borstlymfea.gif (41364 bytes)

lymfeafvloed in de borstklier

KNOBBELTJE IN DE BORST

Inleiding

Deze folder informeert u over de gang van zaken bij een afwijking (knobbeltje) in de borst. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Vooraf

Borstafwijkingen bij vrouwen komen veel voor. Vaak zijn dit onschuldige afwijkingen, slechts in een minderheid van de gevallen hebben we met kwaadaardige gezwellen te maken. Toch is het nodig om bij een verandering aan de borst uit te laten zoeken wat er aan de hand is. 

In deze folder wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan de bouw van de borst, veranderingen in of aan de borst, de aard van de veranderingen en de onderzoeken die er zijn om vast te stellen om welke aandoening het gaat. Met kennis van deze onderwerpen kunt u beter met uw arts meedenken en zelf meebeslissen over een eventuele behandeling. 

De bouw van de borst

Onder de gladde huid van de borst voelt het bobbelig aan. Deze bobbeltjes zijn de melkklieren. Zij zijn over het algemeen vrij zacht en voelen in beide borsten hetzelfde aan. Samen vormen de melkklieren het borstklierweefsel. Om de melkklieren heen ligt vet- en bindweefsel, ook wel steunweefsel genoemd.

Bij de meeste vrouwen zijn de borsten niet gelijk: de ene borst is iets groter dan de andere, de ene tepel zit iets hoger dan de andere.

Sommige vrouwen hebben vlak voor de menstruatie gezwollen en pijnlijke borsten en voelen dan knobbeltjes. Over het algemeen zijn dit onschuldige verschijnselen die samenhangen met hormonale veranderingen in het lichaam. 

Veranderingen in of aan de borst

De meest voorkomende verandering in de borst is een knobbeltje. Hiermee wordt een verdikking bedoeld die anders aanvoelt dan de bobbeligheid die normaal te voelen is. Knobbeltjes kunnen heel verschillend aanvoelen. Het kan een plek zijn die niet echt rond is en wat stugger en harder aanvoelt dan de rest van het klierweefsel. Het kan ook een kogelrond knobbeltje zijn dat als een knikker onder de vingers wegglijdt. In de meeste gevallen doet een knobbeltje geen pijn.

Naast een knobbeltje in de borst kunnen er zich ook andere afwijkingen voordoen:

bullet

Een verdikt strengetje naast de tepel.

bullet

Deukjes of kuiltjes in de huid.

bullet

Een tepel die sinds kort naar binnen trekt.

bullet

Een verandering van de tepel waarbij verschijnselen optreden als roodheid, schilfertjes en een soort eczeem.

bullet

Vocht uit de tepel (waterig, melkachtig, soms ook wat bloederig).

Pijn in de borst op een plek waar ook het klierweefsel anders aanvoelt.

Voor al deze veranderingen is medisch onderzoek aangewezen, want alleen dat kan uitwijzen of een verandering in of aan de borst goedaardig of kwaadaardig is. 

Goedaardige tumoren

bullet

Een veel voorkomende goedaardige tumor is een bindweefselknobbel (fibro-adenoom). Deze knobbel ontstaat door wildgroei in het bindweefsel. Zij drukt het omringende weefsel opzij, maar tast gezonde cellen niet aan.

bullet

Dit geldt ook voor de vetweefselknobbel (lipoom), een goedaardige tumor die ontstaat vanuit het vetweefsel in de borst. Vetweefselknobbels voelen in het algemeen zacht aan.

bullet

Een cyste is een andere veel voorkomende goedaardige aandoening. Een cyste is een met vocht gevulde holte. Een cyste kan ontstaan door verstopping van een uitvoergangetje van een melkklier. Als de borsten gespannen zijn, is een cyste te voelen als een ronde, stevige knobbel. Er kunnen meer cysten in een of beide borsten voorkomen.

bullet

Mastopathie is een verzamelnaam voor goedaardige aandoeningen in het klierweefsel van de borsten. Het borstklierweefsel voelt onregelmatig aan, er worden een of meer knobbels, strengetjes, schijfjes of brokjes gevoeld. Ook kunnen de borsten heel gespannen zijn. Soms is er afscheiding uit de tepel(s). Mastopathie kan voorkomen in één borst of in beide borsten. Veel vrouwen hebben er met name voor de menstruatie last van, anderen altijd.

