lever en galblaas
Deze
folder geeft u informatie over de galblaasoperatie (cholecystectomie). Het is
goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan
beschreven.
De
galblaas is een klein peervormig orgaan dat aan de onderzijde van de lever ligt,
rechts boven in de buik. De galblaas is door gangetjes verbonden met de lever en
met het eerste deel van de dunne darm (de twaalfvingerige darm).
Gal
is een vloeistof die belangrijk is voor de vertering van vetten. Gal wordt
continu aangemaakt in de lever en afgevoerd naar de galblaas, waar het wordt
ingedikt en opgeslagen. Zodra er voedsel in de darm komt
- en vooral bij vet voedsel - perst de galblaas de gal via de afvoerbuis
naar de dunne darm. Wanneer de galblaas is verwijderd wordt deze functie
overgenomen door de lever en de galgangen.
De meest voorkomende aandoening van de galblaas is de vorming van galstenen. Galstenen geven echter niet altijd aanleiding tot klachten. Alleen bij klachten van de galstenen is een verwijdering van de galblaas (cholecystectomie) aangewezen. Ook kan een operatie nodig zijn wanneer de galblaas ontstoken raakt.
Iedereen
kan afwijkingen aan de galblaas krijgen, maar mensen die te zwaar zijn en met
name vrouwen tussen 35 en 55 jaar lopen meer risico.
Aan
de hand van uw klachten en aanvullend onderzoek kan de arts een diagnose
stellen. Aanvullend onderzoek bestaat meestal uit een echografie. Dit is een
veilig en pijnloos onderzoek waarbij gebruik gemaakt wordt van hoogfrequente
geluidsgolven. Daarmee kunnen de galblaas en de zich daarin bevindende galstenen
in beeld gebracht worden.
Er zijn twee methoden om de galblaas te verwijderen, de laparoscopische cholecystectomie en de gewone (conventionele) cholecystectomie. Uw behandelend arts zal met u bespreken wat in uw geval het beste is. Een galblaasoperatie duurt meestal één tot anderhalf uur. De anesthesist geeft u informatie over de anesthesie.
Tijdens
de voorbereiding voor deze operatie wordt er een neus/maagsonde en soms een
blaaskatheter ingebracht. Dit gebeurt wanneer u al in narcose bent en meestal
direct na de operatie worden deze weer verwijderd.
Bij de operatie maakt de arts gebruik van een videocamera en speciale instrumenten om de galblaas te verwijderen zonder een grote snee in de buik te maken. In plaats daarvan maakt hij enkele kleine sneetjes.
Een
laparoscoop is een lange rechte buis waarop een kleine videocamera is gemonteerd
en een lichtbron. Voordat de laparoscoop in de buikholte wordt gebracht wordt de
buikholte opgevuld met kooldioxyde, een onschuldig gas. Dit is nodig om een goed
overzicht te verkrijgen. Dit gas kan het middenrif enigszins prikkelen. Via een
zenuwbaan die in de richting van de schouder loopt, kan dit ertoe leiden dat u
na de operatie gedurende enkele dagen een gevoelige schouder heeft. Dit
verdwijnt vanzelf en u hoeft zich daar geen zorgen over te maken.
Via
een snede van circa 2 cm bij de navel wordt de laparoscoop in de buikholte
gebracht. Met de laparoscoop kan de arts in de buik kijken via een videomonitor.
Nu worden de andere sneden in de buikwand gemaakt. Ieder van deze sneden wordt
gebruikt om een speciaal instrument in de buikholte te brengen, om de galblaas
te pakken, te bewegen en te verwijderen. Na het verwijderen van de galblaas
wordt soms een wonddrain achter gelaten.
Het kan voorkomen dat de arts tijdens de operatie vaststelt dat het niet (veilig) mogelijk is de galblaas laparoscopisch te verwijderen. Dat kan omdat bijvoorbeeld de galblaas ernstig ontstoken is of omdat er teveel litteken verklevingen in de omgeving van de galblaas zijn. Dan is het nodig om op de conventionele manier de galblaas te verwijderen.
Omdat
de arts de galblaas niet kan zien voordat de laparoscoop is ingebracht, zijn
sommige situaties niet te voorspellen en kunnen alleen maar worden ontdekt als
de operatie al is begonnen. Daarom moet u altijd rekening houden met de kans dat
er een conventionele cholecystectomie moet worden uitgevoerd, terwijl er een
laparoscopische operatie was voorgesteld.
Bij deze operatie maakt de arts een snede die tien tot vijftien cm lang kan zijn, midden in de bovenbuik of aan de rechterkant onder de ribbenboog, om langs die weg de galblaas te verwijderen.
Galwegstenen
Indien
blijkt dat er nog galstenen in de galwegen zitten worden deze geopend om de stenen te
verwijderen. De galwegen worden daarna weer gesloten en er blijft in de galwegen
een dunne drain achter, die via een aparte steekopening door de buikwand naar buiten
wordt geleid. Hierdoor kan de gal naar buiten lopen. Het afvloeien van de gal
voorkomt dat er in het begin een te hoge druk in de galwegen heerst. Behalve
deze galwegdrain wordt er veelal ook een wonddrain in de buik achtergelaten die
eveneens via een aparte opening in de buikwand naar buiten wordt geleid.
Geen
enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale
kans op complicaties aanwezig die bij een operatie altijd bestaan, zoals nabloeding,
wondinfectie, trombose of
longontsteking.
Een
ernstige specifieke complicatie bij deze operatie is een beschadiging van de
galwegen. Dit gebeurt gelukkig zeer zelden. De kans hierop is bij de
laparoscopische cholecystectomie groter dan bij de conventionele operatie. De
gevolgen daarvan zijn afhankelijk van de aard van het letsel en het tijdstip
waarop het wordt vastgesteld. Een hersteloperatie kan nodig zijn.
Het
kan zijn dat u na de laparoscopische operatie een branderig gevoel hebt bij het
plassen. Dat komt door de katheter, die aan het begin van de operatie werd ingebracht. Het verdwijnt vanzelf.
De operatie heeft soms tot gevolg dat u direct erna wat misselijk en dorstig
bent. Tegen de misselijkheid kunt u medicijnen krijgen.
Om
er voor te zorgen dat u voldoende vocht krijgt hebt u een infuus in de arm.
Zodra u weer zelf voldoende kunt drinken kan het infuus verwijderd worden.
Soms
zal er een slangetje via uw neus in de maag zijn gebracht. Dit zorgt er voor dat
uw maag leeg blijft en het voorkomt dat u moet braken. Meestal kan dit slangetje
snel worden verwijderd en kunt u wat gaan drinken. Als dat goed gaat kan het
drinken en daarna het eten geleidelijk worden uitgebreid.
Het
slangetje dat soms in het wondgebied is achtergelaten is nodig om bloed en vocht
af te voeren. Zodra er geen vocht meer uit de drain komt kan deze worden
verwijderd. Meestal is dat na een tot drie dagen het geval.
Als de galwegen tijdens de operatie geopend zijn geweest is er nog een tweede slangetje. Zoals u gelezen hebt voert deze dunne drain de gal af. Een week na de operatie worden er enkele röntgenfoto's gemaakt, waarbij via dat slangetje contrast in de galwegen wordt gespoten. Op de foto's is te zien of de gal goed naar de darm stroomt en of er geen stenen in de galwegen zijn achtergebleven. Als alles in orde is kan deze galwegdrain worden verwijderd.
Na een laparoscopische cholecystectomie kunt u over het algemeen binnen één tot vier dagen weer naar huis toe. Bij een conventionele cholecystectomie kan de opnameduur wat langer zijn.
Bij ontslag krijgt u een
afspraak mee voor de poliklinische controle. De hechtingen kunnen rond de tiende
dag na de operatie worden verwijderd.
De
vermoeienissen die u thuis te wachten staan worden vaak onderschat. Hulp vanuit
uw directe omgeving kan zeker helpen. Al weer snel zult u merken dat u
geleidelijk meer aan kunt.
De
wond heeft geen speciale verzorging nodig. U kunt uzelf gewoon wassen of
douchen.
