(Vernauwing van de voorhuid)
Deze
folder geeft u informatie over de besnijdenis (circumcisie). Het is goed u te
realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Bij
een vernauwing van de voorhuid van
de penis (phimosis) kan de voorhuid niet meer over de eikel worden
teruggeschoven. Dit kan een medische reden zijn om tot een besnijdenis
(circumcisie) te besluiten.
Om
geloofsredenen kan vooral bij kinderen ook tot een besnijdenis worden besloten.
De
ingreep wordt doorgaans in dagbehandeling uitgevoerd meestal onder plaatselijke
verdoving. Er worden dan twee injecties aan de basis van de penis gegeven. De
gehele penis is daarmee tijdens de ingreep verdoofd. Bij kinderen wordt de
ingreep ook wel onder algehele anesthesie (narcose) uitgevoerd.
Bij
een besnijdenis (circumcisie) wordt de voorhuid een stuk ingekort. Gebeurt dat
met een chirurgische ingreep dan wordt - na het losmaken en verwijderen van de
voorhuid - het restant met oplosbare hechtingen vastgemaakt aan de rand van de
eikel.
Tegenwoordig
wordt ook wel gebruik gemaakt van een soort ronde klem, die over de penis heen
kan worden geschoven en op de voorhuid wordt geplaatst. De voorhuid wordt op die
manier langzaam ‘afgeklemd’. Het plaatsen van deze klem gebeurt ook onder
een plaatselijke verdoving.
Na
de besnijdenis (circumcisie) komt de eikel geheel bloot te liggen. Wanneer dat
als behandeling wegens een vernauwing van de voorhuid (phimosis) niet de wens
van de patiënt is, kan de arts een voorhuidplastiek doen, waarbij de voorhuid
wijder wordt gemaakt.
Een
besnijdenis (circumcisie) duurt ongeveer een halfuur. Na een tot twee uur raakt
de verdoving uitgewerkt en komt het gevoel in de penis weer terug.
Geen
enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale
kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding of wondinfectie. Gelukkig
komen deze weinig voor.
Als
de verdoving uitgewerkt is, kunnen er wat pijnklachten zijn, waarvoor
pijnstillers als paracetamol kunnen helpen. Deze zijn te koop bij apotheek en
drogist en het is raadzaam om
voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben.
Het
plassen kan de eerste paar keer een branderig gevoel geven. Dit verdwijnt bij
doorplassen.
Het
is verstandig om het op de dag van de ingreep wat rustig aan te doen.
Controle-afspraak
Bij
ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle.
Kort
na de ingreep kan de penis er gezwollen en blauwrood uitzien. Dit verdwijnt in
de loop van de week.
Het
korter zijn van de voorhuid heeft geen invloed op de seksuele beleving. Als de
wond genezen is, is geslachtsgemeenschap weer mogelijk.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
(Vasectomie)
Deze
folder geeft een globaal overzicht over de gang van zaken rond vasectomie. Het
is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan
beschreven.
Sterilisatie bij de man door
middel van vasectomie is een ingreep waarbij de beide zaadleiders tussen de
testikels (zaadballen) en de prostaat worden onderbroken. Daarbij worden de
zaadleiders doorgesneden en afgebonden. Erectie en ejaculatie (zaadlozing)
worden niet verstoord. Er treedt een gewone lozing van zaadvloeistof op. Deze
vloeistof bevat na de ingreep echter geen zaadcellen meer. De zaadcellen worden
door het lichaam opgenomen.
Voorbereiding
| De
dag voor de ingreep moet u het scrotum (de balzak) goed en ruim ontharen. | |
| Neem de dag van de ingreep vrij. | |
| U
hoeft niet nuchter te blijven. | |
| Neem
een strakke onderbroek of zwembroek mee, die moet u na de ingreep zeker 24
uur dragen. | |
| Zelf
autorijden na de ingreep wordt afgeraden. |
De behandeling geschiedt
poliklinisch. Na ontkleding van uw onderlichaam neemt u plaats op de
behandeltafel. U wordt plaatselijk verdoofd, dat wil zeggen dat u ter plaatse
van de ingreep geen gevoel meer hebt. Aangezien er af en toe aan de zaadleiders
wordt getrokken tijdens de ingreep hebt u wel een zwaar, wat pijnlijk gevoel in
het gebied van de lies / de balzak . Bij de ingreep worden rechts en links
sneetjes in de balzak gemaakt waarlangs de zaadleiders tevoorschijn kunnen
worden gehaald. Vervolgens wordt aan elke zijde een stukje van de zaadleider
weggenomen. De eindjes worden afgebonden, dicht geniet en soms dicht geschroeid.
