![]()
Deze
folder geeft u informatie over operaties aan de speekselklieren. Het is goed u
te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Speeksel
komt uit vele kleine speekselklieren die in de mond liggen, maar de grootste
hoeveelheid wordt geproduceerd door een viertal grotere speekselklieren, die
buiten de mond zijn gelegen. Via een dunne buis wordt het speeksel uit deze
klieren naar de mond gevoerd. Speeksel bevochtigt ingenomen voedsel en door het
kauwen worden de enzymen (stoffen nodig voor de spijsvertering) uit het speeksel
door het voedsel gemengd. Dit is de eerste stap in het spijsverteringsproces.
Onder
beide kaakranden ligt de onderkaaksspeekselklier (glandula submandibularis). Aan
beide zijden voor het oor ligt de bijoorspeekselklier (glandula parotis). Deze
laatste speekselklier bestaat uit twee delen: een oppervlakkig deel en een diep
gelegen deel. Tussen deze twee delen in verloopt een bijzonder belangrijke
zenuw, de aangezichtszenuw (nervus facialis). Deze zenuw zorgt onder andere voor
het sluiten van de lippen, het optrekken van de mond (lachen) en voor het
sluiten van de oogleden.
Aandoeningen van de speekselklieren
In
de afvoerbuizen naar de mond kunnen stenen voorkomen die de afvoer van speeksel
belemmeren en aanleiding kunnen geven tot ontstekingen. In de speekselklieren
kunnen gezwellen ontstaan.
Diagnose
en onderzoek
Uw
behandelend arts stelt de diagnose aan de hand van uw klachten en aanvullend
onderzoek. Mogelijke onderzoeken van de speekselklieren zijn:
|
Lichamelijk onderzoek: Zowel een ontsteking als een gezwel is bij het lichamelijk onderzoek door een arts goed vast te stellen. Vaak kan een aanwezige steen in een afvoerbuis aan de binnenzijde van de wang of onder de tong worden gevoeld. |
|
Echo:
een eenvoudig onderzoek, waarbij gebruik gemaakt wordt van
geluidsgolven, waarmee speekselstenen of een gezwel in beeld gebracht kunnen
worden. | |
|
Punctie:
met een naald wordt een klein weefselmonster genomen, dat onder de
microscoop wordt bekeken. Meestal kan hiermee al worden uitgemaakt om wat
voor aandoening het gaat. | |
|
Sialografie:
dit is een röntgenonderzoek, waarbij contrastvloeistof vanuit de mond in de
speekselkliergang wordt gespoten. | |
|
CT-scan:
met behulp van een computer worden in serie gemaakte röntgenfoto’s
bewerkt tot een speciaal beeld. |
|
Extra stimuleren van de speekselklieren |
Soms worden de speekselklieren extra gestimuleerd door zuigen op zuurtjes of door spoelen met citroenzuur . Steentjes of ontstekingen kunnen hierdoor uitgedreven worden. Zonodig worden er antibiotica erbij gegeven
|
Operatie |
Een operatie is nodig in geval van een
gezwel, of wanneer uit de onsteking een abces is ontstaan.
De
operatie wordt uitgevoerd in dagbehandeling of tijdens een korte opname in het
ziekenhuis en vindt plaats onder narcose. Er is geen speciale voorbereiding
nodig.
Operatie aan de glandula submandibularis
Via
een kleine snee (5 cm) onder de rand van de onderkaak, wordt de gehele klier met
zijn afvoergang verwijderd.
Operatie
aan de glandula parotis (parotidectomie)
De
snee voor deze operatie loopt voor het oor langs recht naar beneden, buigt onder
het oorlelletje af naar achteren en loopt dan onder de kaakrand nog 5 cm door.
