EPREX VOOR EEN GROTE ORTHOPEDISCHE OPERATIE
beena.gif (9766 bytes) wkbekkena.gif (36688 bytes) 

U wordt binnenkort geopereerd aan uw heup, knie of rug. Uw arts heeft u het geneesmiddel Eprex voorgeschreven. Dit geneesmiddel zorgt ervoor dat u tijdens en
na de operatie minder of zelfs helemaal geen bloedtransfusie nodig heeft. Ook voelt u zich na de operatie sneller fit.
Uw arts zorgt ervoor dat u gebeld wordt door een verpleegkundige. Die maakt een afspraak met u en komt bij u thuis Eprex toedienen. Wel moet u er zelf voor zorgen dat u Eprex en ijzertabletten van de apotheek krijgt.
Het is belangrijk dat Eprex in de deur van de koelkast bewaard wordt. Vergeet niet om iedere dag de ijzertabletten te slikken.
U wordt 3 keer thuis bezocht door een verpleegkundige en u hebt van uw apotheek 4 doosjes Eprex gehad. Het laatste doosje moet u meenemen naar het ziekenhuis, als u opgenomen wordt voor de operatie.

Bloedverlies hoort erbij
Bij een grote orthopedische operatie gaat meestal nogal wat bloed verloren. Van bloedverlies gaat u zich slap voelen. Eprex is een middel dat ervoor zorgt dat uw
bloed vlak voor de operatie in goede conditie is. Ook al verliest u tijdens en vlak na de ingreep veel bloed: dankzij Eprex voelt u zich toch nog redelijk fit.

Waarom voelt u zich slap als u veel bloed verliest?
In ons bloed zitten rode bloedcellen. Rode bloedcellen zijn erg belangrijk. Ze zorgen namelijk voor het transport van zuurstof. Vanuit de longen gaat er - via het bloed - zuurstof naar alle organen, maar bijvoorbeeld ook naar de spieren.
Bij een operatie gaat soms veel bloed verloren. Het lichaam bevat dan niet meer genoeg rode bloedcellen om genoeg zuurstof te vervoeren. Het gevolg is dat u zich slap voelt. Artsen hebben het dan over'een te laag Hb'. Hb staat voor hemoglobine. Hemoglobine zit binnen in de rode bloedcellen. Zuurstof plakt zich in uw longen als het ware vast aan het hemoglobine in de rode bloedcel. Als een trouwe boodschapper gaat de rode bloedcel met de zuurstof op pad naar
alle organen en spieren en daar laat het hemoglobine de zuurstof  los. Zo krijgen alle organen en spieren voldoende zuurstof om hun werk te kunnen doen.
Rode bloedcellen moeten continu aangemaakt worden. Dat gebeurt in het beenmerg, dat in onze botten zit. De stof die regelt dat er genoeg nieuwe rode bloedcel
len worden gemaakt, heet erytropoëtine. Erytropoëtine wordt in ons lichaam gemaakt door de nieren. Eprex is de naam van een geneesmiddel dat eigenlijk precies hetzelfde is als de erytropoëtine die ons lichaam zelf maakt. Eprex wordt echter in het laboratorium gemaakt.

Extra rode bloedcellen
Eprex is de naam van een geneesmiddel dat er voor zorgt dat er extra rode bloedcellen worden gemaakt. Het zorgt ervoor dat de hoeveelheid rode bloedcellen in uw lichaam groot genoeg is om zo weinig mogelijk last te hebben van de gevolgen van het bloedverlies.

De toediening
Uw arts heeft Eprex voorgeschreven en ijzertabletten. U moet dit halen bij de apotheek, of misschien kan het wel thuisbezorgd worden.
Dan moet Eprex één keer per week worden toegediend. U hoeft dit niet zelf te doen. Uw arts heeft ervoor gezorgd dat er een verpleegkundige bij u langskomt om Eprex toe te dienen. U wordt hiervoor gebeld om een afspraak met u te maken. De behandeling met Eprex begint drie weken voor de operatie. Op de dag dat u geopereerd wordt, krijgt u voor de laatste keer Eprex toegediend. Eprex wordt op vier momenten toegediend:

• de eerste keer: drie weken voor de operatie
• de tweede keer: twee weken voor de operatie;
• de derde keer: één week voor de operatie;
• de laatste keer: op de dag van de operatie in het ziekenhuis.