De huid wordt met een hechting (die vanzelf oplost) gesloten.
Geen
enkele operatie is zonder risico’s en ook bij
deze operatie is er een normale kans op complicaties. Een geringe
blauwverkleuring van de balzak en basis van de penis is niet verontrustend, het
is een uiting van een geringe bloeduitstorting. Een nabloeding of wondinfectie
treed zelden op.
Er zijn ook enkele specifieke complicaties mogelijk.
|
Soms ontstaat na de ingreep aan het dichte uiteinde van de zaadleider een bobbeltje van een paar millimeter tot een centimeter dikte. Dit is een opeenhoping van zaadcellen. Het is onschuldig, er hoeft niets aan gedaan te worden. | |
|
Een zeldzame keer mislukt de ingreep, bijvoorbeeld doordat spontaan herstel van de zaadleider optreedt of omdat er toevallig twee zaadleiders naar één testikel (zaadbal) lopen. | |
|
Omdat
geopereerd wordt in de nabijheid van de bloedvaten naar de testikels
(zaadballen) en deze beschadigd kunnen raken, kan de bloedvoorziening naar
de testikel in het gedrang komen. De bal wordt dan kleiner (atrofisch). Ook
al komt deze complicatie uitermate zeldzaam voor, het is goed dit toch te
vermelden. |
Gebruik
een strakke onderbroek of zwembroek.
U
kunt zich door de ingreep wat vervelend voelen. Er kan pijn optreden en/of een
zwelling op en onder de zaadballen.
Aanbevolen
wordt de eerste 24 uur na de ingreep zo veel mogelijk rust te houden.
Na
een dag kunt u weer douchen en meestal ook aan het werk tenzij u zwaar
lichamelijke arbeid verricht.
Als
de wond het toelaat, kunt u na enkele dagen weer geslachtsgemeenschap hebben.
Het is wel NOODZAKELIJK anticonceptie toe te passen.
Volledige
steriliteit (onvruchtbaarheid) is meestal pas na zes tot acht weken bereikt.
Geadviseerd wordt niet eerder dan na drie maanden en zo’n vijftien tot twintig
zaadlozingen het sperma microscopisch te laten onderzoeken om vast te
stellen of er nog levende zaadcellen aanwezig zijn. Wanneer dit niet het geval
is en u de uitslag hebt vernomen bent u pas volledig zeker over het succes van
de ingreep.
Vasectomie geeft
vanzelfsprekend geen enkele bescherming tegen seksueel overdraagbare
aandoeningen (zoals gonorrhoe, syfilis, AIDS). Ter voorkoming daarvan blijft het
gebruik van condooms de beste preventieve maatregel.
Een
hersteloperatie
In
principe is de sterilisatie onomkeerbaar (onherroepelijk), het is dus een
definitieve anticonceptie methode. Mocht u onverhoopt vanwege welke oorzaak dan
ook overwegen het resultaat van de vasectomie te laten corrigeren, dan kan een
poging tot een hersteloperatie worden ondernomen. Door microchirurgie kan de
continuïteit en de doorgankelijkheid van de zaadleiders hersteld worden. De
kans op succes is matig.
U
krijgt een potje en een laboratoriumformulier mee voor spermacontrole ongeveer
drie maanden na de ingreep. Een hoeveelheid ochtendsperma dient u op te vangen
en binnen twee uur op het laboratorium af te leveren om het onderzoek op de
juiste wijze te kunnen doen. Dit sperma verkrijgt u via masturbatie
(zelfbevrediging) of coïtus interruptus (terugtrekking voor de zaadlozing). Na
een week kunt u telefonisch contact opnemen voor de uitslag.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
Deze
folder geeft u informatie over ontsteking van een zweetklier (hydradenitis) en
de behandelingsmogelijkheden. Het is goed u
te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Over
het gehele lichaam bevinden zich zweetklieren die een rol spelen bij het
transpireren of zweten. Dit zijn de eccriene zweetklieren. Daarnaast bestaan er
nog apocriene zweetklieren in de oksels en in de liezen, die behalve
transpiratievocht ook een geur afgeven, de bekende zweetgeur.
