijdens de zwangerschap ontstaat al in een vroeg stadium in het liesgebied van de foetus een uitstulping van het buikvlies via de buikwand (het lieskanaal). Bij jongetjes zullen hierlangs in een latere fase de zaadbal en de zaadstreng vanuit de buik indalen naar het scrotum (balzak). Bij meisjes ontstaat hierin een ophangband van de baarmoeder naar de grote schaamlip.

De uitstulping van het buikvlies verdwijnt na de geboorte doorgaans door verkleving. Wanneer deze niet geheel verkleeft en er zich in het opengebleven gebied vocht verzamelt, is er sprake van een waterzakbreuk (hydrocele). Zo’n waterzakbreuk kan rondom de zaadbal ontstaan (hydrocele testis) of langs de zaadstreng (hydrocele funiculi). Wanneer de sluiting (verkleving) van de buikvliesuitstulping helemaal achterwege blijft, kan er vocht of buikinhoud – zoals buikvet of darmen – in de uitstulping komen. We hebben dan te maken met een liesbreuk.   

Klachten

Liesbreuken komen vaker bij jongetjes voor dan bij meisjes, waterbreuken uitsluitend bij jongetjes.

Over het algemeen hebben kinderen weinig last van deze afwijking. Er is een zichtbare bult in een of beide liezen die al of niet wegdrukbaar is. Soms echter kan het gepaard gaan met pijnklachten, misselijkheid en zelfs braken. In uitzonderlijke gevallen kan de buikinhoud in de breuk beklemd raken.  

De operatie

De behandeling is altijd operatief. De operatie wordt uitgevoerd onder algehele anesthesie (narcose) in dagbehandeling of gedurende een korte opname.

De operatie gaat via een snede in de lies die na de ingreep met hechtingen wordt gesloten. Afhankelijk van het hechten van de snede met niet-oplosbare of oplosbare hechtingen moeten deze na enkele dagen al dan niet worden verwijderd.

In het geval van een waterbreuk waarbij de buikvliesuitstulping gedeeltelijk dicht is gegaan, wordt de ingang van de uitstulping opgezocht en dichtgemaakt. Is de buikvliesuitstulping geheel opengebleven dan wordt hetzelfde gedaan en wordt de breukzak bovendien vaak verwijderd. Uiteraard wordt, als er sprake is van een liesbreuk, eerst de inhoud van de breukzak (bijvoorbeeld een darmlis) in de buikholte teruggebracht.  

beeldverslag

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze operaties de normale risico's op complicaties van een operatie. Deze zijn echter niet groter dan bij andere operaties. Soms ontstaat er een bloeduitstorting of wondinfectie en ook een ontsteking van de ader waar het infuus heeft gezeten komt wel eens voor. Het zijn onschuldige complicaties die vanzelf genezen. De kans dat de liesbreuk terug komt is niet groot. Wel is er een kans dat later blijkt dat er aan de andere kant ook een aangeboren liesbreuk bestaat. 

Na de operatie

bulletActiviteiten

Kinderen geven over het algemeen prima zelf aan wat ze wel en niet kunnen. Meestal hebben ze weinig pijn en kunnen na enkele dagen bijvoorbeeld weer naar school.

bulletEten en drinken

Als gevolg van de operatie heeft uw kind waarschijnlijk weinig eetlust op de dag na de operatie. Dit zal langzaam weer terugkomen. Probeert u er wel voor te zorgen dat uw kind regelmatig een beetje drinkt en iets eet. Ten gevolge van de narcose kan uw kind aanvankelijk wat misselijk zijn en zal plat liggen dan als het prettigste ervaren. Een paar keer overgeven is niet verontrustend maar mocht uw kind blijven braken neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

bulletPijn

Iedereen reageert anders op een operatie en narcose. U heeft een recept voor pijnstillers meegekregen. Indien deze onvoldoende werken of de pijn toeneemt moet u contact opnemen met  de huisarts of het ziekenhuis.

bulletKoorts

Geringe verhoging tot 38,5 °C is een normale reactie na een operatie. Stijgt de temperatuur hierboven dan is het verstandig even te bellen met  de huisarts of het ziekenhuis.

Wondverzorging  

Op de dag na de operatie mag uw kind kort douchen of even in bad. Na een dag of drie kan dat weer de normale tijd duren. Mocht de pleister van de wond afgaan dan kunt u deze verder weglaten. De wondcontrole op de polikliniek vindt ongeveer een week na de operatie plaats. U krijgt hiervoor een afspraak mee. Tot één week na de operatie mag uw kind niet sporten of wilde spelletjes doen.  

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree

 

 

ORCHIDOPEXIE/ ORCHIDOFUNICULOLYSIS BIJ KINDEREN

Het plaatsen van de zaadbal (testis) in de balzak (scrotum)

 

Inleiding

Deze folder geeft u een overzicht van de afwijking en behandeling van de niet in het scrotum ingedaalde testis. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Wat is er aan de hand?

De testikel bevindt zich niet in het scrotum en kan daar ook niet door uitwendige massage in worden gebracht. Deze situatie is ongewenst omdat daardoor de normale ontwikkeling van de zaadbal wordt bedreigd en daarmee de productie van zaadcellen en mannelijke geslachtshormonen. Van alle geboren jongens hebben er vier à zeven per duizend één of twee niet ingedaalde zaadballen. 