Wanneer de wond genezen is, mag u alle normale
activiteiten weer hervatten. Na een laparoscopische cholecystectomie kunt u
meestal weer snel aan het werk. Na een conventionele operatie kan het herstel
wel eens wat langer duren. Dat is mede afhankelijk van het soort werk.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
Binnenkort krijgt U een darmonderzoek, een coloscopie. Na dit onderzoek wordt U enkele uren opgenomen op de afdeling dagbehandeling. Uw arts heeft U verteld wat het onderzoek inhoudt. In deze folder kunt U het nog eens nalezen.
Wat is een coloscopie
Met een kijkapparaat, een endoscoop of kortweg scoop, kan de arts via een beeldscherm de binnenzijde van de darm inspecteren. Een scoop is een bestuurbare, dunne, buigzame slang. Via de anus wordt de slang in de endeldarm gebracht en voorzichtig door de hele dikke darm opgeschoven. Tijdens de coloscopie is het ook mogelijk om kleine ingrepen uit te voeren, zoals het verwijderen van een poliep.
Doel van het onderzoek
Het onderzoek wordt gedaan om eventuele afwijkingen op te sporen, die mogelijk de oorzaak zijn van uw klachten.
Voorbereiding
Laxeren
Voor dit onderzoek is het noodzakelijk dat de darm goed schoon is. Resten van ontlasting kunnen namelijk het beeld vertroebelen. Om die reden krijgt U een dieetadvies en een laxeervoorschrift. Hoe het laxeren in zijn werk gaat staat beschreven in een aparte folder "KleanPrep".
Medicijngebruik
Het is belangrijk dat uw arts weet welke medicijnen U gebruikt. Dit geldt vooral voor bloedverdunnende middelen zoals: Marcoumar, Sintrommitis, Ascal en Aspirine. Deze medicijnen geven namelijk een kans op een nabloeding. In overleg met de aanvragend arts wordt het gebruik van bloedverdunnende medicijnen meestal drie dagen voorafgaand aan het onderzoek gestopt.
Als U staaltabletten gebruikt, adviseren we U hier drie dagen voor het onderzoek mee te stoppen. Het gebruik van staaltabletten geeft namelijk een zwarte aanslag op de darmwand. Dit zou de resultaten van het onderzoek kunnen vertekenen.
Na het onderzoek kunt u uw medicijnen weer innemen zoals U gewend bent.
Nuchter
Voor dit onderzoek is het noodzakelijk dat u nuchter bent. Dat wil zeggen de dag voor het onderzoek vanaf middernacht (24.00 uur) niets meer eten, drinken of roken. Met uitzondering van de laatste voorgeschreven liter(s) Klean-Prep.
De dag van het onderzoek
Wij verzoeken U vriendelijk U te melden op het afgesproken tijdstip bij het afsprakenbureau van de polikliniek. Vergeet niet uw ponsplaatje en verwijsbrief.
Wij adviseren U om U de dag van het onderzoek te laten begeleiden door een familielid of kennis. U krijgt voorafgaand aan het onderzoek een injectie die u helpt te ontspannen. Het komt voor dat u zich na het onderzoek nog wat slaperig en suf voelt. De informatie die u na afloop van het onderzoek krijgt kunt U zich dan vaak niet meer herinneren. Het is dan raadzaam om iemand bij u te hebben, die samen met u kan horen hoe het onderzoek is verlopen.
Het onderzoek
Op het afgesproken tijdstip wordt u naar de scopiekamer gebracht. De internist of de chirurg voert het onderzoek uit. Hij wordt bij de coloscopie geassisteerd door een verpleegkundige.
Het is belangrijk dat U zich tijdens het onderzoek zoveel mogelijk probeert te ontspannen.
Nadat u een kalmerende injectie heeft gekregen gaat u op uw linker- of rechterzij liggen, met de knieën iets opgetrokken. De anus en de scoop (kijkbuis) worden met gel ingesmeerd om het inbrengen soepel te laten verlopen. De slang wordt via de anus ingebracht en opgeschoven. Het opschuiven van de scoop kan soms wat pijnlijk zijn.
Om de darmen te ontplooien en goed te kunnen bekijken wordt er via de slang soms wat lucht ingeblazen. Het inblazen van lucht kan een vervelend opgeblazen gevoel geven.
Het kan zijn dat u tijdens het onderzoek winden moet laten, dat is dus normaal. Probeert u het niet op te houden, het ophouden van de lucht veroorzaakt krampen. Tijdens het terugtrekken van de slang bekijkt de arts het slijmvlies. Aanwezige poliepen worden zo mogelijk verwijderd. Ook kan de arts besluiten een stukje weefsel voor microscopisch onderzoek weg te nemen. Dit is niet pijnlijk. Na het verwijderen van de slang is het onderzoek afgelopen. Het onderzoek neemt inclusief de voorbereiding ongeveer
1 uur in beslag.De uitslag
Na afloop van het onderzoek geeft de arts globaal zijn bevindingen door aan de afdeling dagbehandeling. Vaak moet echter het resultaat van weefselonderzoek worden afgewacht. De uitslag van het weefselonderzoek is na ongeveer 7 dagen bekend. In principe bespreekt de arts die het onderzoek heeft aangevraagd de resultaten en eventuele behandeling met u.
Na het onderzoek
Na het onderzoek brengt de verpleegkundige u naar de afdeling dagbehandeling. Afhankelijk van hoe u zich voelt zult u daar een à twee uur verblijven Als u goed wakker bent, krijgt u een maaltijd aangeboden. Daarna mag u weer naar huis. Het is noodzakelijk dat iemand u begeleidt bij het naar huis gaan. De medicamenten die U heeft gekregen beïnvloeden namelijk uw reactievermogen. U mag om die reden geen auto besturen.
Een coloscopie is over het algemeen een onderzoek waar weinig risico aan verbonden is. De eerste dag kunt U wat slijmerig bloedverlies opmerken. Daarnaast heeft U nog enkele uren last van een wat opgeblazen gevoel. Meestal neemt dit gevoel snel af als u de lucht laat ontsnappen. Direct na het onderzoek mag u gewoon weer eten en drinken.
Complicaties
Ernstige complicaties zijn zeldzaam bij dit onderzoek. Als u enkele uren na het onderzoek toenemende buikpijn, bloedverlies of koorts krijgt, adviseren wij u met de functie-afdeling te overleggen.
Buiten kantooruren kunt u uw huisarts raadplegen.
Als er een poliep of wat weefsel is weggenomen kan er in uitzonderlijke gevallen een nabloeding optreden. Een dergelijke nabloeding stopt meestal vanzelf. Een zeer zeldzame complicatie is een darmperforatie. Dit betekent dat er een gaatje in de darmwand is ontstaan. Dit kan een ziekenhuisopname en vaak een spoedoperatie
tot gevolg hebben.Nacontrole
Na ongeveer een week zijn de eventuele uitslagen van het weefselonderzoek bekend. De uitslag wordt doorgegeven aan uw huisarts of aan de specialist bij wie u onder behandeling bent.
Vragen
Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met de functie-afdeling van het Waterlandziekenhuis.
De afdeling is op werkdagen bereikbaar van 09.00-13.00 uur en van 14.00-17.00 uur.
Het telefoonnummer is 0299-457527.
![]()
Het onderzoek
Bij het darmonderzoek (Sigmoidoscopie) wordt het slijmvlies (de binnenbekleding) van de laatste 50 cm van de dikke darm bekeken met behulp van een vingerdikke flexibele slang, de endoscoop genoemd.
Doel van het onderzoek
Het onderzoek wordt verricht om eventuele afwijkingen op te sporen die uw klachten of ziekte kunnen veroorzaken. Ook kan tijdens het onderzoek een poliep verwijderd worden of een stukje weefsel (biopt) weggenomen worden voor nader onderzoek.
Voorbereiding
Laxeren
De darm moet voor het onderzoek goed schoon zijn, daarom krijgt U een laxeerprogramma. Dit is over het algemeen Klean Prep, hierover krijgt U een aparte folder. Soms wordt iets anders gebruikt en krijgt U een dieetvoorschrift.
Nuchter
Op de dag van het onderzoek dient U nuchter te zijn. Dit betekent dat U niets meer mag eten en drinken vanaf middernacht voor het onderzoek. U volgt de instructies van het laxeerprogramma b.v. Klean Prep op.
Medicijngebruik
Als U bloedverdunnende middelen gebruikt zoals bijvoorbeeld Sintrom-mitis, Marcoumar of Ascal, kan daardoor een bloeding optreden. Ook Aspirine heeft dit effect. Overleg vooraf met uw arts als U deze middelen gebruikt.