De
apocriene zweetklieren kunnen ontstoken raken. Die onsteking heet hydradenitis.
Het is een onschuldige maar vervelende afwijking, die soms operatief moet worden
behandeld.
Een
zweetklierontsteking kan plotseling (acuut) ontstaan met abcesvorming, of kan
chronisch (aanhoudend) zijn met afwisselend meer en minder klachten. De
ontsteking kan beperkt blijven tot een klein gebied of zich langzaam uitbreiden
over een groter gebied in de oksel of lies.
Diagnose
en onderzoek
De
arts stelt de diagnose aan de hand van uw klachten en de bevindingen bij het
lichamelijk onderzoek. Aanvullend onderzoek is in het algemeen niet nodig.
De behandelingsmogelijkheden
Afhankelijk
van de situatie kunnen uw klachten met leefregels en eventueel medicijnen of met een
operatie worden behandeld.
|
Leefregels
en medicijnen. |
Als u een lichte vorm van ontsteking hebt, is het belangrijk dat u
enkele leefregels in acht neemt. Deze worden genoemd in het hieronder vermelde kopje 'Leefregels’.
Soms krijgt u een antibioticakuur voorgeschreven.
|
Operatie |
Bij een beperkt gebied met ontsteking wordt in het algemeen tijdens een kleine poliklinische operatie onder plaatselijke verdoving het aangedane huidgebied verwijderd.
Betreft het een groter gebied of zijn er ontstekingen op meer plaatsen, dan kan het nodig zijn de operatie via de afdeling dagbehandeling (opname van een dag) of tijdens een korte opname (enkele dagen) uit te voeren. De operatie vindt dan plaats onder plaatselijke of algehele verdoving. De duur van de operatie is - afhankelijk van de omstandigheden - meestal minder dan een uur. Tijdens die operatie verwijdert de arts het huidgebied met de ontstoken zweetklieren. Afhankelijk van de mate van ontsteking kan de arts besluiten de wond te verkleinen met enige hechtingen of geheel open te laten. Meestal wordt de wond niet geheel dichtgemaakt om te voorkomen dat bacteriën onder de huid worden ingesloten en zo een nieuwe ontsteking kunnen veroorzaken. Een nadeel van deze open wondbehandeling is dat het litteken uiteindelijk wat minder mooi kan zijn.
Bij zeer uitgebreide, meestal lang bestaande problemen die niet op andere wijze tot rust te brengen zijn, kan besloten worden tot een plastisch-chirurgische operatie. Hierbij wordt het gehele gebied in de oksel of lies verwijderd, waarna het wonddefect wordt bedekt met een huidtransplantaat. Deze grotere ingreep is slechts zelden noodzakelijk. In deze folder zal hierop niet verder worden ingegaan.
Bij
een abces is een spoedoperatie nodig. Onder plaatselijke verdoving maakt de arts
een snee in het abces zodat de inhoud goed weg kan stromen en de abcesholte goed
kan worden schoongespoeld. De wond wordt meestal open gelaten.
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo zijn ook bij deze operaties de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding of wondinfectie.
Het
zal duidelijk zijn dat de kans op een infectie bij deze ingreep groter is. Het
is mogelijk dat de ontsteking in de zweetklieren zich, ondanks de operatie, gaat
uitbreiden naar de omgeving. Daardoor kan een volgende operatie noodzakelijk
worden.
Indien
de ingreep onder plaatselijke verdoving is uitgevoerd, zal deze één tot twee
uur later uitgewerkt zijn. Als de verdoving uitgewerkt is, kunt u wat
pijnklachten hebben, waarvoor u pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken.
Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de
ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben.
Zolang
de wond open is, moet u vanaf de dag na de ingreep het wondgebied dagelijks
twee- tot driemaal douchen of wassen met 'zeepvrije' zeep (Ph-neutraal) of een
‘zeepvrije' douchegel. Met behulp van de douchekop kunt u de wond goed schoon
spoelen. Daarna moet u het wondgebied
droog deppen en met een gaasverband bedekken.
Bij
ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. Eventuele
hechtingen kunnen na ongeveer één week verwijderd worden. In het algemeen is
de wond binnen drie tot vier weken helemaal dicht.
