Naast een systeem van bloedvaten hebben wij in ons
lichaam nog een systeem: het
lymfestelsel (zie afbeelding). Het lymfestelsel bestaat uit lymfevaten en
lymfeweefsel (klieren en andere organen). Het lymfestelsel is een nuttig
systeem om allerlei afvalstoffen uit het lichaam te vervoeren.
De lymfevaten vormen de kanalen van het
lymfestelsel. Deze kanalen worden vanuit het weefsel gevuld met een kleurloze
vloeistof, de lymfe. In de lymfe worden afvalstoffen uit het lichaam
opgenomen. Ook bevinden zich witte bloedcellen in de lymfe. Via steeds grotere
kanalen komt dit weefselvocht uiteindelijk in de bloedbaan terecht. Voordat de
lymfe in het bloed komt, passeert zij tenminste één lymfeklier. De
lymfeklieren zijn te beschouwen als een soort zuiveringsstation. Hier worden
bacteriën en virussen en andere ziekteverwekkers onschadelijk gemaakt. Verder
worden afvalstoffen uit de lymfe gefilterd.
De lymfeklieren bevinden zich op verschillende
plaatsen in ons lichaam zoals in de hals (A), oksels (B), luchtpijp (C),
longen (D), buikholte (E), darmen en bekkenstreek (F) en in de liezen (G).
In het lymfeweefsel bevinden zich witte bloedcellen,
de lymfocyten genaamd. Lymfocyten worden in het beenmerg, in de lymfeklieren
en in de milt aangemaakt. Deze lymfocyten circuleren in de lymfe en in het
bloed. Zij spelen een belangrijke rol bij de bestrijding van ziekteverwekkers
en de productie van afweerstoffen.
Normaal
gesproken wordt het lymfevocht naar de bloedbaan afgevoerd zonder dat u dit
merkt. Als er lymfeklieren verwijderd zijn, bijvoorbeeld uit de oksel, kunnen
er problemen ontstaan wanneer het lichaam een grotere hoeveelheid lymfevocht
moet afvoeren dan gewoonlijk. Dit kan als gevolg van een infectie,
overbelasting of warmte. Het lymfevocht kan niet meer zo snel worden
afgevoerd. Het vocht hoopt zich op in bijvoorbeeld de arm waardoor deze dik
kan worden (lymfoedeem). Lymfoedeem kan ook ontstaan als gevolg van de
nabehandeling van kanker. De bestraling kan namelijk de lymfeklieren
beschadigen, waarna ze minder goed functioneren. Lymfoedeem kan direct na de
behandeling optreden, maar ook pas jaren later.
De
eerste klacht bij lymfoedeem is meestal het opzwellen van de
hand. Soms ontstaat er ook pijn, vaak in de vorm van tintelingen en een
strak, gespannen of moe gevoel in de arm. Bemerkt u een lichte zwelling, geef
uw arm dan rust en leg hem ’s nachts op een kussen. Neemt de zwelling
ondanks deze maatregel niet af, raadpleeg dan de behandelend specialist of
huisarts. Zij kunnen u eventueel doorverwijzen naar fysiotherapeuten die
gespecialiseerd zijn in de behandeling van lymfoedeem.
Door een aantal voorzorgsmaatregelen te nemen, kunt
u zelf meehelpen om lymfoedeem zoveel mogelijk te voorkomen.
Lymfoedeem kan worden veroorzaakt door een infectie
ten gevolge van een wondje. Ontsmet wondjes altijd goed met jodium, sterillon
of betadine. Ontstaat er toch een ontsteking, vraag dan advies aan uw
huisarts. Deze kan eventueel antibiotica voorschrijven.
Met
de volgende voorzorgsmaatregelen kunnen wondjes voorkomen worden:
draag handschoenen in het huishouden en in de tuin
bij werkzaamheden waarbij u zich kunt verwonden;
wees behoedzaam bij het koken en bij gebruik van
strijkbout, hete oven en heet water, zodat u brandwondjes voorkomt;
bij het ontharen kunt u beter geen scheermesje
gebruiken;
bij de nagelverzorging kunt u beter een vijl
gebruiken in plaats van een schaar om beschadiging van uw nagelriemen te
voorkomen;
door het soepel houden van uw huid met een pH
neutrale crème hebt u minder kans op barstjes en kloofjes;
let
erop bij injecties en infuusnaalden, dat u liefst niet geprikt wordt in de arm
aan de geopereerde zijde.
Bij intensief gebruik van de spieren komt er extra
bloed in de spieren om hen van ‘brandstof’ te voorzien. Een gedeelte van
dit bloed moet afgevoerd worden via het lymfestelsel. Wanneer de lymfeklieren
in de oksel verwijderd zijn, is de capaciteit van het lymfestelsel echter
kleiner geworden. Daardoor kan er vocht in de arm blijven zitten: er ontstaat
lymfoedeem.
Het is belangrijk dat u uw arm in de eerste 4 tot 6
weken na de operatie niet te zwaar belast. In deze weken herstellen de
lymfevaten rond het litteken zich namelijk nog gedeeltelijk. Daarom adviseren
wij u om niet te zwaar te tillen. U mag uw arm wel gebruiken bij lichte
dagelijkse activiteiten. Als het na deze periode goed gaat met de arm en als u
goede controle hebt over het gebruik ervan, dan kunnen activiteiten als
fietsen, autorijden, huishoudelijk werk, hobby’s en werkhervatting rustig
aan opgebouwd worden. Houdt u daarbij wel uw arm in de gaten en overbelast
deze zeker niet.
