Heup

 

Het heupgewricht wordt gevormd door de heupkom (acetabulum) en de heup- of femurkop (caput femoris) De heupkom is een onderdeel van het bekken en de heupkop maakt deel uit van het dijbeen (femur). De heupkop is via de nek (collum) verbonden met de schacht van het dijbeen. Het heupgewricht vormt de schakel tussen het bekken en het bovenbeen.

Het betreft hier een zogenaamd kogelgewricht, waardoor het bovenbeen ten opzichte van het bekken in nagenoeg alle richtingen kan bewegen. Hierdoor is het mogelijk het bovenbeen ten opzichte van het bekken naar voren te bewegen, dit wordt buigen (flexie) van het heupgewricht genoemd. Het naar achteren bewegen wordt het strekken (extensie) genoemd. Het bovenbeen van het bekken afvoeren (naar buiten bewegen) wordt abductie en het bovenbeen ten opzichte van het bekken aanvoeren (naar binnen bewegen) wordt adductie genoemd. Tenslotte kan het bovenbeen naar binnen (endorotatie) en naar buiten (exorotatie) worden gedraaid.

Het gewricht is omgeven door gewrichtskapsel. Het gewrichtskapsel wordt verstevigd door banden. De bewegingen van het heupgewricht worden in feite alleen beperkt door het gewrichtskapsel. Hierdoor is het buigen beperkt tot 100į, het strekken tot 20į, het afvoeren tot 40į en het aanvoeren tot 30į. Bij volwassenen is het naar binnen draaien evenals het naar buiten draaien van het bovenbeen beperkt tot 30į. Jonge kinderen kunnen het bovenbeen 50į naar binnen en naar buiten draaien.


 

Gebroken heup of heupfractuur

Een gebroken heup is een serieus gezondheidsprobleem vooral omdat het vaak oudere en bejaarde mannen en vrouwen overkomt die vallen in hun eigen huis. In de Verenigde Staten worden er jaarlijks meer dan 320.000 mensen opgenomen wegens een gebroken heup, zowel thuis veroorzaakt als tijdens een auto- of ander ongeluk. Slechts 1 op de 4 van die patiŽnten geneest volledig. Vaak niet alleen door de soort breuk, maar ook door bijkomende gezondheidsproblemen welke natuurlijk bij deze oudere patiŽnten vaak meespelen en niet te vergeten de vaak aanwezige osteoporose (botontkalking).

 

Het heupgewricht bestaat uit een kop en een kom. De heupkop gaat over in de hals (collum) en via een tweetal verdikkingen (trochanters) waaraan krachtige spieren vastzitten, zit de hals vast aan het dijbeenbot (femur).

 

 

Diagnose

Na de val zal een patiŽnt natuurlijk veel pijn hebben. Opvallend is vaak dat het been naar buiten ligt gedraaid en korter lijkt. Erop staan is meestal niet meer mogelijk.

Uw arts zal rŲntgenfoto's nemen van uw beide heupen om te bepalen waar precies het bot gebroken is en hoever de verschillende stukken uit elkaar staan. Indien er sterke verdenking is op een breuk, zonder dat de rŲntgenfoto dit duidelijk laat zien, kan een scan worden overwogen.

De meeste heupfracturen bestaan uit een drietal types

Operatie en herstel

beeldverslag

De moderne behandeling van een heupfractuur is erop gericht u zo snel mogelijk weer op uw beide benen te laten staan, terwijl het gebroken bot nog geneest. Wij noemen dit oefen- en belasting stabiele osteosyntheses (osteo = bot, synthese = verbinden).

Een gebroken heup is een medische urgentie. De patiŽnt maakt de beste kans op overleven en genezen indien hij zo snel mogelijk weer uit het bed kan, al is het maar zitten op een stoel. Daarom zal men, hoe matig de conditie ook is, bijna altijd kiezen voor een operatie om de botten aan elkaar te zetten, of om een prothese te plaatsen.