Een aantal leefregels is van belang als u een zweetklierontsteking heeft of heeft gehad:
|
Houd
dagelijks de oksels en de liesgebieden goed schoon, bijvoorbeeld door die
gebieden goed te douchen. | |
|
Gebruik
een 'zeepvrije' zeep (pH-neutraal) of
'zeepvrije' douchegel. | |
|
Dep
de gebieden na het wassen goed droog. | |
|
Gebruik
geen poeders in de oksels of in de liezen. | |
|
Draag
geen strakzittende of schurende kleding. Als ondergoed voldoen
‘boxer-shorts’ doorgaans goed. | |
|
Gebruik
alleen een deodorant zonder transpiratieremmer. |
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
(Hernia inguinalis)
Inleiding
Deze
folder geeft u informatie over een liesbreuk en de meest gebruikelijke behandelingsmogelijkheden.
Het is goed u te realiseren dat voor u
persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Een liesbreuk
Een breuk (hernia) is een uitstulping van het buikvlies door een zwakke plek of opening in de buikwand. De breuk is herkenbaar als een zwelling ter plaatse. De breukpoort is de opening of verzwakking in de buikwand. Deze kan ontstaan door aangeboren factoren of door uitrekking van de buikwand. Uitrekking kan optreden in de loop van het leven, bijvoorbeeld door toename in lichaamsgewicht, persen, veel hoesten, vaak zwaar tillen. Het is mogelijk dat de uitstulping van het buikvlies - de breukzak genoemd - een gedeelte van de buikinhoud bevat. Bij verhoging van de druk in de buik (zoals bij staan, bij persen of hoesten) kan er meer buikinhoud in de uitstulping (= de breukzak) komen. De breuk wordt dan groter.
Bij
een liesbreuk bevindt de uitstulping zich in de liesstreek.
Een
liesbreuk verdwijnt nooit vanzelf en kan groter worden. Dat kan dan meer
klachten gaan geven. Een enkele keer komt het voor dat een breuk bekneld raakt.
Dan zit de breukinhoud, die meestal plotseling is toegenomen, vastgeklemd in de
breukpoort. Dat gaat gepaard met veel pijn. Een spoedoperatie is dan nodig.
Diagnose
en onderzoek
De
arts stelt de diagnose aan de hand van de bevindingen bij het lichamelijk
onderzoek. Aanvullend onderzoek is in het algemeen niet nodig. De arts kan bij
u, terwijl u staat, de breuk meestal gemakkelijk vaststellen.
Wanneer
een breuk bij u is geconstateerd zal de arts met u bespreken, hoe in uw geval de
breuk behandeld kan worden. In het algemeen zal u een operatie worden
geadviseerd. Een breukband wordt nog maar zelden voorgeschreven.
De operatie
Afhankelijk van de omstandigheden kan de operatie worden uitgevoerd in dagbehandeling of tijdens een kortdurende opname in het ziekenhuis. De anesthesist zal met u bespreken of de operatie onder verdoving met behulp van een prik in de rug of onder algehele anesthesie (narcose) kan plaatsvinden.
Er zijn verschillende technieken om liesbreuken te herstellen. Deze technieken zijn terug te voeren tot twee methoden:
|
De benadering van de breuk van voren. |
Hierbij wordt de operatie uitgevoerd via een snede nabij de breuk. De uitstulping van het buikvlies wordt opgeheven. Zo nodig wordt de opening of zwakke plek in de buikwand hersteld. Daarbij wordt de buikwand verstevigd, gebruik makend van het weefsel van de buikwand zelf (een 'plastiek' genoemd) of door een stukje kunststof in te hechten. Dit kunststof materiaal is veilig en wordt doorgaans goed door het lichaam geaccepteerd
|
De benadering van de breuk van achteren. |
Bij deze methode wordt de breuk vanuit de binnenzijde van de buikwand behandeld. De uitstulping (breukzak) wordt opgeheven en de opening of zwakke plek in de buikwand wordt verstevigd met behulp van een stukje kunststof. Dit kunststof materiaal is veilig en wordt goed door het lichaam geaccepteerd. De operatieve benadering van de breuk vanuit de binnenzijde kan met behulp van gewone operatietechnieken of door middel van een kijkoperatie. Bij de kijkoperatie worden via een aantal gaatjes in de buikhuid instrumenten en een camera, die verbonden is met een TV-monitor, naar binnen gebracht. De arts kan via de camera zijn handelingen zien op het TV-scherm.