Kwaadaardige tumoren

Bij een kwaadaardige tumor dringen de tumorcellen de omringende weefsels binnen en tasten deze ook aan. Ook kunnen cellen van een kwaadaardig gezwel zich door het lichaam verspreiden. Op deze manier ontstaan op andere plaatsen in het lichaam uitzaaiingen (metastasen).

Alleen wanneer er sprake is van een kwaadaardige tumor spreken we van kanker. 

Onderzoek in het ziekenhuis

Bij veranderingen in of aan de borst is na het lichamelijk onderzoek van de borsten (inspectie en bevoelen) vaak verder onderzoek nodig. Dat onderzoek vindt plaats in het ziekenhuis.

bullet

Mammografie

 

Bij dit röntgenonderzoek moet de borst worden plat gedrukt. Dit is erg onplezierig, maar het is nodig om een scherpe afbeelding van het borstweefsel te kunnen maken. Bij een mammografie worden er altijd foto's van beide borsten gemaakt. Op deze borstfoto's zijn vaak al hele kleine veranderingen te zien, soms zelfs als ze nog niet eens voelbaar zijn.

bullet

Echografie

Bij een echografie wordt met behulp van geluidsgolven een afbeelding van de borsten gemaakt. Dit levert informatie op over de verschillende weefsels in de borst. Op deze manier kan een arts bijvoorbeeld een cyste onderscheiden van een andersoortige knobbel. Vooral bij jonge vrouwen kan een echografie meer informatie geven dan de mammografie. Dat komt, omdat de structuur van het jonge borstklierweefsel vaak geen betrouwbare beoordeling van de mammografie toelaat. 

Verder onderzoek

Op grond van de uitkomsten van de eerste onderzoeken (inspectie en bevoelen, de mammografie en eventueel een echografie) kan een chirurg bepalen of er verder weefselonderzoek nodig is. Vaak wordt er in dat geval eerst een punctie verricht. Zonodig kan daarna een biopsie volgen.

bullet

Punctie

Bij een punctie worden uit een duidelijk voelbaar knobbeltje met behulp van een dunne naald weefselcellen en/ of vocht opgezogen. Het opgezogen materiaal wordt onderzocht onder de microscoop. Het microscopisch onderzoek kan meer informatie geven over de aard van het knobbeltje: of het om een goedaardig of een kwaadaardig knobbeltje gaat.

Bij een cyste kan deze met een punctie geheel worden leeggezogen. De borstafwijking is dan meteen behandeld.

Een punctie kan poliklinisch gebeuren en er is geen verdoving voor nodig.

bullet

Biopsie met boornaald

Een boornaald-biopsie wordt uitgevoerd met een grotere naald, die het mogelijk maakt meer weefsel weg te nemen uit het gezwel. Het onderzoek kan poliklinisch gebeuren en vaak wordt de huid verdoofd.

bullet

Stereotactische punctie

Als er geen knobbeltje voelbaar is in de borst kan met behulp van een computergestuurd mammografisch onderzoek toch een punctie gedaan worden. Nadat de mammogrammen zijn gemaakt, analyseert een computer de beelden om het gezwel te lokaliseren. Daarna worden met een naald cellen of weefsel verwijderd. Het onderzoek kan poliklinisch gebeuren en er is geen verdoving voor nodig.

bullet

Lokalisatie onderzoek van de borst

voor een beeldverslag van de procedure, klik hier

Als het gezwel moeilijk of niet te voelen is, kan een borstnaaldlokalisatie worden uitgevoerd.. Met behulp van speciale geleiders in het toestel voor borstfoto’s kan de radioloog via een naald een metalen draad in de afwijking plaatsen. Tijdens de operatie kan de chirurg door het volgen van de metalen draad de afwijking vinden en deze dan vervolgens verwijderen.