Het is overigens altijd verstandig om uw arts op de hoogte te brengen van het feit, dat U medicijnen slikt.
Omdat staaltabletten een zwarte aanslag op de darmwand achterlaten moeten deze tabletten drie dagen tevoren gestaakt worden.
Begeleiding
Dit is in de meeste gevallen prettig, maar niet noodzakelijk. Heeft U echter een kalmeringsmiddel gehad - wat bij dit onderzoek soms nodig is - dan kunt U zich na het onderzoek suf en slaperig voelen. Vaak kunt U zich dan niet meer goed herinneren wat er na het onderzoek met U besproken is. Het is dan verstandig om iemand mee te nemen, die dan samen met U kan horen hoe het onderzoek is verlopen. U mag na een kalmeringsmiddel niet zelf aan het verkeer deelnemen. U verblijft dan nog 1 a 2 uur op de dagbehandeling.
Op het afgesproken tijdstip wordt U verzocht zich te melden bij het afsprakenbureau en uw ponskaartje en verwijskaart mee te nemen.
De handeling
Het onderzoek wordt in de endoscopieruimte door de specialist gedaan, die daarbij door een verpleegkundige wordt geassisteerd. Tijdens het onderzoek kunt U meekijken op de monitor, het hoeft niet. U gaat op uw linkerzij liggen met de knieën iets opgetrokken. De anus en de scoop worden ingesmeerd met een gel om het inbrengen soepeler te laten verlopen. Dit kan koud aanvoelen. De slang wordt via de anus ingebracht en opgeschoven. Om de darm te ontplooien en goed te kunnen bekijken wordt er via de slang (de endoscoop) lucht ingeblazen. Dit kan een pijnlijk en/of opgeblazen gevoel geven. Geneer U niet om de ingeblazen lucht te laten ontsnappen. Het ophouden van de lucht veroorzaakt krampen.
Het onderzoek duurt ongeveer 15 minuten. Tijdens het terugtrekken van de slang bekijkt de arts het slijmvlies. Aanwezige poliepen worden verwijderd of een stukje weefsel, voor microscopisch onderzoek, weggenomen. Dit voelt U niet. Na het verwijderen van de slang is het onderzoek afgelopen.
Na het onderzoek
Een sigmoidoscopie is over het algemeen een veilig onderzoek. De eerste dag kan er wat slijmerig bloedverlies optreden. Ook hebt U nog enkele uren last van een opgeblazen gevoel. De klachten nemen meestal snel af als U de lucht laat ontsnappen.
Na het onderzoek mag U weer gewoon eten en drinken.
Complicaties
Wanneer U na enkele uren toenemende buikpijn, bloedverlies of koorts krijgt dan moet U direct contact opnemen met uw arts. Complicaties, zoals bloeding en perforatie, treden zeer zelden (minder dan 1:1000) op en kunnen meestal goed worden verholpen.
Uitslag
De arts, die het onderzoek verricht, zal zijn bevindingen direct na afloop bespreken. De uitslag van het weefselonderzoek is na ongeveer zeven dagen beschikbaar. In principe bespreekt de arts die het onderzoek aangevraagd heeft de resultaten en een eventuele behandeling met U.
Inlichtingen
Indien U na het lezen van deze informatie nog vragen heeft dan kunt U tussen 09.00-13.00 en 14.00- 17.00 uur telefonisch contact opnemen met de functieafdeling, telefoonnummer: 0299-457527.
![]()
Deze
folder geeft u informatie over de gebruikelijke gang van zaken rond een
maagoperatie. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie
anders kan zijn dan beschreven.
De
maag ligt boven in de buik (zie tekening) en is het reservoir waar ons eten en
drinken, na passage door keel en slokdarm, in terecht komt. Daar wordt een
eerste begin gemaakt met de voedselvertering. De maag geeft zijn inhoud
vervolgens via een sluitspier (de pylorus) in telkens kleine porties door aan de
twaalfvingerige darm (het duodenum). De voedselbrij doorloopt vervolgens de rest
van het spijsverteringskanaal.
Diagnose en onderzoek
Dankzij
de ontwikkeling van speciale geneesmiddelen is het mogelijk bepaalde
maagaandoeningen met medicijnen te behandelen. Het aantal maagoperaties is
daardoor aanzienlijk minder dan vroeger. Er zijn echter aandoeningen, die het
best behandeld kunnen worden met een maagoperatie. Dat kunnen goedaardige, maar
ook kwaadaardig aandoeningen zijn.
Om tot een maagoperatie te besluiten moeten eerst de nodige onderzoeken plaatsvinden. Het doel van deze onderzoeken is te weten te komen waar de aandoening precies zit, wat de aard en de eventuele uitbreiding is. Zo zal er meestal een gastroscopie worden verricht. Hierbij wordt met een endoscoop (een flexibel slangvormig instrument) in uw maag gekeken. Ook kan er een röntgenfoto met contrast van de maag worden gemaakt. Daarnaast zal er nog meer onderzoek nodig zijn (longfoto, hartfilmpje, bloedonderzoek) om te kijken hoe uw algemene conditie is, of u redelijkerwijs veilig de operatie kunt doorstaan.
Bij een noodzakelijke
spoedoperatie is er meestal geen tijd meer voor nader onderzoek.
Voor een maagoperatie moet u worden opgenomen in het ziekenhuis. De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie (narcose). De anesthesist geeft u hierover nadere informatie.
Bij
de operatie wordt een snede gemaakt vanaf het borstbeen tot meestal net onder de
navel.
|
Operaties
bij goedaardige aandoeningen: |
Er zijn verschillende technieken. Zo kan een operatie bestaan uit het doorsnijden van bepaalde zenuwvertakkingen naar de maag. Er wordt daardoor minder maagzuur geproduceerd, waardoor een maagzweer kan genezen.
Ook kan het nodig zijn een
deel van de maag weg te nemen. Wordt zo'n operatie uitgevoerd voor een
maagzweer, dan wordt het deel van de maag weggehaald, waar het zuur wordt
geproduceerd.
Bij een maagbloeding kan een
spoedoperatie noodzakelijk zijn, waarbij de maag wordt geopend om de bloeding op
te zoeken en vervolgens te stelpen. Wanneer er een spoedoperatie nodig is wegens
een maagperforatie (een gat in de maag als gevolg van een maagzweer), dan zal
het gat worden gesloten. In beide gevallen zal de arts voor of tijdens deze
spoedoperatie besluiten hoe de maagaandoening verder behandeld moet worden: of
met medicijnen, of met het direct uitvoeren van een van de bovengenoemde
operaties.
|
Operaties
bij kwaadaardige aandoeningen: |
Is er een kwaadaardige maagaandoening, dan kan het nodig zijn om de maag geheel of gedeeltelijk weg te nemen. Behalve de gehele maag of een deel ervan, kunnen ook weefsels in de omgeving van de maag worden meegenomen (deel van de slokdarm, de milt, deel van de alvleesklier, een deel van het buikvetschort of de omgevende lymfeklieren). Zo’n uitgebreide operatie kan nodig zijn om eventuele uitzaaiingen rondom de maag ook weg te nemen.
Soms is het
echter
onmogelijk om een deel of de gehele maag te verwijderen. Bestaat er
daarbij ook nog een passagebelemmering voor het voedsel door het gezwel, dan
wordt er zo mogelijk een nieuwe verbinding gemaakt tussen de maag en de dunne
darm.
|
Herstel
van het spijsverteringskanaal na een maagoperatie: |
Wanneer de maag of een deel
ervan is weggenomen, moet het bovenste deel van het spijsverteringskanaal weer
worden verbonden met de dunne darm. Dat kan op verschillende manieren en zo’n
verbinding noemen we een anastomose .
Bij
grote buikoperaties wordt vaak tijdens de operatie een slangetje via de buikwand
rechtstreeks in de dunne darm achtergelaten. Zo kan snel na de operatie
vloeibare en gemakkelijk te verteren voeding toegediend worden om uw herstel te
bevorderen.
Vanzelfsprekend
zal de arts voor de operatie aan u uitleggen, welke type operatie hij in
principe bij u denkt te verrichten. Het blijft altijd mogelijk dat de arts
tijdens de operatie moet besluiten het oorspronkelijke operatieplan anders uit
te voeren dan hij met u besproken heeft.