Deze snee geeft cosmetisch het fraaiste resultaat. Soms is nog een snee achter
het oor erbij nodig.
|
Oppervlakkige
parotidectomie |
Als er een goedaardig gezwel of een chronisch ontsteking is, wordt meestal een deel van de klier verwijderd. Hierbij wordt het oppervlakkige deel van de klier vrijgemaakt van alle takken van de aangezichtszenuw en in zijn geheel verwijderd. Dit is zeer nauwkeurig werk, omdat de zenuwtakjes klein zijn en direct tegen het te verwijderen klierweefsel aanliggen. Er wordt vaak een drain (slangetje) achtergelaten, zodat zich geen bloed onder de huid kan ophopen.
|
Totale
parotidectomie |
Hierbij
wordt de hele klier verwijderd. Deze operatie is meestal nodig als er een
kwaadaardig gezwel is.
Mogelijke
complicaties
Geen
enkele operatie is zonder risico’s. Zo zijn ook bij de operaties aan
speekselklieren de normale kans op complicaties van een operatie aanwezig, zoals
nabloeding of wondinfectie.
Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk, zoals:
|
Beschadiging
van een gevoelszenuw van de onderkaak. |
Vlak
langs de onderkaakspeekselklier loopt een gevoelszenuwtak. Bij de operatie aan
deze speekselklier bestaat het risico op beschadiging van die zenuw. In
een enkel geval is het gevoel na de operatie – meestal tijdelijk - wat
verminderd.
|
Beschadiging
van de aangezichtszenuw |
Bij de operatie aan de glandula parotis bestaat het risico op beschadiging van één of meer van de takken van de aangezichtszenuw. Over het algemeen ontstaat dan een tijdelijke (meestal gedeeltelijke) uitval van de functie van één of meer aangezichtsspieren. Het kan zijn dat het ooglid niet meer goed sluit of dat de mondhoek hangt. Het gaat gelukkig bijna altijd om een tijdelijke uitval. De kans dat een zenuwtak wordt doorgesneden is erg klein.
In het geval van een totale parotidectomie in verband met een kwaadaardig gezwel kan het soms noodzakelijk zijn de aangezichtszenuw of een deel ervan mee te verwijderen. Soms kan al tijdens de operatie een zenuwtransplantaat worden ingehecht. In andere gevallen kan eventueel in een later stadium een hersteloperatie worden gedaan.
|
In
veel gevallen vermindert - soms tijdelijk - het gevoel in het oorlelletje. | |
|
Syndroom
van Frey |
Dit syndroom komt nog wel eens voor, meestal enige tijd na de operatie. Tijdens of na het eten treedt er transpiratie op in het gebied voor het oor. De oorzaak van dit verschijnsel is niet duidelijk. Het is soms een hinderlijk verschijnsel maar het kan geen kwaad. Er zijn crèmes die nog wel eens kunnen helpen, maar helaas is er niet altijd een bevredigende behandeling mogelijk.
|
Recidief. |
Het
meest voorkomende goedaardige gezwel, het zogenaamde menggezwel, neigt tot
terugkeer (recidief).
De
dag na de operatie kan het draintje worden verwijderd. Afhankelijk van de
operatie kunt u de eerste tot derde dag weer naar huis. Tegen de pijn is over
het algemeen een eenvoudige pijnstiller voldoende (paracetamol). Deze zijn te
koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om al vast deze pijnstillers
in huis te hebben.
De
dag na de operatie mag u weer douchen en eenmaal thuis zijn er geen bepaalde
voorschriften. Als u naar huis gaat krijgt een afspraak voor poliklinische
controle.
Indien
zenuwen niet volledig meer functioneren dan duurt het lang (soms zes maanden)
voordat het herstel volledig is. Het gemis van één of twee grote
speekselklieren blijkt geen problemen op te leveren.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
(Operaties aan de schildklier)
voor een beeldverslag klik hier
Deze
folder geeft u globale informatie over operaties aan de schildklier. Informatie
over aandoeningen, waarvoor een schildklieroperatie als behandelingsmethode
aangewezen kan zijn, komt in deze folder slechts beperkt aan bod. Het is goed u
te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
De
schildklier is een vlindervormig orgaan dat in de hals op de luchtpijp is
gelegen. De schildklier produceert hormonen die belangrijk zijn voor het regelen
van de stofwisseling. Voor de productie van die hormonen is de schildklier
voornamelijk afhankelijk van een voldoende aanbod van jodium in het lichaam.
