

Bij de grote (en ook de kleine) teen zit het bot vlak onder de huid. Omdat de huid soepel over het gewricht moet kunnen glijden, zit er een holte met slijmerig vocht tussen de huid en het gewricht, de zogenaamde slijmbeurs.
Een bunion is nu een geïrriteerde of ontstoken zwelling aan de basis van de grote teen. De zwelling ontstaat door verdikking van het bot (A - zie plaatje) en het onderhuidse weefsel. Ook is vaak de onderhuidse slijmbeurs (B - zie plaatje) opgezet.
Door het dragen van bijvoorbeeld een te smalle schoen, raakt het gewricht van de grote teen bekneld en geïrriteerd. Dit kan op den duur leiden tot een chronische zwelling van het beknelde weefsel. Er ontstaat dan een bunion en soms een blijvende kromstand van de teen.
Sommige mensen hebben van nature een brede voorvoet ('spreidvoet’) welke meer kans geeft op het krijgen van deze aandoening.
Bij oudere mensen kan een kromstand van de grote teen optreden door slijtage in het gewricht. Door deze slijtage verbreden de botten van het gewricht zich, steken uit en geven zo een chronische druk en irritatie.
De aandoening kan zowel aan één als aan beide voeten voorkomen. Het geeft pijnklachten aan het uitstekende botstuk aan de basis van de grote teen. Soms kan het gehele gewricht ontstoken raken. Vaak zal de patiënt beter op blote voeten dan in schoenen kunnen lopen.
Voor een juiste diagnose is alleen lichamelijk onderzoek voldoende. Vaak wordt ook een röntgenfoto gemaakt. Behalve het kunnen vaststellen van eventuele slijtage in het gewricht, is op een foto ook beter de oorzaak en mechanische achtergrond van de standsafwijking te beoordelen.
In het begin is het dragen van breder schoeisel zonder (hoge) hak meestal voldoende. Indien dit niet meer voldoende helpt, kan een operatie worden overwogen.
Op de polikliniek zal uw arts u uitleg geven over de voorgenomen operatie. Vaak zult u een briefje meekrijgen, zodat u vóór uw ziekenhuisopname elleboogs-krukken bij de Thuiszorg / Kruisvereniging kunt lenen. Het is belangrijk, dat u de krukken bij opname in het ziekenhuis meebrengt.
Afhankelijk van welke ingreep noodzakelijk is om uw klacht te verhelpen wordt gekozen voor een poliklinische operatie, danwel een opname.
De operatie kan gebeuren onder algehele anesthesie (narcose) of onder regionale anesthesie. Bij regionale anesthesie, de zogenaamde 'ruggeprik', worden alleen beide benen verdoofd. De anesthesioloog zal met u bespreken welke verdoving voor u het beste is. Wanneer de ingreep niet te uitgebreid hoeft te zijn kan ook plaatselijke verdoving worden toegepast.
Tijdens de operatie wordt een snee aan de binnenzijde van de voet gemaakt, waardoor eerst de slijmbeurs wordt verwijderd. Het gewrichtskapsel wordt losgemaakt en het uitstekende botstuk verwijderd. Indien er beginnende slijtage is, wordt het gewricht schoongemaakt. Hierna wordt het kapsel en de huid weer gehecht.

En dit is dan het eindresultaat:
Direct na de operatie krijgt u een verband om de voet. Het is belangrijk dat u de eerste dagen de voet goed hoog houdt om zo min mogelijk zwelling van de teen en voet te krijgen en liefst met krukken te lopen.
Aangeraden wordt om de eerste twee weken na de operatie met lopen alleen op de hiel te steunen.
Complicaties komen bij deze operatie zelden voor. Bloedingen en/of een wondinfectie kunnen optreden. Soms wordt een huidzenuwtje beschadigd, waardoor een doof gevoel in de teen kan optreden. Dit is meestal van tijdelijke aard.
Na de operatie blijft de teen nog weken gevoelig. Het litteken op de voet kan soms nog enkele maanden pijnlijk blijven. Het dragen van (strak) schoeisel is de eerste weken meestal niet prettig.
Deze folder is afkomstig van www.orthopedie.nl . Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.