Geen
enkele operatie is zonder risico’s. Zo zijn ook bij maagoperaties de normale
risico's op complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of
longontsteking. Bij een nabloeding kan met spoed een nieuwe operatie nodig zijn.
Bij een wondinfectie duurt de genezing langer dan normaal en het kan zijn dat uw
ziekenhuisverblijf verlengd wordt.
Een
vervelende complicatie is als er een lek ontstaat in een anastomose. Hierdoor
ontstaat een ontsteking in het operatiegebied. Vaak kan de ontsteking van buiten
af onder röntgenbegeleiding gedraineerd worden. Maar soms is er toch een nieuwe
operatie nodig, waarbij via een snee in de buikwand het ontstekingsvocht naar
buiten kan lopen. De voedsel inname kan dan enige tijd niet meer langs de gewone
weg plaatsvinden. Er zal tijdelijk kunstmatig gevoed moeten worden via het
slangetje rechtstreeks in de dunne darm of via een infuus.
Direct na de operatie bent u door een aantal slangen verbonden met apparaten. Dat kunnen zijn:
|
Één of twee infusen voor vochttoediening. | |
|
Een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding. | |
|
Een sonde door uw neus, die via de slokdarm in de maag(rest) ligt en ervoor zorgt dat het overtollige maagsap wordt afgezogen. | |
|
Een drain in uw buik voor afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht. | |
|
Een dun slangetje in de dunne darm voor voeding. | |
|
Een blaaskatheter voor afloop van urine. |
Afhankelijk
van uw herstel na de operatie worden al deze hulpmiddelen verwijderd.
Wanneer de maag of een deel ervan is
weggehaald, zal na zeven tot veertien dagen de uitslag van het weefselonderzoek
bekend zijn. Als u de aanwezigheid van een familielid bij het vernemen van de
uitslag op prijsstelt, is het verstandig dat van tevoren met uw arts te
bespreken. De uitslag van het weefselonderzoek zegt iets over de aard van de
aandoening en de uitgebreidheid ervan. Het houdt niet in dat aan de hand
daarvan uw vooruitzichten precies kunnen worden voorspeld.
Als alles goed gaat kunt u in
het algemeen binnen tien tot veertien dagen na de operatie het ziekenhuis
verlaten. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle.
Hoelang u poliklinisch moet worden gecontroleerd, hangt natuurlijk samen met de
aard van uw ziekte.
Na
een maagoperatie kan de spijsvertering soms wat anders verlopen dan voor de
operatie. Het kan zijn, dat u bijvoorbeeld melkproducten minder goed verdraagt
of dat - na een grote maagresectie – het resterende deel van de maag geen
grote maaltijden meer kan verdragen. Soms zult u dus uw ‘oude’ eetgewoonten
wat moeten aanpassen. Als dat problemen geeft, kan een diëtiste u adviseren.
Wanneer
bij een operatie het grootste deel van de maag of de gehele maag is weggenomen,
is soms periodiek vitaminetoediening noodzakelijk. Dit gebeurt met injecties.
Wanneer
u weer helemaal van de operatie hersteld zal zijn, is moeilijk aan te geven. Dat
zal afhangen van de grootte van de operatie, de aard van de maagaandoening en
hoe u zich op dat moment voelt.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
Maagoperaties kunnen ook plaats vinden in het kader van behandeling van ziekelijke vetzucht. Door het volume van de maag sterk te beperken kan een grote gewichtsreductie worden verkregen. Er zijn meerdere technieken mogelijk, maar de laatste jaren is vooral de techniek in opkomst waarbij via een kijkoperatie plaatsing van een siliconenring om het bovenste deel van de maag geschiedt, een ingreep die de anatomie van de maag op zich intact laat, in tegenstelling tot de ingrepen van het verleden. Ook kan een tijdelijke gewichtsvermindering worden verkregen door plaatsing van een ballon in de maag.
voor een folder over de maagband, klik hier
voor een folder over de maagballon, klik hier
voor een beeldverslag van plaatsing van een maagband, klik hier
![]()
voor beeldverslagen, zie ingrepen in beeld
Deze folder geeft u
informatie over operaties aan de dikke darm. Informatie over aandoeningen,
waarvoor een dikke darm operatie als behandelingsmethode aangewezen kan zijn,
komt in deze folder slechts summier aan bod. Het is goed u te realiseren dat
voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Ons voedsel komt via slokdarm,
maag en dunne darm terecht in de dikke darm, het laatste deel van ons
spijsverteringskanaal. Hier vinden de laatste processen van de spijsvertering
plaats en dikt de ontlasting in door water te onttrekken. Deze functie kan ook
nog goed vervuld worden wanneer een groot deel van de dikke darm is verwijderd.
De dikke darm is in totaal ongeveer 150 cm lang en kan in een aantal delen worden onderscheiden (zie tekening).
|
Rechts in de buik ligt het opstijgende deel (A: het colon ascendens), waar de dunne darm in uitmondt. Ook zit aan dit deel het wormvormig aanhangsel (de appendix) vast. | |
|
Nabij de lever gaat de dikke darm over in het dwars verlopende deel (B: het colon transversum), dat onder de maag langs naar links verloopt. | |
|
Nabij de milt gaat de dikke darm over in het afdalende deel (C: het colon descendens), | |
|
dat in de linker onderbuik een S-bocht maakt (D: het sigmoid). | |
|
In het kleine bekken gaat het sigmoid over in de endeldarm (E: het rectum) die eindigt bij de sluitspier, de anus. |
Waarom een dikke darm operatie?Er zijn twee soorten afwijkingen van de dikke darm waarvoor een operatie nodig kan zijn: ontstekingen en gezwellen. Bij ontstekingen hangt het van de ernst en de soort van ontsteking af welke operatie nodig is. Een gezwel kan goedaardig of kwaadaardig zijn. Bij een gezwel is de soort van operatie vooral afhankelijk van de aard van het gezwel en de plaats waar het zit in de dikke darm .
Naast deze aandoeningen zijn er
ook nog andere zeldzame afwijkingen, waarvoor een dikke darm operatie nodig kan
zijn.
De klachten die bij afwijkingen
aan de dikke darm optreden, zijn sterk afhankelijk van de aard en de plaats van
de afwijking. Mede daardoor is het klachtenpatroon zo wisselend. Klachten die
kunnen optreden zijn onder andere: bloedarmoede, veranderingen in de regelmaat
van de stoelgang, verstoppingen of afwisselend verstopping en dan weer diarree,
bloed of slijm bij de ontlasting, het gevoel ontlasting te moeten krijgen
terwijl er niets of niet veel komt.
De diagnose wordt gesteld aan de hand van de aard van de klachten en aanvullend onderzoek. De soort aandoening bepaalt welk aanvullend onderzoek nodig is en door wie dat wordt verricht. Mogelijke dikke darm onderzoeken zijn:
Lichamelijk en inwendig onderzoek: naast het beluisteren en het bevoelen, verricht de arts ook een inwendig onderzoek via de anus.
Endoscopie: met een flexibele kijkbuis (een endoscoop) wordt of een gedeelte van de darm (sigmoïdeoscopie) of de gehele dikke darm (coloscopie) bekeken. Hierbij worden vaak weefselmonsters (biopten) genomen voor onderzoek.
Coloninloop foto: hierbij wordt via de anus contrastvloeistof ingebracht, waarmee het verloop en de contour van de dikke darm kan worden afgebeeld op röntgenfoto’s.
CT-scan: met behulp van een computer worden in een serie gemaakte röntgenfoto’s bewerkt tot een speciaal beeld.
Echo:
een eenvoudig onderzoek, waarbij gebruik gemaakt wordt van geluidsgolven,
waarmee beeldvormend onderzoek kan worden verricht.
Er zijn veel soorten operaties mogelijk aan de dikke darm. De chirurg zal met u bespreken welke operatie bij u waarschijnlijk zal worden uitgevoerd. Soms is het nodig bij een dikke darmoperatie een stoma (darmuitgang op de buik) aan te leggen. Dit stoma kan tijdelijk of blijvend zijn. (Er is ook een folder: ‘Darmstoma’).
Voorbereiding
voor de operatie.