Deze
nieuwe methoden zijn niet voor iedere patiënt geschikt. Bijvoorbeeld als de
breuk niet terug in de buik te duwen is kan deze methode niet worden uitgevoerd.
De arts zal met u bespreken welke techniek in uw geval het beste lijkt. Een liesbreukoperatie duurt meestal drie kwartier tot een uur.
Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo zijn ook bij deze operaties de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking,
Een geringe uiting van een bloeding kunt u na enkele dagen herkennen in de vorm van een blauwe verkleuring in het wondgebied, die kan uitzakken naar de basis van de penis en de balzak bij de man en naar de grote schaamlip bij de vrouw. Dat is niet verontrustend.
Het resultaat van de operatie kan goed lijken. Toch kan het voorkomen dat na verloop van tijd bij een klein aantal van de geopereerde patiënten er op dezelfde plaats opnieuw een breuk ontstaat (een recidief breuk). Meestal zal er dan weer een operatie nodig zijn.
Omdat in het operatiegebied enkele zenuwen lopen - bij de man ook nog de zaadstreng - is een beschadiging van deze structuren denkbaar. Deze complicaties treden gelukkig zelden op. De consequentie van schade aan een zenuw kan zijn gevoelloosheid of soms juist een blijvende pijnklacht rond het operatiegebied.
Na de operatie
Na de operatie zal het
operatiegebied pijnlijk zijn. Tegen de pijn kunt u pijnstillers
als paracetamol gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het
is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben.
Korte tijd na de operatie is het vaak raadzaam het wondgebied wat te ondersteunen met uw hand, met name bij drukverhoging (hoesten, persen).
Afhankelijk van de operatiemethode, de grootte van de ingreep en individuele factoren zult u na ontslag nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. Ook het hervatten van uw dagelijkse activiteiten en de mogelijkheid om weer wat te tillen zullen daarvan afhankelijk zijn. De arts zal u enkele adviezen daarover geven.
Het ontslag
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. De hechtingen kunnen na een week worden verwijderd. Dat kan bij de huisarts of het wordt tijdens een poliklinische controle gedaan. Er wordt ook wel gebruik gemaakt van oplosbare hechtingen, die niet verwijderd hoeven te worden.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
LIESBREUK EN WATERBREUK BIJ KINDEREN
Inleiding
Deze
folder geeft u informatie over de waterbreuk of de liesbreuk bij uw kind. Het
is goed u te realiseren dat de situatie voor iedereen weer anders kan
zijn dan beschreven.
Tijdens
de zwangerschap ontstaat al in een vroeg stadium in het liesgebied van de foetus
een uitstulping van het buikvlies via de buikwand (het lieskanaal). Bij
jongetjes zullen hierlangs in een latere fase de zaadbal en de zaadstreng vanuit
de buik indalen naar het scrotum (balzak). Bij meisjes ontstaat hierin een
ophangband van de baarmoeder naar de grote schaamlip.
De uitstulping van het buikvlies verdwijnt na de geboorte doorgaans door verkleving. Wanneer deze niet geheel verkleeft en er zich in het opengebleven gebied vocht verzamelt, is er sprake van een waterzakbreuk (hydrocele). Zo’n waterzakbreuk kan rondom de zaadbal ontstaan (hydrocele testis) of langs de zaadstreng (hydrocele funiculi). Wanneer de sluiting (verkleving) van de buikvliesuitstulping helemaal achterwege blijft, kan er vocht of buikinhoud – zoals buikvet of darmen – in de uitstulping komen. We hebben dan te maken met een liesbreuk.
Liesbreuken
komen vaker bij jongetjes voor dan bij meisjes, waterbreuken uitsluitend bij
jongetjes.
Over het algemeen hebben kinderen weinig last van deze afwijking. Er is een zichtbare bult in een of beide liezen die al of niet wegdrukbaar is. Soms echter kan het gepaard gaan met pijnklachten, misselijkheid en zelfs braken. In uitzonderlijke gevallen kan de buikinhoud in de breuk beklemd raken.
De behandeling is altijd operatief. De operatie wordt uitgevoerd onder algehele anesthesie (narcose) in dagbehandeling of gedurende een korte opname.