bullet

Biopsie

Een biopsie is nodig wanneer het op een andere wijze niet lukt om cellen of weefsel te verkrijgen om een diagnose te kunnen stellen. Via een sneetje in de huid neemt de chirurg een afwijkend stukje weefsel weg. Dit stukje weefsel wordt onder de microscoop onderzocht. Per situatie is het verschillend of een biopsie onder plaatselijke of algehele anesthesie (narcose) plaatsvindt en of opname van een dag in het ziekenhuis nodig is. 

Behandeling

Afhankelijk van de aard van het knobbeltje of de verandering in of aan de borst en de klachten die er zijn, wordt in gezamenlijk overleg besloten welke behandeling het beste is. Soms kan worden volstaan met een regelmatige controle. In andere gevallen kan het beter zijn om het knobbeltje of de verandering in of aan de borst operatief te verwijderen Daarnaast kan een behandeling met hormonen of andere geneesmiddelen nodig zijn.  

Patiëntenvereniging  

Er is een Stichting ‘Begeleidingsgroep voor Vrouwen met Mastopathie’ (SBVM). Het adres voor meer informatie is:

Postbus 2238

5202 CE’s Hertogenbosch

telefoon :073-6212134 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

Voorlichtingscentrum KWF Nederlandse Kankerbestrijding

Hebt u vragen over kanker van meer algemene aard of wilt u voor uw bezoek aan de arts eerst eens met iemand anders over uw vragen praten, dan kunt u ondermeer terecht bij het Voorlichtingscentrum KWF Nederlandse Kankerbestrijding, Sophialaan 8, 1075 BR Amsterdam. Het centrum is open van maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur. U kunt zo binnenlopen, maar als u eerst even opbelt, kan men met uw bezoek rekening houden.

U kunt ook schrijven of uw vragen bespreken via de  hulp- en informatietelefoon: 0800 0226622

 

entree

OPERATIE VOOR BORSTKANKER

 

Inleiding

Deze folder geeft u een globaal overzicht over de operatie voor borstkanker. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

De behandeling

Afhankelijk van de grootte en de aard van het kwaadaardige weefsel, kan borstkanker in de regel op twee manieren behandeld worden:

bullet

Een borstsparende operatie

 

voor een beeldverslag van een borstsparende operatie met schildwachtklierprocedure klik hier

 

Het gezwel wordt ruim uit de borst weggenomen. De lymfeklieren in de okselholte aan de zijde van de behandelde borst worden ook verwijderd, meestal via een aparte snee.

Bestraling (radiotherapie) is na deze operatie altijd noodzakelijk om mogelijke in het  borstklierweefsel achtergebleven kwaadaardige cellen alsnog uit te schakelen.

bullet

Een borstamputatie

   

voor een beeldverslag van een borstamputatie met schildwachtklierprocedure klik hier

 

De gehele borst wordt samen met de lymfeklieren in de oksel verwijderd. Soms kan het noodzakelijk zijn een gedeelte van de borstwandspieren mee te verwijderen met de bedoeling het gezwel ruim uit te nemen. Wanneer na de operatie bij weefselonderzoek blijkt dat het gezwel toch te dicht is genaderd tot de randen van het weggenomen weefsel, is bestraling alsnog aangewezen. 

Deze beide behandelingen hebben een gelijke kans op genezing. Het vanzelfsprekende voordeel van de borstsparende behandeling is dat de borst behouden blijft. De vorm en kleur van de borst kunnen door de intensieve behandeling wel enige verandering vertonen, in vergelijking met de andere borst. 

De borstsparende behandeling is niet aangewezen als het gezwel te groot is in verhouding tot de grootte van de borst. In dat geval is het cosmetisch resultaat teleurstellend.