Afhankelijk van de situatie, het ziekenhuis en de voorkeur van de chirurg wordt voor de operatie de darm leeggemaakt. Dat kan met laxeermiddelen, al dan niet met een endeldarmspoeling (clysma) of door de darm volledig te spoelen (lavage). Als er een ernstige verstopping is of acuut geopereerd moet worden, kan dit leegmaken van de darm niet plaatsvinden.
Bij een operatie aan de dikke darm krijgt u antibiotica om infecties zo veel mogelijk te voorkomen.
Voor een darmoperatie wordt de
beharing van de buik en ook vaak van de schaamstreek weggeschoren.
Voor een operatie aan de dikke
darm moet u worden opgenomen en de operatie wordt verricht onder algehele
anesthesie, soms aangevuld met een verdoving via een prik in de rug.
De soort operatie is afhankelijk van de oorzaak van de afwijking en de plaats van de afwijking in de dikke darm. Hoe lang zo'n operatie duurt zal afhangen van de omstandigheden, maar meestal duurt dit langer dan 2 uur.
Nadat het aangedane darmdeel is
verwijderd zal men altijd proberen de resterende darmdelen weer met elkaar te
verbinden. Een dergelijke verbinding noemt men een anastomose. Welke ingreep
precies nodig is en hoe die moet worden uitgevoerd kan pas tijdens de operatie
worden bepaald. Van te voren kan de chirurg u wel globaal de te verwachten
operatieprocedure uitleggen.
Bij een gezwel of ontsteking
(diverticulitis) in het laatste deel van de dikke darm of in het bovenste deel
van de endeldarm kan de situatie zodanig zijn dat het niet altijd mogelijk is om
de resterende darmdelen weer met elkaar te verbinden. Het deel van de darm
waarin zich het gezwel of de ontsteking bevindt, wordt dan verwijderd. Het
onderste uiteinde van de darm wordt dan gesloten en van het bovenste uiteinde
maakt de arts een stoma (zie de folder 'Darmstoma'). Dit stoma is vaak
tijdelijk.
Zit de afwijking heel laag in
de darm, nabij de anus, dan kan het zijn dat er geen anastomose meer gemaakt kan
worden, omdat ook de anus moet worden weggenomen. In dat geval moet er een
eindstandig en blijvend colostoma (zie de folder 'Darmstoma') worden aangelegd.
Mogelijke complicaties.
Geen enkele operatie is zonder risico's. Zo is er ook bij operaties aan de dikke darm de normale kans op complicaties aanwezig, zoals trombose, longontsteking, nabloeding, wondinfectie.
Wondinfecties komen vaker voor
dan gewoonlijk en geven aanleiding tot een vertraagde wondgenezing. In bepaalde
situaties wordt de huid na een dikke darm operatie soms opengelaten om
wondinfecties te voorkomen.
Bij operaties aan de dikke darm
kan zich ook nog een specifieke complicaties voordoen, namelijk een lekkage van
de darmnaad (de anastomose). Vaak moet in geval van zo’n ernstige complicatie
een nieuwe operatie volgen, waarbij de anastomose wordt losgemaakt en een stoma
wordt aangelegd.
Bij mannen, die een uitgebreide
endeldarmoperatie hebben ondergaan, treedt soms impotentie op. Soms is het niet
te vermijden dat bij dit soort operaties de zenuwen naar de geslachtsdelen en
blaas worden beschadigd. Ook kan als gevolg van enige zenuwschade een
blaasontledigingsstoornis optreden. Gelukkig zijn dergelijke stoornissen op dit
gebied ook wel eens van tijdelijke aard.
Direct na de operatie bent u door een aantal slangen verbonden met apparaten. Dat kunnen zijn:
|
Één of twee infusen voor vochttoediening. | |
|
Een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding. | |
|
Een sonde door uw neus, die via de slokdarm in de maag ligt en ervoor zorgt dat het overtollige maagsap wordt afgezogen. | |
|
Een drain in uw buik voor afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht. | |
|
Een blaascatheter voor afloop van urine. |
Al naar gelang uw herstel na de
operatie worden al deze hulpmiddelen de een na de ander verwijderd.
In de loop van de dagen na de
operatie gaat het drinken geleidelijk aan beter en gaat u via vloeibare voeding
weer op vaste voeding over. Daar is geen vast schema voor. U krijgt de eerste
dagen drinken en eten naarmate uw maagdarmstelsel kan verdragen.
De
uitslag van het microscopisch onderzoek van het verwijderde darmweefsel is na
ongeveer veertien dagen bekend en wordt met u besproken. Als u de
aanwezigheid van een familielid bij het vernemen van de uitslag op prijsstelt,
is het verstandig dat van tevoren met uw arts te bespreken. Naar
aanleiding van deze bevindingen kan een aanvullende behandeling zoals
radiotherapie of chemotherapie worden geadviseerd. Hierover zult u in het
ziekenhuis of poliklinisch uitvoerig informatie ontvangen.
Als alles goed gaat kunt u in
het algemeen binnen tien tot veertien dagen na de operatie het ziekenhuis
verlaten. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle.
Wanneer speciale thuishulp (gezinszorg of wijkverpleging) nodig is, wordt die
vanuit het ziekenhuis geregeld.
Wanneer
u weer helemaal van de operatie hersteld zal zijn, is moeilijk aan te geven. Dat
zal afhangen van de grootte van de operatie, de aard van de aandoening en hoe u
zich op dat moment voelt.
Hoelang u poliklinisch moet
worden gecontroleerd, hangt natuurlijk samen met de aard van uw ziekte.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Wilt u meer weten over
aandoeningen van de dikke darm dan kunt u ook contact opnemen met de Nederlandse
Lever Darm Stichting, Luifelstede 42, 3431 JP
Nieuwegein, (
030 – 6055881.
Bent u van mening dat bepaalde
informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag.
![]()
HET VERWIJDEREN VAN DE ENDELDARM
(rectumextirpatie)
Inleiding
Deze folder geeft u
informatie over operaties aan de endeldarm wegens een kwaadaardig afwijking.
Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn
dan beschreven.
De endeldarm is het laatste
deel van onze dikke darm. Dit darmdeel heeft een reservoirfunctie voor de
darminhoud, die als ontlasting het lichaam via de anus verlaat.
Bij
u is een ‘rectumcarcinoom’ vastgesteld, een kwaadaardig gezwel aan de
endeldarm. Een operatie is eigenlijk de enige mogelijkheid om van de ziekte te
genezen. Vaak wordt het gezwel voorafgaande aan de operatie eerst nog bestraald.
In sommige gevallen volgt er na de operatie ook nog een behandeling met
radiotherapie (bestraling) of met medicijnen (chemotherapie).
Meestal komt men de diagnose op
het spoor omdat het ontlastingspatroon is veranderd, ook kan bloedverlies bij de
ontlasting tot de diagnose leiden.
De diagnose kan worden gesteld aan de hand van één of meerdere van de volgende onderzoeken:
|
Lichamelijk en inwendig onderzoek: naast het beluisteren en het bevoelen van de buik, verricht de arts ook een inwendig onderzoek via de anus, waarbij eventueel een gezwel in de endeldarm kan worden gevoeld. | |
|
Endoscopie: met een endoscoop (een flexibele kijkbuis) wordt of een gedeelte van de darm (sigmoïdeoscopie) of de gehele dikke darm (coloscopie) bekeken. Hierbij worden vaak weefselmonsters (biopten) genomen voor onderzoek. | |
|
Coloninloop foto: hierbij wordt via de anus contrastvloeistof ingebracht, waarmee het verloop en de contour van de dikke darm kunnen worden afgebeeld op röntgenfoto’s en gezwellen zich afbeelden als een uitsparing in het contrast. | |
|
CT-scan: met behulp van een computer worden in serie gemaakte röntgenfoto’s bewerkt tot een speciaal beeld, vooral om te beoordelen of het gezwel verbonden is met andere organen. | |
|
Echo: een eenvoudig onderzoek, waarbij gebruik gemaakt wordt van geluidsgolven, waarmee beeldvormend onderzoek kan worden verricht, soms in combinatie met een endoscopie. |
Voorbereiding
voor de operatie.
Vóór de operatie komt de stomaverpleegkundige bij u langs om samen met u de voorkeursplaats van een (eventueel) stoma te kunnen bepalen (voor informatie zie de folder ‘Darmstoma’).
