Borstafwijkingen bij vrouwen komen veel voor. Men kan een verandering aan de
borst of een knobbeltje in de borst hebben gevoeld. Ook al zijn dit vaak
tamelijk onschuldige afwijkingen, toch is het nodig om bij een verandering aan
de borst uit te laten zoeken wat er aan de hand is.
Het
is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie
voor iedereen weer anders kan zijn. De ontdekking van een knobbel in de borst
is voor veel vrouwen een onthutsende ervaring. Na de eerste schrik volgt de
angst. Angst voor kanker, angst voor de mogelijke narigheid van onderzoek en
behandeling. Zo'n reactie is heel normaal. We kunnen uw angst niet wegnemen,
al is gelukkig het grootste deel van de knobbels goedaardig. Slechts in een
minderheid van de gevallen hebben we met kwaadaardige gezwellen te maken. En
zelfs als we te maken hebben met een kwaadaardig gezwel, komen tegenwoordig
veel vrouwen de ziekte weer te boven, al is daarvoor een tamelijk ingrijpende
behandeling nodig.
Uit
voorzorg is het noodzakelijk dat elke knobbel in de borst door een arts wordt
onderzocht. In dit boekje willen we u in het kort wat algemene dingen
vertellen over oorzaken die tot een knobbel in de borst kunnen leiden en over
dat borstonderzoek. Vanzelfsprekend zult u de nodige informatie in de eerste
plaats van uw arts krijgen, maar dit boekje kan daarbij een hulpmiddel zijn.

Zelf
borstonderzoek doen is niet gemakkelijk: hoe moet u uw borsten onderzoeken,
wat behoort u te voelen en wat is abnormaal? Een antwoord op deze vragen is
niet eenvoudig. Toch is er wel iets te zeggen over wat normaal is bij borsten.
Onder de gladde huid van uw borsten voelt het bobbelig aan. De bobbeltjes die
u voelt zijn de melkklieren. Zij zijn over het algemeen vrij zacht en voelen
in beide borsten hetzelfde aan. Samen vormen de melkklieren het borstklierweefsel. Om de melkklieren heen ligt vet- en bindweefsel (ook wel het steunweefsel genoemd). Wanneer u uw
borsten in de spiegel bekijkt, zult u waarschijnlijk zien dat ze niet volkomen
gelijk zijn. Dat is bij de meeste vrouwen het geval: de ene borst is (soms)
iets groter dan de andere of de ene tepel zit iets hoger dan de andere.
Sommige vrouwen hebben altijd al een of twee ingetrokken tepels gehad. Er zijn
vrouwen die voor de menstruatie last hebben van wat gezwollen en pijnlijke
borsten. Ook kunnen zij dan knobbeltjes voelen. Over het algemeen gaat het om
onschuldige verschijnselen die vaak samenhangen met hormonale veranderingen in
het lichaam.
Borstkanker kan nog niet voorkomen worden. Hoe eerder borstkanker wordt
ontdekt, des te groter de kans op genezing
is. Regelmatig zelfonderzoek is dan ook raadzaam, ook als er geen klachten
zijn. Er zijn uitstekende instructies gemaakt waarin precies staat beschreven
waar u bij zelfonderzoek op moet letten en wat u precies moet doen. Deze
instructies zijn beschreven op een zogenaamde badkamerkaart die u bij de
apotheek kunt krijgen. Mocht u zich zorgen maken over wat u voelt in het
borstklierweefsel dan is het verstandig naar uw huisarts te gaan.
|
Aanvullende informatie kunt u lezen in de KWF-folders
‘Borstafwijkingen’ en ‘Borstzelfonderzoek’ |
Omdat borstkanker vaker voorkomt bij oudere vrouwen, heeft de Nederlandse
overheid een gratis bevolkingsonderzoek ingesteld voor vrouwen van 50 tot 75
jaar. Elke twee jaar worden vrouwen door de lokale en/of regionale GG & GD
opgeroepen voor een mammografie (röntgenfoto's van de borsten).
Overigens blijkt bij een groot deel van de vrouwen, die op basis van een
mogelijke afwijking bij het bevolkingsonderzoek worden doorverwezen naar de
chirurg, dat de zogenaamde afwijking onschuldig is en dus niet leidt tot een
verdere behandeling!
Bij klachten van de borst ten tijde van het bevolkingsonderzoek dient men
dit aan de onderzoeksunit of aan de eigen huisarts te melden. De mammografie
in het kader van het bevolkingsonderzoek is als screeningsonderzoek dan minder
geschikt. De meer uitgebreide diagnostische mammografie in het ziekenhuis
geniet de voorkeur ter eventuele vaststelling of uitsluiting van
borstafwijkingen.
Bij klachten en/of voelbare afwijkingen tussentijds, dat wil zeggen in de tijd tussen de tweejaarlijkse bevolkingsonderzoeken in, is het verstandig om voor eventueel onderzoek en advies bij de eigen huisarts langs te gaan.
Wacht
niet op dit onderzoek om mogelijke afwijkingen in de borst uit te sluiten.
Het
tweejaarlijkse bevolkingsonderzoek is
namelijk
geen garantie!