Als er meer dan één gezwel in de borst is of als er uitgebreide uitlopers van borstkanker zijn, komt de borstsparende behandeling ook niet in aanmerking. Er is dan een verhoogd risico dat na borstsparende behandeling het gezwel weer in de borst uitgroeit. De groeiwijze van de tumor is soms ook een reden om niet tot een borstsparende behandeling over te gaan. Wordt wel aan alle voorwaarden voldaan dan is een borstsparende behandeling een verantwoorde keuze. De uiteindelijke keuze van behandeling is aan u, maar uw chirurg zal u daarin gaarne bijstaan en zo nodig van verder advies dienen. 

Bij een borstamputatie, waarbij radiotherapie in het algemeen niet aangewezen is, is de gehele behandelingsduur korter. 

Na een borstamputatie kunt u een reconstructie van de borst overwegen. Er zijn verschillende manieren waarop de plastisch chirurg de reconstructie kan uitvoeren. U kunt altijd via uw chirurg advies vragen aan de plastisch chirurg.   

Schildwachtklier

Het verwijderen van alle okselklieren is tegenwoordig onderwerp van discussie en wetenschappelijk onderzoek. Daarbij gaat het om de zogenaamde ‘schildwachtklier’. Meer informatie hierover kunt u vinden in de folder “Verwijdering van de Schildwachtklier” of Verwijdering van de swk bij borstkanker

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij borstoperaties de normale risico's op complicaties van een operatie zoals trombose, longontsteking, nabloeding, wondinfectie.

Een operatie voor borstkanker is lichamelijk gezien geen zware operatie. Vrouwen op hogere leeftijd kunnen de operatie veilig doorstaan.

Doordat meestal de gevoelszenuwen die dwars door de oksel lopen moeten worden weggenomen, kunt u na de operatie aan de binnenkant van de bovenarm een gevoelloos gebied ontdekken. Dit gebied 'slaapt'. Dit 'nare' gevoel is blijvend. 

Na de operatie

bullet

Drains

Om bloed en wondvocht weg te zuigen zijn er één of twee dunne slangetjes (drains) in het operatieterrein aangebracht. Een drain kan meestal na enkele dagen verwijderd worden, soms kan een drain ook wel een week nodig zijn. Daarna kan toch nog wondvochtophoping (seroomvorming) ontstaan. Dit kan met behulp van een spuit met naald worden aangeprikt en weggezogen.

bullet

Stijve arm

Door de operatie is de arm aan de kant van de geopereerde borst stijf geworden. U wordt geadviseerd uw arm te oefenen. Het is van belang dat u de armoefeningen die u in het ziekenhuis leert, thuis voortzet. Probeer een aantal keren (een tot vier) per dag te oefenen. Forceer u zelf niet. Meestal is de functie van de arm en de schouder na enige maanden weer vrijwel normaal.

bullet

Dikke arm

Wanneer bij de operatie de okselklieren verwijderd zijn, kan het lymfevocht vanuit de arm minder gemakkelijk worden afgevoerd. Er ontstaat extra lymfevocht als u te veel zwaar werk doet met uw arm of wanneer u aan uw arm of hand een ontsteking krijgt. Ontzie daarom uw arm en draag handschoenen bij huishoudelijk werk en bij het werken in de tuin. De kans op een hinderlijke dikke arm na verwijdering van de okselklieren is vijf tot tien procent. Dat wil zeggen dat meer dan 90% van alle vrouwen geen dikke arm heeft en normaal kan functioneren. Als uw arm toch dikker of gezwollen wordt, raadpleeg uw specialist of huisarts. Kijk voor meer informatie hierover in de folder “Lymfoedeem van de arm”. 

De uitslag en aanvullende behandelingen

De uitslagen van het microscopisch onderzoek van het verwijderde borstklierweefsel en de lymfeklieren zijn na ongeveer een ŕ twee weken bekend en worden met u besproken. Naar aanleiding van deze bevindingen kan een aanvullende behandeling zoals radiotherapie (bestraling), hormonale therapie of chemotherapie worden geadviseerd. In dat geval ontvangt u nadere informatie.    