Vaak wordt voor de operatie de endeldarm leeggemaakt. Dat kan met een endeldarmspoeling (clysma) al dan niet met een laxeermiddelen. Ook kan het zijn dat de darm volledig gespoeld wordt (lavage). Als er een verstopping is, kan dit leegmaken van de darm niet plaatsvinden.
Bij een operatie aan de
endeldarm krijgt u antibiotica om infecties zo veel mogelijk te voorkomen en
soms wordt voor de operatie de beharing van de buik en de schaamstreek
weggeschoren.
Bij de operatie wordt het deel van de endeldarm waarin het gezwel zit met een zo ruim mogelijke marge weggenomen. Afhankelijk van de mogelijkheden zal men altijd proberen de uiteinden van de darm weer met elkaar te verbinden. Een dergelijke verbinding noemt men een anastomose. Uit veiligheidsoogpunt wordt vaak een tijdelijk stoma aangelegd (meestal rechts onder in de buik) om de anastomose te laten genezen zonder dat er darminhoud langskomt (voor informatie zie de folder ‘Darmstoma’). Zo'n tijdelijk stoma wordt in de regel na 2-3 maanden weer opgeheven. Daar is dus een tweede, minder grote operatie voor nodig.
Het is alleen mogelijk om een
anastomose te maken als het gezwel niet te dicht bij de anus is gelegen, m.a.w.
als er genoeg gezonde endeldarm onder het niveau van het gezwel kan worden
gespaard. Is dit niet het geval dan zal de gehele endeldarm moeten worden
weggenomen inclusief de anus. Dan spreekt men van een ‘rectumextirpatie’.
Bij een ‘rectumextirpatie’ is het onvermijdelijk dat er een blijvend stoma
(meestal links onder in de buik) wordt aangelegd (voor informatie zie de folder
‘Darmstoma’).
Ongeacht
welk type operatie bij u zal worden uitgevoerd, zal de chirurg behalve het
aangedane deel van de endeldarm ook het omliggende vetweefsel - waarin zich
lymfklieren bevinden - verwijderen om zodoende de kans op het terugkeren van het
gezwel in het operatiegebied zo klein mogelijk te maken. Dit principe wordt TME
genoemd (Total Mesorectal Excision: het totale vettige
steunweefsel van de endeldarm wordt mee verwijderd). Juist achter dit vetweefsel
lopen echter zenuwvezels die zorgdragen voor een aantal sexuele en
urineblaasfuncties. Tijdens de operatie worden deze zenuwvezels zoveel mogelijk
gespaard. Dit principe wordt ANP genoemd (Autonome Zenuw (=Nerve) Preservatie).
Mogelijke complicaties.
Geen enkele operatie is zonder
risico’s. Zo is er ook bij een operatie aan de endeldarm de normale kans op
complicaties aanwezig, zoals trombose, longontsteking, nabloeding of
wondinfectie.
Bij operaties aan de dikke darm
kan zich ook nog een specifieke complicaties voordoen, namelijk een lekkage van
de darmnaad (de anastomose). Vaak moet in geval van zo’n ernstige complicatie
een nieuwe operatie volgen, waarbij de anastomose wordt losgemaakt en een stoma
wordt aangelegd.
Wondinfecties komen vaker voor
dan gewoonlijk en geven aanleiding tot een vertraagde wondgenezing. In acute
situaties, waarbij de darm niet goed kan worden voorbereid, wordt de huid na de
operatie opengelaten om wondinfecties te voorkomen.
Bij mannen die een uitgebreide
endeldarmoperatie hebben ondergaan, treedt soms impotentie op. Soms is het niet
te vermijden dat bij dit soort operaties de zenuwen naar de geslachtsdelen en
blaas worden beschadigd. Ook kan als gevolg van enige zenuwschade een
blaasontledigingsstoornis optreden. Gelukkig zijn dergelijke stoornissen op dit
gebied ook wel eens van tijdelijke aard.
Direct na de operatie bent u door een aantal slangen verbonden met apparaten. Dat kunnen zijn:
|
Één of twee infusen voor vochttoediening. | |
|
Een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding. | |
|
Een slang (sonde) door uw neus, die via de slokdarm in de maag ligt en ervoor zorgt dat het overtollige maagsap wordt afgezogen. | |
|
Een drain in uw buik voor afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht. | |
|
Een blaascatheter voor afloop van urine. |
Al naar gelang uw herstel na de
operatie worden al deze hulpmiddelen verwijderd.
In de loop van de dagen na de
operatie gaat het drinken geleidelijk aan beter en gaat u via vloeibare voeding
weer op vaste voeding over. Daar is geen vast schema voor.
De
uitslag van het microscopisch onderzoek van het verwijderde darmweefsel is na
een dag of veertien bekend en wordt met u besproken. Als u de
aanwezigheid van een familielid bij het vernemen van de uitslag op prijsstelt,
is het verstandig dat van tevoren met uw arts te bespreken. De uitslag van het
weefselonderzoek zegt iets over de aard van de aandoening en de uitgebreidheid
ervan. Het houdt niet in dat aan de hand daarvan uw vooruitzichten precies
kunnen worden voorspeld. Naar aanleiding van
de bevindingen kan een aanvullende behandeling zoals radiotherapie of
chemotherapie worden geadviseerd. Hierover zult u in het ziekenhuis of
poliklinisch uitvoerig informatie ontvangen.
Als alles goed gaat kunt u in
het algemeen binnen veertien dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Bij
ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. Wanneer
speciale thuishulp (gezinszorg of wijkverpleging) nodig is, wordt die vanuit het
ziekenhuis geregeld.
Wanneer
u weer helemaal van de operatie hersteld zal zijn, is moeilijk aan te geven. Dat
zal afhangen van de grootte van de operatie, de aard van de aandoening en hoe u
zich op dat moment voelt.
Hoelang u poliklinisch moet
worden gecontroleerd, hangt natuurlijk samen met de aard van uw ziekte.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Wilt u meer weten over uw
aandoeningen van de dikke darm dan kunt u ook contact opnemen met de Nederlandse
Lever Darm Stichting, Luifelstede 42, 3431 JP
Nieuwegein, (
030 – 6055881.
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag.
![]()
BLINDEDARMONTSTEKING (APPENDICITIS)
Deze folder geeft u informatie over de operatie wegens een acute blinde darmontsteking (appendicitis acuta). Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
De blinde darm of appendix (letterlijk: aanhangsel) bevindt zich meestal daar waar de dunne darm overgaat in de dikke darm, dat wil zeggen rechtsonder in de buik.
Appendicitis is een (meestal plotseling ontstane) ontsteking van de blinde darm. Waarom deze ontstoken raakt, is niet duidelijk. De pijnklachten beginnen meestal geleidelijk op, rond of boven de navel. Uiteindelijk zakt de pijn naar de rechter onderbuik. Soms worden de pijnklachten voorafgegaan door misselijkheid en braken. Er kan een lichte temperatuurverhoging zijn en een algeheel onwel bevinden. Wanneer de verschijnselen duidelijk zijn, is het aanraken van de buik en het daarna loslaten pijnlijk, met name rechtsonder. Ook hoesten en lachen doet soms pijn. Dikwijls wordt ook vervoerspijn aangegeven, bijvoorbeeld wanneer met de auto over een hobbel wordt gereden.
De blinde darmontsteking kan soms zeer heftig verlopen en aanleiding geven tot buikvliesontsteking. In dat geval kan de pijn in de gehele buik voelbaar zijn.
Vaak kan op grond van het verhaal en de symptomen de diagnose appendicitis acuta gemakkelijk worden gesteld. Wanneer het ziektebeeld minder duidelijk is, moeten andere oorzaken worden uitgesloten, bijvoorbeeld een darminfectie, voedselvergiftiging of gynaecologische oorzaken zoals een buitenbaarmoederlijke zwangerschap of een eierstokontsteking.
Vanzelfsprekend is het lichamelijk onderzoek door de arts van belang, waartoe meestal ook het inwendig onderzoek via de anus behoort en bij de vrouw eventueel ook het inwendig gynaecologisch onderzoek. Daarnaast wordt vaak nog bloed en urine in het laboratorium onderzocht.
Soms wordt nog een echografisch onderzoek op de röntgenafdeling aangevraagd. Door middel van geluidsgolven kunnen echografisch de organen in de onderbuik zichtbaar gemaakt en bekeken worden.