In de directe omgeving van de schildklier liggen de stembandzenuwen (de nervus laryngeus recurrens links en rechts). Deze zorgen ervoor dat de stembanden kunnen bewegen. Omdat er een geringe kans is dat de zenuw tijdens de operatie wordt beschadigd, kan de arts het soms wenselijk vinden dat voor de operatie het functioneren van uw stembanden door de K.N.O.-arts worden gecontroleerd.
Direct
tegen de schildklier aan, aan de achterzijde, liggen een viertal bijschildkliertjes.
Twee aan de linkerkant en twee aan de rechterkant. De bijschildklieren zijn van
belang voor de kalkhuishouding.
Het
kan om verschillende redenen nodig zijn dat u aan uw schildklier wordt
geopereerd.
Kort
samengevat :
|
De schildklier werkt te hard. Als dat niet met medicijnen in de hand is te houden kan een operatie noodzakelijk zijn. | |
|
Er zit een knobbel in de schildklier. Die knobbel kan de oorzaak zijn van het te hard werken, maar het kan ook een kwaadaardig gezwel zijn. | |
|
De schildklier kan vele knobbels bevatten en zo groot zijn geworden dat u last hebt met ademhalen en slikken. | |
|
De knobbels kunnen ook een cosmetisch probleem zijn. |
Afhankelijk
van de reden waarom u geopereerd moet worden kan het nodig zijn de schildklier
geheel of gedeeltelijk te verwijderen.
We
onderscheiden drie soorten operaties.
|
De
totale strumectomie: de schildklier wordt in zijn geheel verwijderd,
bijvoorbeeld bij sommige vormen van schildklierkanker. | |
|
De
subtotale strumectomie: beide helften van de schildklier worden
grotendeels verwijderd, bijvoorbeeld bij een te hard werkende of een te
grote schildklier. | |
|
Totale
hemistrumectomie of lobectomie: één helft van de schildklier wordt in
zijn geheel verwijderd. Bijvoorbeeld bij een knobbel in die helft van de
schildklier, waarbij het onduidelijk is of de knobbel goedaardig of
kwaadaardig is. |
Een
schildklieroperatie wordt verricht onder algehele anaesthesie (narcose) en duurt
ongeveer anderhalf à twee uur. De anesthesist geeft u informatie over de
anesthesie. Tijdens de operatie ligt u met het hoofd zover mogelijk achterover.
Er wordt een horizontale snede laag in de hals gemaakt, waarna de schildklier
over het algemeen gemakkelijk kan worden bereikt en geheel of gedeeltelijk wordt
verwijderd. Van belang daarbij is natuurlijk om de stembandzenuwen en de
bijschildklieren te sparen. Afhankelijk van het soort operatie worden er een of
twee drains in het operatiegebied achtergelaten om bloed, dat zich daar nog
verzamelt, af te voeren. Meestal kunnen deze drains na 24 uur worden verwijderd.
De
pijn na de operatie valt over het algemeen mee en is te vergelijken met een
keelontsteking. De pijn verdwijnt in een paar dagen. De wond geneest snel en
meestal met een 'fraai' litteken. De hechtingen worden na vier of vijf dagen
verwijderd en u kunt dan ook weer naar huis. Uw werk kunt u daarna snel hervatten.
Soms laat de arts na de operatie opnieuw uw stembandfunctie door de KNO-arts
controleren. Tevens krijgt u afspraken voor de poliklinische controle bij de
arts en de internist.
Geen
enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij een operatie aan de
schildklier de normale kans op complicaties aanwezig, zoals bijvoorbeeld
nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking.
Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk. Hoe ingewikkelder de operatie des te meer kans op beschadiging van de structuren die vlak bij de schildklier liggen. Bij de totale hemistrumectomie of lobectomie is de kans op specifieke complicaties heel gering (minder dan 0,1%). Bij de subtotale strumectomie wordt het risico iets groter:
Specifieke complicaties kunnen zijn:
|
letsel van de stembandzenuw, | |
|
tekort aan bijschildklierhormoon, | |
|
te veel schildklier weggehaald, | |
|
te
weinig schildklier weggehaald. |
Bij
een totale strumectomie liggen deze getallen nog wat hoger. U moet zich echter
realiseren dat het bij deze operatie altijd om kanker van de schildklier gaat.