De
operatie gaat via een snede in de lies die na de ingreep met hechtingen wordt
gesloten. Afhankelijk van het hechten van de snede met niet-oplosbare of
oplosbare hechtingen moeten deze na enkele dagen al dan niet worden verwijderd.
In
het geval van een waterbreuk waarbij de buikvliesuitstulping gedeeltelijk dicht
is gegaan, wordt de ingang van de uitstulping opgezocht en dichtgemaakt. Is de
buikvliesuitstulping geheel opengebleven dan wordt hetzelfde gedaan en wordt de
breukzak bovendien vaak verwijderd. Uiteraard wordt, als er sprake is van een
liesbreuk, eerst de inhoud van de breukzak (bijvoorbeeld een darmlis) in de
buikholte teruggebracht.
Geen
enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze
operaties de normale risico's op complicaties van een operatie. Deze zijn echter
niet groter dan bij andere operaties. Soms ontstaat er een bloeduitstorting of
wondinfectie en ook een ontsteking van de ader waar het infuus heeft gezeten
komt wel eens voor. Het zijn onschuldige complicaties die vanzelf genezen. De
kans dat de liesbreuk terug komt is niet groot. Wel is er een kans dat later
blijkt dat er aan de andere kant ook een aangeboren liesbreuk bestaat.
Na de operatie
| Activiteiten |
Kinderen geven over het algemeen prima zelf aan wat ze wel en niet kunnen. Meestal hebben ze weinig pijn en kunnen na enkele dagen bijvoorbeeld weer naar school.
| Eten
en drinken |
Als gevolg van de operatie heeft uw kind waarschijnlijk weinig eetlust op de dag na de operatie. Dit zal langzaam weer terugkomen. Probeert u er wel voor te zorgen dat uw kind regelmatig een beetje drinkt en iets eet. Ten gevolge van de narcose kan uw kind aanvankelijk wat misselijk zijn en zal plat liggen dan als het prettigste ervaren. Een paar keer overgeven is niet verontrustend maar mocht uw kind blijven braken neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
| Pijn |
Iedereen reageert anders op een operatie en narcose. U heeft een recept voor pijnstillers meegekregen. Indien deze onvoldoende werken of de pijn toeneemt moet u contact opnemen met de huisarts of het ziekenhuis.
| Koorts |
Geringe verhoging tot 38,5 °C is een normale reactie na een operatie. Stijgt de temperatuur hierboven dan is het verstandig even te bellen met de huisarts of het ziekenhuis.
Wondverzorging
Op de dag na de operatie mag uw kind kort douchen of even in bad. Na een dag of
drie kan dat weer de normale tijd duren. Mocht de pleister van de wond afgaan
dan kunt u deze verder weglaten. De wondcontrole op de polikliniek vindt
ongeveer een week na de operatie plaats. U krijgt hiervoor een afspraak mee. Tot
één week na de operatie mag uw kind niet sporten of wilde spelletjes doen.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
ORCHIDOPEXIE/ ORCHIDOFUNICULOLYSIS
BIJ KINDEREN
Het
plaatsen van de zaadbal (testis) in de balzak (scrotum)
Inleiding
Deze
folder geeft u een overzicht van de afwijking en behandeling van de niet in het
scrotum ingedaalde testis. Het is goed u te
realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
De
testikel bevindt zich niet in het scrotum en kan daar ook niet door uitwendige
massage in worden gebracht. Deze situatie is ongewenst omdat daardoor de normale
ontwikkeling van de zaadbal wordt bedreigd en daarmee de productie van
zaadcellen en mannelijke geslachtshormonen. Van alle geboren jongens hebben er vier à zeven per duizend één of twee niet ingedaalde
zaadballen.
Hoe
ontstaat dit?