Operatietechnieken bij een dijbeenhalsfractuur

  •  

    Operatietechnieken bij een pertrochantere fractuur

  •  

    Operatietechnieken bij subtrochantere fracturen

  •  

    Tot slot

    Uw arts zal u vertellen wanneer u mag gaan staan en lopen. Waarschijnlijk heeft u in het begin na de operatie krukken nodig, iemand die u helpt of een ander hulpmiddel. Wellicht heeft u ook fysiotherapie of andersoortige oefeningen nodig voordat u uw dagelijkse normale activiteiten weer normaal kunt uitvoeren.


  •  

    Kunstheup

    beeldverslag

    Wanneer andere maatregelen niet (meer) helpen dan is er een indicatie voor een 'nieuwe heup' (totale heupartroplastiek). Net als bij auto's zijn er verschillende merken kunstheupen. Eventueel kunt u aan uw orthopedisch chirurg vragen wat de internationale ervaring met heupprothesen is van de heup die hij van plan is bij u te plaatsen.

    Op grond van het vastzetten van de prothese in het bekken en het bovenbeen kunnen er twee typen heupprothesen worden onderscheiden. Dit betreffen de zogenaamde gecementeerde en de ongecementeerde totale heupartroplastieken.

    Bij een gecementeerde kunstheup wordt de versleten heupkop verwijderd en eventuele resten van kraakbeen worden uit de kom gefreesd. In de uitgefreesde kom wordt een kunststoffen (polyethyleen) kom geplaatst en de versleten heupkop wordt vervangen door een metalen kop, meestal een metaalmengsel van chroom-kobalt-nikkel welke met een steel in het bovenbeen wordt geplaatst. Zowel de kom als de steel worden met botcement (polymethylmetacrylaat) aan het bot verankerd.

    Bij de ongecementeerde totale heupartroplastiek worden de kom en de kop met steel niet met cement vastgezet, maar worden de kom en steel met kop zo vast mogelijk in het bot ingeklemd. Bij de ongecementeerde kunstheup is de kunststoffen kom aan de achterzijde in de regel bedekt met titanium. De steel welke in het bovenbeen wordt geplaatst is meestal ook van titanium. De kop is in de regel weer een samenstelling van chroom, kobalt en nikkel.

    De buitenzijde van zowel de steel, welke in het bovenbeen wordt geplaatst, alswel de kom is bedekt met een laagje (hydroxy apatiet) waar het bot in kan groeien zodat de nieuwe heup nog vaster komt te zitten.

    Een totale heupartroplastiek werkt zeer effectief tegen pijn. PatiŽnten kunnen weer nagenoeg normaal functioneren en worden weer onafhankelijk van anderen. Ze hebben daardoor minder kostbare verzorging nodig waardoor deze operatie economisch kosten effectief is. In Nederland worden jaarlijks meer dan 15.000 kunstheupen geplaatst. Het succes van deze operatie heeft andere operatieve technieken om de pijn te bestrijden nagenoeg volledig verdrongen (technieken zoals het doorzagen en in een betere stand plaatsen van het dijbeen om betere drukverdeling in het heupgewricht te realiseren en een verstijvingsoperatie van de heup die een pijnloze, maar volledige stijve heup oplevert).

    In geval van een beginnende slijtage bij een heup waarbij de heupkom onvoldoende overdekking van de heupkop (heupdysplasie) biedt wordt nog wel regelmatig een stuk bot welke uit het bekken wordt gehaald aan de buitenzijde van de heupkom geplaatst of wordt het bekken op drie plaatsen doorgezaagd en de kom in een betere stand geplaatst (de zogenaamde triple osteotomie) voor het verkrijgen van een betere drukverdeling op de heupkop.


     

    Risico's van kunstheup operatie

    Infectie

    De totale heupartroplastiek is niet in alle gevallen een succes. Bij 1 ŗ 2% van de gevallen treedt infectie op waardoor de totale heupartroplastiek moet worden verwijderd. Bij patiŽnten met suikerziekte (diabetes) en reuma (reumatoÔde artritis) ligt deze infectiekans zelfs drie keer hoger.