Een erfelijke vorm van borstkanker komt voor, maar dat is slechts in minder dan 5% van de gevallen. Toch kan op grond van bepaalde gegevens, bijvoorbeeld wanneer borstkanker veel in een familie voorkomt, er aanleiding bestaan om onderzoek te doen naar een erfelijke vorm. In dat geval wordt met u overlegd of het zinvol is om u door te verwijzen naar een afdeling klinische genetica (erfelijkheidsonderzoek).   

Het ontslag

Voor het ontslag wordt u indien nodig geďnformeerd over de mogelijkheden van een prothesevoorziening. Tevens krijgt u desgewenst de adressen van informatiecentra, lotgenotencontact en professionele begeleiding.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle.

Lotgenotencontact

Hebt u tijdens uw opname behoefte om met iemand te praten die eenzelfde borstoperatie heeft ondergaan, geeft u dat dan door aan de verpleegkundige. Ook kunt u contact opnemen met een lotgenote als u weer thuis bent. Dit kan eventueel via de Borstkanker Vereniging Nederland (voorheen LCBB). Wanneer u meer wilt weten, kunt u kontact opnemen met:

Borstkanker Vereniging Nederland

Postbus 8065

3503 RB  Utrecht

Tel : 030-2917222

E-mail: borstkankervereniging@wirehub.nl  

http://www.kankerpatient.nl/BVN/

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u. 

 

entree

 

VERWIJDERING VAN DE SCHILDWACHTKLIER

bij borstkanker

 

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de procedure bij het verwijderen van een schildwachtklier. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.  

Achtergrond van deze behandeling

Bij een operatie voor borstkanker werden tot nu toe behalve de tumor, ook de lymfeklieren (ongeveer 10 tot 20) uit de oksel verwijderd, het zogenaamde okselkliertoilet. De lymfeklieren worden onderzocht om te kijken of er uitzaaiingen in zitten. Dit is van belang om eventueel aanvullende behandeling (medicijnen en/of bestraling) te adviseren.

In bepaalde situaties, bijvoorbeeld wanneer er klieren in de oksel zijn te voelen, is de kans op uitzaaiingen zo groot, dat het okselkliertoilet als standaard ingreep zal worden uitgevoerd. Maar wanneer er geen klieren te voelen zijn in de oksel, komt het regelmatig voor (bij meer dan de helft van de vrouwen) dat, wanneer er een okselkliertoilet wordt uitgevoerd, er geen uitzaaiingen in de lymfeklieren worden aangetroffen. 

Achteraf blijkt het weghalen van de lymfeklieren dan een overbodige ingreep te zijn geweest. Dat is jammer, want het verwijderen van de lymfeklieren (oftewel okselkliertoilet) kan aanleiding geven tot klachten, zoals:

bullet

gevoelsstoornis onder de arm en aan de zijkant van de romp

bullet

verhoogde gevoeligheid voor infecties aan de arm

bullet

bewegingsbeperking van de schouder

bullet

een dikke arm (lymfoedeem)

Daarom is gezocht naar een methode om het onnodig verwijderen van de okselklieren te voorkomen en toch dezelfde informatie te krijgen over de aan- of afwezigheid van uitzaaiingen hierin.  

Nieuwe operatie techniek

Een nieuwe operatie techniek maakt het mogelijk de belangrijkste lymfeklier op te sporen, die via een lymfevat rechtstreeks in verbinding staat met het gezwel in de borst. Deze lymfeklier (sentinel node of schildwachtklier of poortwachterklier) bevindt zich meestal in de oksel, een enkele keer naast het borstbeen. Soms gaat het om meer dan één klier. Zo’n klier wordt als eerste aangetast wanneer het gezwel zich gaat uitzaaien via de lymfebanen. Pas daarna worden de overige lymfeklieren aangetast.  