De operatie is daarom groter en dus riskanter.
Letsel
van de stembandzenuw blijkt veelal van voorbijgaande aard te zijn. Wanneer een
stemband daardoor onverhoopt slecht functioneert, kan met de hulp van een
logopedist(e) het praten heel goed geleerd worden. Hard spreken of roepen is dan
echter niet meer mogelijk. Ook als de stembandzenuw niet wordt beschadigd kunnen
er stemveranderingen optreden. Dit kan het gevolg zijn van beschadigingen van de
halsspieren of van andere zenuwtakjes.
De
oorzaak van een tekort aan bijschildklierhormoon is gelegen in het feit dat er
bij de operatie bijschildkliertjes zijn beschadigd of verwijderd. Dit is te
merken aan tintelingen in de vingertoppen en in het ergste geval aan
spierkrampen. Met kalktabletten en vitamine D-preparaten kan dit goed worden
behandeld.
Indien
er te veel schildklierweefsel is weggehaald resteert er een situatie waarbij de
schildklier te weinig hormoon produceert. Dit kan klachten veroorzaken als
snelle vermoeidheid, traagheid en kouwelijkheid, terwijl ook constipatie, een
droge huid, droog worden en uitval van het hoofdhaar, opzwellen van de oogleden
en een dikke tong kunnen ontstaan. Deze symptomen kunnen gemakkelijk worden
bestreden door het toedienen van tabletjes schildklierhormoon.
Als
er te weinig schildklierweefsel is weggehaald bij een patiënt die tevoren een
te hard werkende schildklier had, dan blijft die situatie bestaan. Dit kan
meestal goed met medicijnen worden gecorrigeerd.
Over
het algemeen is de strumectomie dus een veilige operatie met weinig complicaties
en een vlot herstel. Meestal behoeft u na de operatie geen medicijnen meer te
gebruiken om de schildklierfunctie te regelen. Wel moet u bij uw internist
poliklinisch gecontroleerd worden of de schildklierfunctie goed blijft.
Uiteraard is het bovenstaande afhankelijk van de reden waarom u geopereerd
wordt. In het geval van een kwaadaardig gezwel kan het allemaal anders zijn, de
nabehandeling wordt dan nader bepaald.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
(Kijkoperatie in de borstholte)
Deze folder geeft u een globaal overzicht van de gebruikelijke gang van zaken rond een mediastinoscopie. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Een mediastinoscopie is een kijkoperatie achter het borstbeen in het bovenste deel van de borstholte. Het is een diagnostisch onderzoek en levert informatie op die nodig is om te kunnen beslissen welke behandeling moet worden geadviseerd.
Via een kleine snede vlak boven het borstbeen kan de chirurg met een korte open buis met een lichtbron (mediastinoscoop) al kijkend door de buis achter het borstbeen komen. Achter het borstbeen ligt het mediastinum, het gebied tussen de rechter- en linkerlong. Hierin liggen het hart, de luchtpijp, de slokdarm, bloedvaten (onder andere de grote lichaamsslagader), zenuwen, lymfeklieren en lymfevaten. Met behulp van fijne instrumenten worden door de mediastinoscoop weefselmonsters (biopten) genomen uit de lymfeklieren langs de luchtpijp voor microscopisch onderzoek. Nadat de biopten zijn genomen wordt het sneetje in de huid met hechtingen gesloten.
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij de mediastinoscopie de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking.
Soms ontstaat een bloeding tijdens de operatie. Deze is bijna altijd zonder verdere uitbreiding van de operatie te verhelpen. Toch is het goed te beseffen, dat wanneer er iets technisch niet goed oplosbaar blijkt via de kleine operatieopening, er reden kan zijn om de borstholte open te maken.
Na de operatie kan rond de wond een bloeduitstorting aanwezig zijn. Deze verdwijnt spontaan zonder problemen. Zelden ontstaat een infectie na deze operatie. Een enkele maal treedt heesheid op, die doorgaans na enkele weken verdwijnt.