Als uw lichaam wordt blootgesteld aan te veel warmte
(sauna, zonnebaden e.d.), kan ook lymfoedeem ontstaan. Dit wil niet zeggen dat
u nooit meer in de zon mag zitten. Ook hier geldt weer: kijk wat uw arm kan
hebben. Dit is bij iedereen verschillend. Zoek bijvoorbeeld in de zomerhitte,
schaduwrijke plaatsen (parasol) op. Aanbevolen wordt om tijdens de
vorstperiode handschoenen te dragen, omdat bij kou de huid uitdroogt, waardoor
meer kans bestaat op scheurtjes in de huid, wat weer kan leiden tot een
wondje.
De voorkeur gaat uit naar een lichte borstprothese.
Bij een te zware prothese kan het schouderbandje van uw beha de lymfevaten
boven het sleutelbeen dichtdrukken. Als dat de enige lymfevaten zijn in dat
gebied die nog functioneren, kan eveneens lymfoedeem ontstaan. Het is dus aan
te raden een goed passende beha met brede schouderbandjes te dragen met een
niet te zware borstprothese.
Hier vindt u informatie over oefeningen voor
schouder en arm na een borstoperatie. Deze oefeningen zijn bedoeld om de
soepelheid van uw schouder te bevorderen. Door deze oefeningen dagelijks te
doen kunt u er zelf voor zorgen dat uw armfunctie zich weer volledig herstelt.
Van belang bij alle oefeningen is het volgende:
Ga bij het oefenen goed rechtop zitten of staan. Voer de oefeningen rustig uit, en maak geen verende bewegingen.
Het is niet de bedoeling dat u pijn voelt. Indien
dit gebeurt, moet u de beweging wat rustiger uitvoeren. U mag wel rek voelen.
Als er in het wondgebied nog vocht zit, voert u de
oefeningen wat rustiger uit. Probeer dan het gevoel van rek te vermijden.
Probeer elke dag 2 tot 4 keer te oefenen. Elke
oefening wordt10 keer herhaald, gedurende een periode van 6 weken.
Tijdens het oefenen is het belangrijk dat u blijft
doorademen. Probeer het ritme van de oefening aan te passen aan de ademhaling.
Let er op dat u de adem niet vasthoudt!
Het oefenen voor een spiegel is aan te bevelen omdat
u zodoende kunt controleren of u de oefening correct uitvoert.
|
|
Uitgangshouding:
Uitvoering: |
Ga met het
gezicht dicht naar de muur staan en zet beide handen op schouderbreedte
tegen de muur.
Kruip met
beide handen tegelijkertijd zo ver mogelijk omhoog. Houd 5 tellen vast
en kruip weer naar beneden. |
|
|
Uitgangshouding:
Uitvoering: |
Ga op de
grond zitten. Eventueel kunt u rechtop blijven staan of rechtop zitten
op een stoel. Strek de
armen naar achteren en kijk iets naar boven totdat u spanning voelt in
de schouder. Houd 5 tellen vast. Ontspan. |
|
|
Uitgangshouding:
Uitvoering: |
Ga rechtop
zitten.
Kruip met de
hand zover mogelijk over de andere schouder heen. Blijf rechtop zitten.
Houd 2 tellen vast en ga weer terug. |
|
|
Uitgangshouding:
Uitvoering: |
Ga
rechtop staan of zitten en laat de armen ontspannen hangen.
Trek de
schouderbladen zo ver mogelijk naar elkaar toe. Houd 2 tellen vast.
Ontspan. |
|
|
Uitgangshouding:
Uitvoering: |
Ga rechtop
zitten. Laat de armen ontspannen langs het lichaam hangen.
Beweeg
de schouders omhoog, naar achteren en naar beneden in een rollende
beweging. Voer de beweging heel langzaam uit. |
|
|
Uitgangshouding:
Uitvoering: |
Ga rechtop
staan. Leg de handen losjes op de schouders. Draai grote
kringen met de ellebogen alsof je aan het kanoën of borstcrawlen bent.
Vooruit en achteruit draaien. Voer de beweging langzaam uit. |
|
|
Uitgangshouding:
Uitvoering: |
Ga op de rug
liggen. Buig de knieën en zet de voeten plat op de grond. Strek de armen
en vouw de handen in de bidgreep.
Beweeg de gestrekte armen zo
ver mogelijk langs de oren omhoog. Gebruik de goede arm om de andere arm
te begeleiden. Houd 2
tellen vast. Ga langzaam weer terug. |
|
|
Uitgangshouding:
Uitvoering: |
Ga rechtop
zitten. De armen hangen langs het lichaam.
Hef de
gestrekte armen (met de handpalmen naar boven gedraaid) zo ver mogelijk
tot boven uw hoofd. Ga langzaam weer terug. |
Mocht u ondanks de voorzorgsmaatregelen toch
lymfoedeem krijgen, dan blijft het belangrijk om de genoemde richtlijnen in acht
te nemen.
Deze voorzorgsmaatregelen blijven altijd gelden,
want over 10 jaar loopt u nog steeds het risico lymfoedeem te krijgen. Immers,
de lymfe afvoer van uw arm blijft beperkt.
Als u na het lezen van deze informatie nog behoefte
aan meer informatie of vragen heeft, kunt u contact opnemen met de afdeling
therapeutische zorg van het Waterlandziekenhuis te Purmerend. Op deze afdeling
kan ook, op voorstel van de specialist, de functie van de arm en/of lymfoedeem
worden behandeld.
|
Aanvullende informatie kunt u lezen in de
KWF-folder ‘Lymfoedeem bij kanker’ of op
www.lymfoedeem.nl
|
laatst bijgewerkt 01-03-10