Bij twijfel of onzekerheid over de juiste aandoening kan een kijkoperatie (laparoscopisch onderzoek) onder narcose aan de eventuele operatie vooraf gaan.
Als de diagnose appendicitis acuta is gesteld, is het verwijderen van de ontstoken blinde darm de beste behandeling (appendectomie). Deze operatie kan uitgevoerd worden door middel van een kleine snee rechts in de onderbuik of door middel van een kijkoperatie (laparoscopie). Bij de kijkoperatie worden via een aantal gaatjes in de buikwand instrumenten en een camera, die verbonden is met een TV-monitor, in de buik gebracht. De arts kan via de camera zijn handelingen zien op het TV-scherm en zo de operatie uitvoeren.
Bij tekenen van een duidelijke buikvliesontsteking in de onderbuik waarbij de diagnose appendicitis acuta niet zeker is, kan de chirurg er voor kiezen te opereren door een snee midden in de onderbuik. Daarbij kan ruimere toegang tot de buik verkregen worden om eventuele andere oorzaken van de pijnklachten op te sporen en te behandelen.
Welke methode zal worden gekozen is van vele factoren afhankelijk, zoals van de ernst van het ziektebeeld, de voorkeur en ervaring van de operateur, etc.
Wanneer bij operatie blijkt dat er pus als gevolg van de blinde darmontsteking in de buik is ontstaan, kan de chirurg besluiten om de huidwond open te laten. Daarmee wordt de kans op een latere wondontsteking kleiner. De wondgenezing duurt dan weliswaar wat langer, maar dat hoeft niet vanzelfsprekend een lelijker litteken op te leveren.
Soms is de ontsteking van de blinde darm in de loop van de tijd al ‘afgedekt’ door verkleving met buikvet en darmlissen. Dit is soms bij het onderzoek als een weerstand in de rechteronderbuik te voelen. Men spreekt dan van een appendiculair infiltraat. Het ontstaat meestal na enige dagen ziek zijn. In zo'n geval moet de ontsteking en het infiltraat eerst 'tot rust komen'. Het is de vraag of daarna nog moet worden overgegaan tot een operatie om de blinde darm alsnog te verwijderen.
Geen enkele operatie is zonder risico's. Zo is ook bij deze operatie een normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie, longontsteking, trombose of longembolie.
Soms kan na een forse appendicitis acuta met pus in de buik later nog een abces in de buik ontstaan. De mogelijkheid bestaat dat dit abces chirurgisch moet worden behandeld of onder röntgencontrole kan worden aangeprikt.
Na de operatie heeft de patiënt(e) een infuus voor vocht- en medicijntoediening. De eerste dagen krijgt de patiënt drinken en eten naarmate het maagdarmstelsel dat kan verdragen. Daar is geen vast schema voor. In het algemeen kan de patiënt na twee tot vijf dagen worden ontslagen, vaak is dan de normale voeding weer mogelijk.
Het herstel thuis neemt meestal nog een paar dagen tot weken, afhankelijk van hoe ernstig de ontsteking is geweest. Daarna kunnen de normale activiteiten worden hervat.
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
(Een kunstmatige uitgang)
Deze folder geeft u informatie
over de procedure rond het aanleggen van een darmstoma (een kunstmatige
uitgang). Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders
kan zijn dan beschreven.
U heeft van uw arts gehoord dat er bij u een stoma moet worden aangelegd of dat de kans op een stoma bij uw operatie aanwezig is.
Een stoma is een kunstmatige
uitgang voor ontlasting of urine. In deze folder zal alleen het stoma voor de
ontlasting aan de orde komen. Een darmstoma is een kunstmatige opening van de
darm die vastgehecht wordt in de huid van de buikwand. Een stoma wordt aangelegd
wanneer de ontlasting het lichaam niet langs de natuurlijke weg kan verlaten.
Ook kan een stoma nodig zijn om een deel van de darm rust te geven.
Onder normale omstandigheden is
het mogelijk de ontlasting op te houden dankzij de kringspier van de anus. Met
een stoma kan dat niet meer. De ontlasting die het stoma verlaat, moet worden
opgevangen. Daar zijn speciale opvangmaterialen voor en methoden om het opvangen
van de ontlasting te regelen.
Een stoma kan aangelegd worden
op de dunne darm (ileostoma) of op de dikke darm (colostoma).
Een stoma kan tijdelijk of
blijvend zijn. Een tijdelijk stoma wordt bijvoorbeeld aangelegd om een darmdeel
rust te geven, een blijvend stoma wordt aangelegd bijvoorbeeld wanneer de hele
dikke darm verwijderd wordt.
Een
stoma kan eindstanding zijn of dubbelloops. Een eindstanding stoma heeft één
opening, een dubbelloops stoma heeft twee openingen naast elkaar. Uit de ene
opening komt de ontlasting, uit de andere alleen slijm (afkomstig van het
slijmvlies van de darm). Een tijdelijk stoma is vaak dubbelloops.
Wanneer een deel van de darm
wordt uitgeschakeld - er komt dan tijdelijk of blijvend geen ontlasting meer
langs - kan dat darmdeel nog steeds ‘ontlasting’ produceren. Het slijmvlies
in dat darmdeel blijft namelijk slijm vormen.
De plaats van het stoma
De plaats waar het stoma aangelegd zal worden, hangt af van een aantal factoren. Voor de operatie komt er meestal een stomaverpleegkundige bij u langs. Deze verpleegkundige heeft zich op dit gebied gespecialiseerd en kan u veel vertellen over het stoma en de gevolgen daarvan. Tevens bepaalt deze verpleegkundige in overleg met u de voorkeursplaats voor het stoma. Die plaatsbepaling hangt af van de vorm en de plooien van de buik en van de kleding die gedragen wordt. Toch zal dit slechts een aanduiding kunnen zijn, want de arts, die u opereert, is natuurlijk afhankelijk van de omstandigheden in de buik.
In geval van een spoedoperatie
is die plaatsbepaling veel moeilijker. De plaats hangt dan helemaal af van de
bevindingen tijdens de operatie. De meest voorkomende plaats voor een stoma is
de rechter- of linkeronderbuik.
De operatie
Voor het aanleggen van een
stoma is een opname in het ziekenhuis noodzakelijk. De operatie vindt plaats
onder algehele anesthesie (narcose). De anesthesist geeft u hierover nadere
informatie. De duur van de operatie is sterk afhankelijk van het soort operatie
waarbij het stoma wordt aangelegd.
Bij het aanleggen van het stoma
brengt de arts het darmdeel dat het stoma moet gaan vormen door een opening ter
grootte van een euro door de buikwand naar buiten. De darm wordt vervolgens
vastgehecht aan de huid. De binnenzijde van de darm (het slijmvlies) vormt dus
het zichtbare stoma. Na de operatie wordt er een opvangzakje geplaatst over het
stoma.
Mogelijke complicaties
Geen
enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale
kans op complicaties aanwezig die bij een operatie altijd bestaan, zoals nabloeding,
wondinfectie, trombose of longontsteking.
Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk.
|
Zo kan het darmdeel dat door de buikwand verloopt problemen met de doorbloeding krijgen. De kleur van het stoma verandert dan (donker rood – blauw). Wanneer de doorbloeding erg slecht wordt, moet het stoma opnieuw worden aangelegd. | |
|
Ook kan er stuwing optreden van het stoma. Het stoma ziet er dan bleek en gezwollen uit. Dit gaat meestal na een paar dagen vanzelf over. | |
|
Het slijmvlies van de darm is goed doorbloed en kwetsbaar. Het kan daarom vrij makkelijk bloeden, hetgeen in het algemeen niet verontrustend is. |
Er zijn ook complicaties op langere termijn mogelijk.
|
Er kan door de opening in de buikwand een zwelling naast het stoma ontstaan. Dat is dan waarschijnlijk een buikwandbreuk (hernia). Door het gat in de buikwand komt dan meer buikinhoud naar voren dan alleen het darmdeel dat het stoma vormt. Geeft dit veel klachten dan wordt deze breuk operatief hersteld als het technisch mogelijk is. Het kan zijn dat het stoma dan verplaatst moet worden. | |
|
Soms treedt er op de lange duur een vernauwing op van het stoma. Oprekken kan dan nog wel eens helpen, soms is een nieuwe operatie nodig. | |
|
Ook kan er meer slijmvlies uit het stoma puilen (prolaps). Dat komt doordat de darm als het ware naar buiten gedrukt wordt. Bij klachten kan een nieuwe operatie nodig zijn. |
Na de behandeling
Na de operatie zal de aandacht gericht zijn op uw herstel en het leren omgaan met het stoma. Hierbij zal de stomaverpleegkundige een steun zijn.