Na de ingreep
Na deze operatie hebt u niet veel pijn. Vooral de eerste dag kan er een drukkend gevoel achter het borstbeen bestaan. Al snel kunt u weer normaal eten en drinken en na een of twee dagen het ziekenhuis verlaten.
Het onderzoek van de weefselmonsters kan enige dagen duren (vijf tot tien). Als de uitslag er is zal de longarts en/of chirurg die met u bespreken. Als u de aanwezigheid van een familielid bij het vernemen van de uitslag op prijs stelt, is het verstandig dat van tevoren met uw arts te bespreken.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
Deze folder geeft u een globaal overzicht over het whiplash-ongeval. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie bij iedereen weer anders kan liggen.
Whiplash is de verzamelnaam voor klachten die kunnen ontstaan nadat het hoofd een plotselinge heftige beweging heeft gemaakt. Dit kan een beweging naar voren, naar achteren en/of naar opzij zijn geweest. Een zogenaamde 'klassieke whiplash' ontstaat wanneer iemand van achteren wordt aangereden. Het hoofd van de inzittende van de aangereden auto, slaat dan eerst krachtig naar achteren. Op het moment dat de aangereden auto weer tot stilstand komt, slaat het hoofd juist krachtig naar voren. De nek heeft dan een beweging gemaakt van een 'zweepslag': de letterlijke vertaling van whiplash.
Behalve door aanrijdingen van achteren kan een whiplash ontstaan door:
|
Een aanrijding alleen van voren of opzij, en kettingbotsingen. | |
|
Sportongelukken (een val tijdens het skiën). | |
|
Huis-tuin-en-keuken-ongelukken (van de trap vallen). |
Bij een whiplash heeft het hoofd dus altijd een heftige beweging gemaakt ten opzichte van de rest van het lichaam.
Om nauwkeuriger aan te geven welke beweging het hoofd heeft gemaakt, noemen sommige artsen de whiplash ook wel acceleratieletsel (hoofd voorover geslagen) of deceleratieletsel (hoofd achterover geslagen). Ook de term Cervicaal Acceleratie Letsel (CAL; versnellingsletsel in nek-ruggewervelgebied) wordt gebruikt.
Bij de meeste mensen met een whiplash ontstaan binnen 24 uur na het ongeval klachten als:
|
Pijn in de nek en/of schouders. | |
|
Hoofdpijn. | |
|
Tintelingen in armen en/of handen. | |
|
Duizeligheid. | |
|
Misselijkheid/braken. |
Welke klachten iemand precies heeft en in welke mate, verschilt van persoon tot persoon.
Bij sommige mensen treden een paar dagen of weken na het ongeluk ook andere klachten op. Naast nek- en hoofdpijn hebben zij bijvoorbeeld last van vermoeidheid, concentratievermindering en misselijkheid. Bij het merendeel van de mensen met een whiplashletsel verdwijnen deze klachten echter vanzelf. Bij een kleine groep mensen is dat niet het geval. Zij zijn vele maanden na het ongeval nog niet van hun klachten af. Deze groep kan naast bovengenoemde klachten last krijgen van slapeloosheid en overgevoeligheid voor licht en geluid.
Slaapproblemen
Slaapproblemen als slapeloosheid komen vrij vaak voor in combinatie met whiplashletsel. Dit kan verschillende oorzaken hebben:
|
Het ongeluk moet nog verwerkt worden. | |
|
Door het letsel en de pijn moet een andere slaaphouding worden aangenomen. |
Gebrek aan slaap kan aanleiding geven tot andere klachten (onder andere hoofdpijn, vermoeidheid, concentratievermindering, onzekerheid, en irritatie). Het oplossen van slaapproblemen is daarom belangrijk.
Hoe kunnen slaapproblemen worden opgelost?