 

In onderzoek is de waarde van deze nieuwe behandeling onderzocht. De schildwachtklier kan bij meer dan 90% van de patiënten worden gevonden. Als bij microscopisch onderzoek geen tumorcellen in de verwijderde klier worden gevonden is dit bij meer dan 95% van de vrouwen correct. Bij een kleine groep patiënten (minder dan 5%) wordt de uitzaaiing gemist; de schildwachtklier is dan schoon, terwijl er in andere klieren in de oksel toch tumorcelletjes voorkomen. Wanneer deze na verloop van tijd toch tot ontwikkeling komen kan alsnog een okselkliertoilet worden verricht, gevolgd door aanvullende behandeling (medicijnen en/of bestraling).

Voor de behandeling van de kwaadaardige tumor zélf heeft deze procedure geen gevolgen. Het voordeel van deze beperkte operatie (alleen verwijderen van de schildwachtklier) is dat de eerder genoemde nadelen van het okselkliertoilet nog maar bij een klein deel van de patiënten zullen optreden. 

Aangezien deze schildwachtklier procedure vrij nieuw is, wordt hij nog niet overal uitgevoerd en in veel ziekenhuizen alleen nog in onderzoeksverband uitgevoerd.  

De procedure

Om de schildwachtklier te kunnen opsporen wordt een kleine hoeveelheid van een radioactieve stof met een injectie om het gezwel of de plaats waar het gezwel heeft gezeten, ingespoten. Dit gebeurt op de ochtend van de operatie of de middag ervoor. Deze vloeistof stroomt van het gezwel door het lymfevat naar de schildwachtklier. Na verloop van enige tijd kan men, door foto’s te maken (dit duurt ongeveer twee keer15 minuten), zien in welk gebied de schildwachtklier moet worden gezocht. Meestal is dit in de oksel, soms naast het borstbeen. Met een stift wordt deze plaats op de huid aangetekend. Dat er een klier zichtbaar wordt betekent niet dat er ook een uitzaaiing in de klier zal zitten, het is immers de schildwachtklier die nog onderzocht moet worden.  

Bij de operatie wordt, nadat u in slaap bent gemaakt, een kleine hoeveelheid blauwe inkt om het gezwel of op de plaats waar het gezwel heeft gezeten, ingespoten. Ook deze kleurstof stroomt via de lymfebanen naar de schildwachtklier. Deze kleurt nu blauw en is bovendien nog steeds radioactief. Bij de operatie kan de chirurg nu de schildwachtklier goed herkennen aan de blauwe kleur en aan de resterende radioactiviteit. De schildwachtklier wordt verwijderd; deze procedure neemt ongeveer een half uur tijd in beslag.

Vervolgens wordt een borstsparende operatie, een borstamputatie of een andere procedure verricht, zoals tevoren met u is besproken. Het aangemerkte kliermateriaal wordt naar de afdeling Pathologie gestuurd voor microscopisch onderzoek, om vast te kunnen stellen of er uitzaaiingen zijn. Als deze niet worden gevonden worden de overige lymfeklieren niet verwijderd. Wanneer er wel uitzaaiingen in de schildwachtklier worden gevonden dan zullen ook de overige lymfeklieren uit de oksel worden verwijderd.

Afhankelijk van de procedure van het microscopisch onderzoek in uw ziekenhuis zal dat okselkliertoilet tijdens dezelfde of een volgende aparte operatie plaatsvinden. Bij een zogenaamde negatieve schildwachtklier (geen tumorcellen gevonden) blijft er een kleine kans dat er bij nader microscopisch onderzoek in de schilwachtklier toch tumorcellen zitten. Uw vooruitzichten lijken hierbij niet ongunstiger te zijn dan wanneer de lymfeklieren direct waren verwijderd.

Als het tijdens de operatie bij borstkanker niet lukt de schildwachtklier op te sporen zal de standaard operatieve behandeling volgen, waarbij de lymfeklieren uit de oksel worden verwijderd, het zogenaamde okselkliertoilet. 