Ook zal er aandacht zijn voor de voeding. Bepaalde voedingstoffen kunnen dunnere ontlasting geven, waardoor een snellere darmpassage of meer gasvorming optreedt. Dat kan bij een stoma hinderlijk zijn.
Na een ileostoma verliest u
in het begin veel vocht en zout, eventuele tekorten zullen moeten worden
aangevuld.
Als alles goed gaat kunt u in
het algemeen binnen tien tot veertien dagen na de operatie het ziekenhuis
verlaten. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle.
Wanneer speciale thuishulp (gezinszorg of wijkverpleging) nodig is, wordt die
vanuit het ziekenhuis geregeld.
Wanneer
u weer helemaal van de operatie hersteld zal zijn, is moeilijk aan te geven. Dat
zal afhangen van de grootte van de operatie, de aard van de aandoening en hoe u
zich op dat moment voelt.
Het zal duidelijk zijn dat een
stoma altijd een grote verandering in het leven geeft, die met veel vragen en
onzekerheden gepaard gaat. Deze folder kan u daarbij van nut zijn, maar u heeft
wellicht behoefte aan meer informatie. Bij de Nederlandse Stomavereniging 'Harry
Bacon' (
0346 – 26 22 86) en de Stoma Stichting Nederland (
0182 – 63 15 07) kunt u terecht voor lotgenotencontact en informatie over
bijvoorbeeld voeding, seksualiteit en sporten.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of
onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
laatst bijgewerkt 27-12-04
![]()
EEN POUCH IN PLAATS VAN DE DIKKE DARM
(IPAA, ileo pouch anale anastomose)
Deze folder geeft u informatie over de ileo pouch anale anastomose (IPAA), die aangelegd kan worden na het verwijderen van de dikke darm.
Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Bij patiënten met een dikke darm ziekte kan het nodig zijn deze darm in zijn geheel te verwijderen. Bij een aantal dikke darm ziekten (colitis ulcerosa, familiaire adenomateuze polyposis) is het mogelijk dat na het verwijderen van de dikke darm met een IPAA-operatie een nieuwe verbinding van het darmstelsel - de dunne darm - met de anus wordt gemaakt. Zodoende blijft de ontlasting langs de natuurlijke weg komen. Een IPAA-operatie kan worden uitgevoerd tijdens de operatie waarbij de dikke darm wordt verwijderd of pas nadat u hersteld bent van de darm operatie en de juiste diagnose van de dikke darm ziekte bekend is. In dit laatste geval is na het verwijderen van de dikke darm tot aan de endeldarm een tijdelijk dunne darmstoma aangelegd (zie folder ‘Darmstoma').
Voordat besloten wordt om een IPAA-operatie uit te voeren moet duidelijk zijn welke vorm van dikke darm ziekte u heeft. Dat kan met behulp van een endoscopie. De diagnose kan worden gesteld met behulp van een coloscopie. Dat is een onderzoek, waarbij met een endoscoop (een flexibele kijkbuis) de gehele dikke darm wordt bekeken. Daarbij worden weefselmonsters (biopten) genomen voor onderzoek aan de hand van microscopisch onderzoek van dat weefsel kan de aard van de dikke darm ziekte wordt vastgesteld.
Wanneer de dikke darm operatie al eerder heeft plaatsgevonden kan aan de hand van het weefselonderzoek de juiste diagnose worden gesteld.
Ter voorbereiding op de IPAA-operatie zal onderzoek naar de functie van de endeldarm en de kringspieren van de anus worden verricht. Dit is van belang om de functie van de pouch en de kringspieren van de anus na de IPAA-operatie te kunnen voorspellen.
Wanneer de dikke darm in dezelfde operatie wordt verwijderd, wordt voor de operatie de dikke darm gewoonlijk schoongemaakt met laxeermiddelen al dan niet met een endeldarmspoeling (clysma) of door de darm volledig te spoelen (lavage).
Bij de operatie wordt gebruik gemaakt van antibiotica om infecties zo veel mogelijk te voorkomen. Deze middelen krijgt u via een infuus toegediend vlak voor de operatie.
Voor een darmoperatie wordt de beharing van de buik en ook vaak van de schaamstreek weggeschoren.
Voor een operatie aan de dikke darm moet u worden opgenomen en de operatie wordt verricht onder algehele anesthesie, soms aangevuld met een verdoving via een prik in de rug.
Alvorens de IPAA-operatie uit te kunnen voeren moet de dikke darm tijdens dezelfde operatie of al eerder operatief verwijderd zijn. Van de dunne darm wordt een reservoir - een soort ‘opvangzak’ – gemaakt. Dit reservoir wordt vervolgens op de kringspieren van de anus gehecht.
Mogelijke complicaties.
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo zijn ook bij deze operatie de normale risico's op complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking. Bij een nabloeding kan met spoed een nieuwe operatie nodig zijn. Bij een wondinfectie duurt de genezing langer dan normaal en het kan zijn dat uw langer in het ziekenhuis moet blijven.
Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk, zoals abcesvorming bij de darmnaad (de anastomose) of lekkage ervan. Vaak moet in dat geval een nieuwe operatie volgen, waarbij de anastomose wordt losgemaakt en een stoma wordt aangelegd.
Ook kunnen verklevingen van de darmen zorgen voor een verstopping van de darm. De passage van darminhoud raakt dan geblokkeerd.
Bij uitgebreide operatie in het bekkengebied kunnen blaas- en sexuele functiestoornissen optreden door zenuwschade. Soms kan dat tot impotentie bij mannen lijden of tot incontinentie (controleverlies op het goed op kunnen houden van de urine).
In loop van de tijd kan bij een aantal patiënten een ‘pouchitis’ optreden. Dit is een onsteking in de pouch, die met antibiotica kan worden behandeld. Bij een pouchitis moet u doorgaans vaker naar het toilet en is de ontlasting dunner. Ook komt er wel eens koorts en een ziek gevoel bij voor. Gelukkig is een pouchitis bij de meeste patiënten slechts een eenmalige gebeurtenis.
Het kan zijn, dat u direct na de operatie door een aantal slangen verbonden bent met apparaten. Dat kunnen zijn:
|
Één of twee infusen voor vochttoediening. | |
|
Een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding. | |
|
Een sonde door uw neus, die via de slokdarm in de maag(rest) ligt en ervoor zorgt dat overtollig maagsap wordt afgezogen. | |
|
Een drain in uw buik voor afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht. | |
|
Een blaaskatheter voor afloop van urine. |
Afhankelijk van uw herstel na de operatie worden al deze hulpmiddelen verwijderd.
Geleidelijk aan in de loop van de dagen na de operatie gaat het drinken beter en gaat u via vloeibare voeding weer op vaste voeding over. Daar is geen vast schema voor. U krijgt de eerste dagen drinken en eten naarmate uw maagdarmstelsel dat kan verdragen.
Als alles goed gaat kunt u in het algemeen binnen tien tot veertien dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle.
Adviezen voor thuis
Aangezien de ontlasting na het verwijderen van de dikke darm dunner zal zijn dan onder normale omstandigheden, kan het nodig zijn dat u medicijnen moet gaan gebruiken voor het indikken van de ontlasting.
Aangezien de ontlasting dunner zal zijn, zult u vaker naar het toilet moeten dan onder normale omstandigheden zonder dikke darmaandoening. De verwachting is dat dankzij aanpassing van de pouch de ontlastingsfrequentie in de loop van de tijd zal verbeteren.
In principe kunt u na een IPAA-operatie alles eten, doch u zult er achter komen wat u goed en minder goed kunt verdragen.
Er zijn geen verdere leefregels. Het algehele herstel zal zo’n 3 tot 6 maanden duren.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Wilt u meer weten over uw aandoeningen van de dikke darm dan kunt u ook contact opnemen met de Nederlandse Lever Darm Stichting, Luifelstede 42, 3431 JP Nieuwegein, ( 030 – 605 58 81.
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag.
![]()