Slaapproblemen kunt u het best bestrijden door zowel actief te zijn als te ontspannen. Dit klinkt misschien tegenstrijdig, maar is het niet. Door actief te zijn - natuurlijk zonder de nek te veel te belasten - krijgt het lichaam vanzelf behoefte aan rust (denk aan wandelen of fietsen). Bovendien leidt het de gedachten af van pijn of problemen, waardoor u zich ontspant. Om te ontspannen, kunt u ook ontspanningsoefeningen doen (bijvoorbeeld ademhalingsoefeningen). Uw arts kan u hierover meer vertellen.
Het gebruik van slaapmiddelen is in het algemeen niet nodig. Voor een goed resultaat is het aanpakken van slaapproblemen zoals hierboven beschreven meestal de beste oplossing.
Een whiplash wordt op verschillende manieren behandeld. Welke behandeling de arts voorschrijft, is afhankelijk van de ernst van het letsel, de klachten die u heeft en uw medische verleden (bijvoorbeeld eerder letsel in hoofd-halsgebied). Het voert te ver om in deze folder alle vormen van behandeling te bespreken. Maar u kunt ook zelf wat aan uw klachten doen.
Direct na het ongeval
Wanneer u kort na het ongeval bij de (huis)arts komt, zal deze u mogelijk doorverwijzen om röntgenfoto's te laten maken. Dit gebeurt om ander letsel uit te sluiten. Ook kan deze u voor verdere behandeling verwijzen naar een specialist of fysiotherapeut.
De eerste tien uur na het ongeval is strikte bedrust aan te raden. Daarna kunt u voorzichtig opstaan. De nek mag echter niet te veel worden belast.
De eerste 48 uur na het ongeval
In de eerste 48 uur na het ongeval is het goed om de nek met ijs te behandelen. Doe het ijs hiervoor in een plastic zak. Wikkel dit ijspak in een handdoek en houd het elk uur tien tot twintig minuten tegen de nek aan. Vermijd de eerste 48 uur warmte op de nek !
Meer dan 48 uur na het ongeval
Na 48 uur kunt u de behandeling met ijs afwisselen met een in warm water uitgewrongen handdoek. Een paar keer per dag houdt u òf het ijspak òf de warme doek tien tot twintig minuten tegen de nek aan. Het nemen van een warme douche werkt ook pijnstillend.
Zorg ervoor dat als u zit of staat u de schouders naar achter heeft en uw buik aanspant. Als u zit, zorg er dan voor dat uw onderrug de leuning van de stoel of bank aanraakt.
Halskraag
Veel mensen met whiplashletsel krijgen een halskraag en/of fysiotherapie voorgeschreven. De halskraag is bedoeld om de nek tijdelijk te ontlasten. Over het gebruik van de halskraag kan uw arts of fysiotherapeut u het beste adviseren. Het dragen van een halskraag mag niet langer dan zes weken duren. Dit omdat het min of meer onbeweeglijk houden van de halsgewrichten kan leiden tot een blijvende bewegingsbeperking.
Fysiotherapie
Fysiotherapie is de eerste week na het ongeval af te raden. Wordt de fysiotherapeut de eerste week wel ingeschakeld, dan zal deze zich meestal beperken tot het geven van houdingsadviezen en ontspannende oefeningen. Na een week kan worden begonnen met oefentherapie. Daarbij wordt gewerkt aan de juiste lichaamshouding en -bewegingen.
Wanneer u ligt kan het prettig zijn uw nek extra te ondersteunen. Als u geen halskraag heeft, kunt u een opgerolde handdoek onder uw nek leggen. Leg de handdoek zo neer dat hij de ruimte opvult tussen uw nek en uw matras of kussen. Hierdoor krijgt uw nek de nodige rust. U kunt ook gebruik maken van een speciaal kussen. Deze is verkrijgbaar bij de apotheek.
De meeste mensen met een whiplashletsel herstellen vlot en volledig. Voor een goed herstel is vooral rust van belang. Neem de tijd om te herstellen. U hoeft niet stil te zitten, maar let erop dat u uw nek niet te veel belast.
Voor meer informatie over het whiplash-letsel kunt u terecht bij de Nederlandse Stichting Whiplash Patiënten (NSWP), Postbus 1443, 3600 BK te Maarssen (tel.: 0346-551166).
![]()