Bijwerkingen

Van de radioactiviteit zijn geen bijwerkingen te verwachten. De hoeveelheid radioactiviteit die wordt toegediend geeft minder dan 25% van de natuurlijke stralen belasting waaraan u in Nederland per jaar bloot staat. De blauwe kleurstof die tijdens de operatie wordt ingespoten kan er voor zorgen dat uw urine gedurende de eerste dagen na de operatie groen van kleur is. Ook kan het gebied waar de blauwe inkt is ingespoten enkele weken tot maanden blauw verkleurd blijven. 

Wat gebeurt er als u niets voelt voor deze nieuwe operatie techniek?

Als u niets voelt voor deze nieuwe okselklier besparende behandeling zal de standaard operatieve behandeling worden uitgevoerd, waarbij de lymfeklieren uit de oksel worden verwijderd tijdens de borstsparende operatie of borstamputatie. 

Na de operatie

De gang van zaken na de operatie zal doorgaans bepaald worden door de ingreep aan de borst. Er blijft meestal een drain in het wondgebied van de borst achter, die veelal na 1 of 2 dagen kan worden verwijderd. Als er een okselkliertoilet is verricht zit er ook een drain in het gebied waar de okselklieren hebben gezeten; deze zal na enkele dagen worden verwijderd. Dit kan eventueel poliklinisch.

De definitieve uitslag van het microscopisch onderzoek van de schildwachtklier en de overige lymfeklieren duurt ongeveer 10 tot 14 dagen. Als er geen uitzaaiingen zijn en de tumor in de borst voldoende ruim verwijderd is, dan bent u wat betreft de chirurgische behandeling klaar. Bij borstbesparende behandeling volgt dan uiteraard nog de bestraling. Soms wordt toch nog een aanvullende behandeling met medicijnen gegeven. Wanneer alsnog uitzaaiingen in de schildwachtklier worden gevonden, zal opnieuw een operatie nodig zijn waarbij de resterende lymfeklieren in de oksel worden verwijderd. 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

entree

 

 

GYNAECOMASTIE

(Borstvorming bij de man)

beeldverslag

INLEIDING

Deze folder geeft u een globaal overzicht van de mogelijke oorzaken en klachten van gynaecomastie (borstvorming bij de man) en de meest gebruikelijke behandelingsmogelijkheden.

Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie voor iedereen weer anders kan zijn.

WAT IS GYNAECOMASTIE EN HOE ONTSTAAT HET?

Als baby hebben zowel meisje als jongens kleine klierschijfjes achter de tepel. Doorgaans verdwijnen deze klierschijven bij de jongens in de kindertijd. In de pubertijd zal onder invloed van hormonen bij meisjes borstvorming ontstaan. Ook bij jongens komt het regelmatig voor dat in de pubertijd onder invloed van hormonen de borstklieren gaan opzwellen. Meestal is dat dubbelzijdig, maar het kan ook wel eens enkelzijdig zijn. De in de pubertijd ontstane vergroting is meestal kortdurend, maar kan ook meer dan drie jaar blijven bestaan.

Op babyleeftijd en in de pubertijd is deze borstklierzwelling bij de man 'fysiologisch'. Dat wil zeggen dat het niet abnormaal is, maar een normale reactie is van de borstklier op hormonen. Vanaf middelbare leeftijd kan de borstklier bij de man tijdens het ouder worden ook gaan opzwellen. Ook dat wordt als fysiologisch beschouwd. Toch kunnen op oudere leeftijd andere mogelijke oorzaken eveneens een rol spelen bij het ontstaan van de gynaecomastie. Een borstkliervergroting bij de man is meestal te voelen als een elastische zwelling van ongeveer één ŕ twee centimeter achter de tepel.

Wanneer de gynaecomastie niet-fysiologisch is, kan de gynaecomastie ontstaan zijn:

- Als bijwerking van bepaalde medicijnen.