Wanneer u onder behandeling of controle bent voor borstkanker, vervalt
deelname aan het bevolkingsonderzoek; in principe wordt er jaarlijks in het
ziekenhuis een mammografie vervaardigd.
Behalve
een knobbeltje in de borst kunnen er nog andere afwijkingen zijn:
Een verdikt strengetje naast de tepel.
Deukjes of kuiltjes in de huid.
Een tepel die sinds kort naar binnen trekt.
Een verandering van de tepel waarbij verschijnselen optreden als roodheid,
schilfertjes en een soort eczeem.
Vocht uit de tepel (waterig, melkachtig, soms ook wat bloederig); overigens duidt afscheiding uit de tepel - zelfs van bloederig vocht - zelden op borstkanker.
Pijn in de borst op een plek waar ook het klierweefsel anders aanvoelt. Pijn
is op zichzelf geen teken dat er een afwijking in de borst is. Hebt u
voortdurend aanhoudende pijn in een van uw borsten, bespreek dan met uw arts
in hoeverre regelmatig onderzoek op borstafwijkingen wenselijk is.
De
meest voorkomende verandering in de borst is een 'knobbeltje'. Hiermee wordt
een verdikking bedoeld die anders aanvoelt dan de bobbeligheid die u normaal
opmerkt. Knobbeltjes kunnen heel verschillend aanvoelen. Het kan een plek zijn
die niet echt rond is, maar wat stugger en harder aanvoelt dan de rest van het
klierweefsel. Soms is het knobbeltje rond en glijdt het onder de vingers weg
als een knikker. In de meeste gevallen doet een knobbeltje geen pijn.
Alleen
medisch onderzoek kan uitwijzen of een verandering in en/of aan de borst goed-
of kwaadaardig is.
Om
te begrijpen hoe een knobbeltje of gezwel (tumor)
kan ontstaan, volgt eerst een uitleg over weefselgroei. Het weefsel waaruit
ons lichaam is opgebouwd, bestaat uit miljarden cellen. Iedere cel heeft een
beperkte levensduur en moet dus steeds vervangen worden. Dit gebeurt door
celdeling.
Celdeling gaat als volgt:
Iedere cel heeft een kern, deze kern deelt zich in tweeën, de cel snoert zich
in en er ontstaan twee cellen met ieder een eigen kern, deze twee cellen delen
zich weer in vier cellen en dat gaat zo maar door. Normaal gesproken komen er
evenveel nieuwe cellen bij als dat er oude afsterven. Als er echter meer
cellen bijkomen dan er afsterven, ontstaat een soort wildgroei. De balans
wordt verstoord en de cellen die te veel zijn, verdringen de normale cellen.
Er is dan sprake van een tumor en dit voelt u als een knobbeltje in de borst.
Een tumor kan goedaardig of kwaadaardig zijn.
Een
goedaardige (benigne) tumor drukt het omringende weefsel opzij zonder al te
veel schade aan te richten. De tumor kan het omringende weefsel echter
belemmeren in zijn functie. In die gevallen is het wenselijk dat zij operatief
verwijderd wordt. Een veel voorkomende goedaardige tumor is de bindweefselknobbel.
Deze knobbel ontstaat door wildgroei in het bindweefsel. Zij drukt het
omringende weefsel opzij, maar tast gezonde cellen niet aan. Dit geldt ook
voor de vetweefselknobbel,
een goedaardige tumor die ontstaat vanuit het vetweefsel in de borst.
Vetweefselknobbels voelen in het algemeen zacht aan. Een cyste is een andere veel voorkomende goedaardige aandoening.
Het is eigenlijk geen gezwel, maar een met vocht gevulde holte. Een cyste kan
ontstaan door een verstopping van een uitvoergangetje van de melkklieren.
Vooral als de borsten gespannen zijn, is een cyste goed te voelen als een
ronde, stevige knobbel. Er kunnen meerdere cysten in een of beide borsten
voorkomen.
Mastopathie
is een aandoening waarbij verschillende goedaardige
afwijkingen van het borst-klierweefsel samen optreden. Vaak gaat het om
verspreid voorkomende afwijkingen in beide borsten. Het klierweefsel is zeer
compact; de borsten voelen stevig aan en kunnen heel gevoelig zijn. Klachten
ten gevolge van mastopathie kunnen het dagelijks leven van een vrouw sterk beïnvloeden.
Vrouwen met mastopathie die behoefte hebben aan het uitwisselen van
ervaringen, kunnen terecht bij: Stichting Begeleidingsgroep voor Vrouwen met
Mastopathie (SBVM), Postbus 2238, 5202 CE 's Hertogenbosch, telefoon
073-6212134.
Bij een kwaadaardige (maligne) tumor dringen de cellen de omringende
weefsels wel binnen en tasten deze ook aan. Bovendien kunnen cellen van een
kwaadaardig gezwel zich door het lichaam verspreiden. Op deze manier ontstaan
op andere plaatsen in het lichaam ook tumoren. Dit noemen we uitzaaiingen of
metastasen. Alleen wanneer er sprake is van een kwaadaardig gezwel spreken we
van kanker. Afhankelijk van de plaats in het lichaam waar de eerste
kankercellen zijn ontstaan, hebben we te maken met een bepaald soort kanker.
Bij cellen die in de borst zijn ontstaan, heet het dan ook borstkanker.