Tijdens de zwangerschap ontstaat al in een vroeg stadium in het liesgebied van de foetus een uitstulping van het buikvlies via de buikwand (het lieskanaal). Bij jongetjes zullen hierlangs in een latere fase de zaadbal en de zaadstreng vanuit de buik indalen naar het scrotum (balzak). Deze indaling kan op verschillende niveaus stagneren. De (eventuele) behandeling is afhankelijk van de mate waarin de zaadbal is ingedaald. Onderscheiden kunnen worden:
|
Retractiele testis: hierbij is de zaadbal in feite normaal ingedaald in het scrotum maar wordt door spierwerking eruit getrokken tot hoog in het lieskanaal. De zaadbal is wel in het scrotum te masseren en blijft daar dan ook spontaan liggen totdat de spieren zich weer aanspannen | |
|
Retentio testis: Hierbij ligt de zaadbal wel ergens in het normale indalingstraject, maar kan meestal niet in het scrotum gemasseerd worden. Soms lukt het wel maar de zaadbal blijft nooit spontaan in het scrotum liggen | |
|
Ectopische
testis: Hierbij is de zaadbal ook nog buiten het normale indalingstraject gelegen. | |
|
Cryptorchisme: Hierbij is de zaadbal helemaal niet te ontdekken. |
De retractiele testis behoeft geen behandeling. Bij de retentio testis en de ectopische testis is een operatie de enige behandeling. Bij cryptorchisme moet eerst nader onderzoek plaatsvinden. Komt het eenzijdig voor, dan wordt met een kijkoperatie (laparoscopie) gekeken of de zaadbal aanwezig is en zo ja, waar die niet ingedaalde zaadbal ligt. Komt het beiderzijds voor, dan is nader onderzoek (hormoononderzoek) aangewezen of er wel een zaadbal aanwezig is.
Dit
is uiteraard afhankelijk van het tijdstip waarop de afwijking wordt ontdekt.
Indien dit gebeurt voor het einde van het tweede levensjaar, wordt algemeen
aangeraden de operatie aan het einde van het tweede levensjaar te verrichten.
Dit ondanks het feit dat er geen goede bewijzen zijn dat het een beter resultaat
zou geven, en ondanks het feit dat de discussie over de voors en tegens van de
vroege operatie nog niet is gesloten. Wanneer de diagnose later wordt gesteld,
zijn er weinig argumenten om tot directe behandeling over te gaan. Het tijdstip
kan aangepast worden aan de persoonlijke omstandigheden.
Het
is bij de behandeling van belang dat de chirurg de voorgeschiedenis nauwkeurig
kent met betrekking tot de lokalisatie van de testikels. Het is verstandig de
gegevens van het consultatiebureau en eventueel de schoolartsendienst op te vragen.
De
operatie wordt verricht onder algehele anesthesie (narcose) in dagbehandeling of
in een kortdurende opname.
Bij de retentio testis en de ectopia testis wordt via een sneetje in de lies de zaadbal met zaadleider opgezocht en vrijgemaakt. Via een sneetje onder in de balzak wordt de zaadbal naar beneden gehaald.
Geen enkele operatie is zonder risico's. Zo is ook bij deze operatie de normale kans aanwezig op complicaties. Er zijn vroege en late complicaties. Tot de vroege complicaties horen eigenlijk alleen de problemen met de wondgenezing en bloeduitstortingen in het operatiegebied. De late complicaties kunnen zijn een onbevredigend cosmetisch resultaat, toch een uitblijven van de normale ontwikkeling van de zaadbal en eventueel beschadiging van de structuur in de zaadstreng.
Na de operatie
|
Pijn |
In de eerste dagen zal uw zoon pijn hebben die vrij snel zal afnemen. U kunt hem hiervoor paracetamol geven.
|
Eten
en drinken |
Het is mogelijk dat uw zoon als gevolg van de narcose wat misselijk is. Hij kan dan het beste maar een beetje drinken en later, als alles goed gaat, wil hij spontaan meer hebben. Het kan zijn dat hij een keer moet overgeven.
|
Koorts |
Het is normaal dat kinderen de eerste tijd na een operatie een lichte verhoging tot ongeveer 38,5 °C hebben. Deze verhoging neemt in de loop van enkele dagen af tot normaal.
|
Wondverzorging |
De dag na de operatie kan het verband worden verwijderd en mogen de wonden nat worden. Bij luierkinderen moet de luier regelmatig worden verschoond om langdurig contact met urine of ontlasting te voorkomen.
|
Activiteiten |
Over
het algemeen geven kinderen zelf heel goed aan wat kan en wat niet kan. De
oudere kinderen kunnen na enkele dagen weer naar school, maar ze mogen dan nog
niet fietsen of meedoen met gymnastiek, zwemmen of andere sporten.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
Problemen?
Mochten zich nog problemen voordoen dan kunt u het beste contact opnemen met de polizuster via 0299-457134.
laatst bijgewerkt 27-07-05
![]()