Hoe ontstaat dit?

Tijdens de zwangerschap ontstaat al in een vroeg stadium in het liesgebied van de foetus een uitstulping van het buikvlies via de buikwand (het lieskanaal). Bij jongetjes zullen hierlangs in een latere fase de zaadbal en de zaadstreng vanuit de buik indalen naar het scrotum (balzak). Deze indaling kan op verschillende niveaus stagneren. De (eventuele) behandeling is afhankelijk van de mate waarin de zaadbal is ingedaald. Onderscheiden kunnen worden: 

bullet

Retractiele testis: hierbij is de zaadbal in feite normaal ingedaald in het scrotum maar wordt door spierwerking eruit getrokken tot hoog in het lieskanaal. De zaadbal is wel in het scrotum te masseren en blijft daar dan ook spontaan liggen totdat de spieren zich weer aanspannen

bullet

Retentio testis: Hierbij ligt de zaadbal wel ergens in het normale indalingstraject, maar kan meestal niet in het scrotum gemasseerd worden. Soms lukt het wel maar de zaadbal blijft nooit spontaan in het scrotum liggen

bullet

Ectopische testis: Hierbij is de zaadbal ook nog buiten het normale indalingstraject gelegen.

bullet

Cryptorchisme: Hierbij is de zaadbal helemaal niet te ontdekken.

De retractiele testis behoeft geen behandeling. Bij de retentio testis en de ectopische testis is een operatie de enige behandeling. Bij cryptorchisme moet eerst nader onderzoek plaatsvinden. Komt het eenzijdig voor, dan wordt met een kijkoperatie (laparoscopie) gekeken of de zaadbal aanwezig is en zo ja, waar die niet ingedaalde zaadbal ligt. Komt het beiderzijds voor, dan is nader onderzoek (hormoononderzoek) aangewezen of er wel een zaadbal aanwezig is.

Het moment van de operatie

Dit is uiteraard afhankelijk van het tijdstip waarop de afwijking wordt ontdekt. Indien dit gebeurt voor het einde van het tweede levensjaar, wordt algemeen aangeraden de operatie aan het einde van het tweede levensjaar te verrichten. Dit ondanks het feit dat er geen goede bewijzen zijn dat het een beter resultaat zou geven, en ondanks het feit dat de discussie over de voors en tegens van de vroege operatie nog niet is gesloten. Wanneer de diagnose later wordt gesteld, zijn er weinig argumenten om tot directe behandeling over te gaan. Het tijdstip kan aangepast worden aan de persoonlijke omstandigheden. 

Het is bij de behandeling van belang dat de chirurg de voorgeschiedenis nauwkeurig kent met betrekking tot de lokalisatie van de testikels. Het is verstandig de gegevens van het consultatiebureau en eventueel de schoolartsendienst op te vragen. 

De operatie

De operatie wordt verricht onder algehele anesthesie (narcose) in dagbehandeling of in een kortdurende opname. 

Bij de retentio testis en de ectopia testis wordt via een sneetje in de lies de zaadbal met zaadleider opgezocht en vrijgemaakt. Via een sneetje onder in de balzak wordt de zaadbal naar beneden gehaald.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico's. Zo is ook bij deze operatie de normale kans aanwezig op complicaties. Er zijn vroege en late complicaties. Tot de vroege complicaties horen eigenlijk alleen de problemen met de wondgenezing en bloeduitstortingen in het operatiegebied. De late complicaties kunnen zijn een onbevredigend cosmetisch resultaat, toch een uitblijven van de normale ontwikkeling van de zaadbal en eventueel beschadiging van de structuur in de zaadstreng.

Na de operatie 

bullet

Pijn

In de eerste dagen zal uw zoon pijn hebben die vrij snel zal afnemen. U kunt hem hiervoor paracetamol geven.

bullet

Eten en drinken

Het is mogelijk dat uw zoon als gevolg van de narcose wat misselijk is. Hij kan dan het beste maar een beetje drinken en later, als alles goed gaat, wil hij spontaan meer hebben. Het kan zijn dat hij een keer moet overgeven.

bullet

Koorts

Het is normaal dat kinderen de eerste tijd na een operatie een lichte verhoging tot ongeveer 38,5 °C hebben. Deze verhoging neemt in de loop van enkele dagen af tot normaal.

bullet

Wondverzorging

De dag na de operatie kan het verband worden verwijderd en mogen de wonden nat worden. Bij luierkinderen moet de luier regelmatig worden verschoond om langdurig contact met urine of ontlasting te voorkomen.

bullet

Activiteiten

Over het algemeen geven kinderen zelf heel goed aan wat kan en wat niet kan. De oudere kinderen kunnen na enkele dagen weer naar school, maar ze mogen dan nog niet fietsen of meedoen met gymnastiek, zwemmen of andere sporten. 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

Problemen?

Mochten zich nog problemen voordoen dan kunt u het beste contact opnemen met de polizuster via 0299-457134.

laatst bijgewerkt 27-07-05

entree