- Als reactie op stofwisselingsveranderingen bij lever- of nierziekte.

- Bij verandering in de productie van de hormonen (te geringe produktie door de zaadbal, stress) of bij het slikken van hormonen.

- Bij hormoonproducerende gezwellen van zaadbal of luchtwegen.

- Als borstkanker bij de man.

Meestal echter kan er bij een niet-fysiologische gynaecomastie geen oorzaak worden gevonden.

Er kan overigens ook sprake zijn van pseudo-gynaecomastie: de borstklier zelf is dan niet afwijkend, maar door vetafzetting zijn er 'borsten' ontstaan.

WELKE KLACHTEN KAN GYNAECOMASTIE GEVEN?

Er kunnen cosmetische bezwaren zijn, dat wil zeggen dat men de gynaecomastie niet bij het lichaam vindt passen. Het kan ook hinderlijk zijn, bijvoorbeeld bij het dragen van bretels of van een rugzak. Soms worden pijnklachten aangegeven. Maar meestal geeft het ontdekken van de gynaecomastie aanleiding tot ongerustheid.

IS ER NOG NADER ONDERZOEK NODIG?

Bij fysiologische gynaecomastie op babyleeftijd en in de pubertijd zal de arts meestal volstaan met een lichamelijk onderzoek.

Wanneer de kans op niet-fysiogische gynaecomastie aanwezig is kan aanvullend onderzoek worden ingezet. Dat kan een bloedafname zijn om bepaalde stoffen in het bloed te kunnen onderzoeken. Er kan een echo worden gemaakt van de borstklier, van de zaadballen en/of van de lever. Soms wordt er een röntgenfoto gemaakt van de borstklier en/of van de longen.

Bij het vermoeden van een kwaadaardige aandoening kan een celonderzoek worden ingezet na een 'punctie'. Er wordt dan met een naaldje in het weefsel geprikt om cellen te verkrijgen.

WAT ZIJN DE BEHANDELINGSMOGELIJKHEDEN?

Bij fysiologische gynaecomastie is geruststelling en een afwachtende houding gerechtvaardigd. Bij niet-fysiologische gynaecomastie zal afhankelijk van de oorzaak een behandelingsplan worden opgesteld. Zo zal, wanneer de gynaecomastie bijvoorbeeld het gevolg is van medicijngebruik, bekeken worden of het medicijn kan worden vervangen of worden gestopt. Wanneer het borstkanker blijkt te zijn, dan wordt doorgaans het gebied met de borstklier en de tepel verwijderd samen met de okselklier aan die kant. Is een zaadbalgezwel de oorzaak, dan zal, nadat de zaadbal is verwijderd, er weer een ander behandelingsplan worden gemaakt.

Wanneer de oorzaak niet duidelijk is, kan afhankelijk van de omstandigheden en de klachten worden besloten tot een operatie. Daarbij zal het klierweefsel onder de tepel door worden verwijderd. Deze operatie wordt soms onder plaatselijke verdoving, maar vaak onder narcose uitgevoerd. Meestal gebeurt het in dagbehandeling, een eendagsopname.

MOGELIJKE COMPLICATIES VAN DE OPERATIEVE BEHANDELING

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico's op complicaties van een operatie, zoals trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfectie.

Daarnaast zijn er nog een paar zeldzame complicaties mogelijk: wanneer onder de tepel door wordt geopereerd, kan er wel eens littekenvorming van de tepel ontstaan, of de tepeldoorbloeding kan in het gedrang komen.

NA DE OPERATIE

Na de operatie zal het operatiegebied gevoelig zijn. Meestal is een eenvoudige pijnstiller voldoende om het ongemak te verlichten. De hechtingen kunnen na zeven tot tien dagen worden verwijderd.

Een verwijderde borstklier wordt meestal voor pathologisch onderzoek opgestuurd. Bij de eerste poliklinische controle na de operatie is de uitslag doorgaans bekend.

laatst bijgewerkt 02-01-05

entree