    In geval van een infectie moet de kunstheup worden verwijderd. Deze kan in de meeste gevallen na twee tot zes weken antibioticabehandeling worden vervangen. In een enkel geval is dit niet mogelijk en blijft de kunstheup permanent verwijderd. De patiŽnt heeft dan geen heupkop meer. Doordat de heup is verwijderd is er een beenlengteverschil ontstaan van vijf tot zes cm. De betrokken patiŽnt heeft weinig klachten, doch loopt wel met een zwik en heeft in verband met het beenlengteverschil aangepast schoeisel nodig.

    Om de infectiekans zo gering mogelijk te maken werkt de orthopedisch chirurg onder uiterst steriele omstandigheden. Bovendien krijgen de mensen in de regel net voor en direkt na de operatie gedurende ťťn dag antibiotica toegediend om de kans op infectie zo klein mogelijk te houden.

    Botvorming rond de nieuwe heup

    In een groot aantal gevallen treedt er botvorming rond de nieuwe heup op. In 2% van de gevallen geeft dit aanleiding tot pijnklachten en stijfheidsverschijnselen. De klachten beginnen ongeveer drie weken nadat de kunstheup is geplaatst. De klachten kunnen ťťn tot twee jaar aanhouden en verdwijnen dan weer spontaan. Wel blijft de betrokken patiŽnt met een forse bewegingsbeperking van het heupgewricht achter.

    Ontwrichting - heup uit de kom

    In 5% van de gevallen kan er in de eerste week na de operatie een ontwrichting van de kunstheup optreden. De kop gaat dan uit de kom. Meestal gebeurt dit bijvoorbeeld bij het vast maken van de schoenen, maar het kan ook spontaan gebeuren. De patiŽnt heeft dan pijn en het been is korter geworden. In de regel hoeft de wond niet open te worden gemaakt, maar kan de heupkop onder verdoving in de kom worden getrokken.

    Trombose (bloedstolsels in het bloed)

    Trombose wordt zoveel mogelijk voorkomen door de patiŽnten drie maanden pillen (sintrom) of zes weken onderhuidse injecties ter hoogte van de buik (fraxiparine, fragmin) te geven. Desondanks treedt er in een aantal gevallen toch nog trombose op.

    Mechanische loslating

    Na tien jaar is er in 10% van de gevallen sprake van mechanische loslating. De nieuwe heupprothese gaat dan los in het bot zitten. Bij patiŽnten jonger dan 50 jaar is deze kans hoger. Bij mechanische loslating is een nieuwe operatie nodig waarbij de oude kunstheup wordt verwijderd en weer een nieuwe kunstheup wordt geplaatst. Soms hebben de patiŽnten met een losliggend kunstheup weinig tot geen klachten. Door progressief botverlies is het in een aantal gevallen wel nodig om de oude kunstheup eruit te halen en er weer een nieuwe kunstheup in te zetten omdat bij voortgaand botverlies teveel technische problemen bij een rť-operatie ontstaan.

     

    LEEFREGELS NA EEN HEUPOPERATIE

    Gedurende de eerste 8 weken na de operatie is uw nieuwe heup nog kwetsbaar.
    Als u zich in deze periode aan de volgende leefregels houdt, heeft u het langste plezier van
    uw nieuwe heup.

     


    De kruisvereniging

    De elleboogkrukken (of in sommige gevallen een looprekje) kunt u, indien u lid bent van de
    kruisvereniging, daar (laten) halen. Tevens kunt u daar terecht voor een verhoogde toiletbril
    en eventueel een aangepast bed of bedklossen.
     

    Andere hulpmiddelen zouden kunnen zijn:

    De verpleging en de ergotherapeute kunnen het gebruik van deze hulpmiddelen nadertoelichten.

    Adviezen voor thuisrevalidatie

    Wanneer u hierover vragen hebt kunt u zich altijd wenden tot de verpleegafdeling.

    Het bovenstaande is grotendeels ontleend aan www.orthopedie.nl

    entree