IJzertabletten
Uw arts heeft u ook ijzertabletten voorgeschreven. Het is heel belangrijk dat u deze tabletten iedere dag slikt. IJzer is een onmisbaar onderdeel van elke rode bloedcel. Er is dus ook extra ijzer nodig. Daarom slikt u ijzertabletten.

Prikservice aan huis
Uw arts zorgt ervoor dat er een verpleegkundige bij u langs komt om Eprex te injecteren. Dit heet de 'Prikservice'. Iemand van de Prikservice neemt eerst contact met u op. Met deze persoon spreekt u af wanneer er iemand langs zal komen om u de injectie te geven.
De laatste Eprex-injectie - op de dag van de operatie - krijgt u in het ziekenhuis. Vergeet niet dat u het laatste doosje Eprex zelf mee naar het ziekenhuis moet nemen!


De meest gestelde vragen over Eprex
Ik heb Eprex niet in de koelkast bewaard. Is het nu nog goed?
Eprex moet in de deur van de koelkast bewaard worden. Het is niet erg als Eprex eventjes niet in de koelkast heeft gestaan. Wel moet u de doosjes Eprex alsnog in de deur van de koelkast zetten. Want Eprex mag niet bevriezen; dus zet het niet in het vriesvak of tegen het vrieselement.

Ik heb geen ijzertabletten geslikt. Werkt Eprex nu wel?
Ons lichaam bevat ook een kleine voorraad ijzer. Deze voorraad is echter niet altijd groot genoeg. Daarom is het belangrijk zo snel mogelijk te beginnen met het
slikken van de ijzertabletten. Eprex werkt dan het best.

Door Eprex voel ik me fit. Mag ik ook na de operatie doorgaan met Eprex?
Dit is niet nodig. Na de operatie neemt uw eigen lichaam de productie van erytropoëtine weer gewoon over.

Mag ik Eprex tegelijk met andere geneesmiddelen gebruiken?
Ja. Uit onderzoek is niet gebleken dat Eprex invloed heeft op de werking van andere geneesmiddelen.

Heb ik wel de juiste sterkte van Eprex gekregen?
De sterkte die u gebruikt, is Eprex 40.000 ].E./1,0 ml. Zie hiervoor het grijs met witte doosje. In dit doosje zit één flesje. Per injectie wordt er één flesje gebruikt.

De Prikservice heeft nog niet gebeld en ik moet vandaag Eprex krijgen.
Controleert u voor alle zekerheid of u echt vandaag Eprex moet krijgen. Als dit zo is, bel dan met het klantencentrum van Janssen - Cilag: 0800- 2424242

Is Eprex hetzelfde als EPO?
Ja. Sporters hebben ook ontdekt dat je van Eprex fitter wordt en dat je er sneller van herstelt. Maar Eprex is niet bedoeld voor sporters. Eprex wordt bij juist ge-
bruik uitstekend verdragen en is effectief. Dit medicijn wordt al ruim 10 jaar in Nederland gebruikt.

Is de hoeveelheid erytropoëtine die mijn eigen lichaam maakt niet voldoende?
Tijdens en vlak na de operatie gaat er in korte tijd nogal wat bloed verloren. Uw lichaam kan dat niet snel genoeg aanvullen. Met Eprex maakt uw lichaam voor de
operatie alvast extra rode bloedcellen. Daardoor bent u in staat om het bloedverlies op te vangen. Dat verkleint de kans op bloedtransfusies.

Ik heb nog meer vragen. Waar kan ik meer informatie krijgen?
Voor antwoorden op al uw andere vragen, bel met het klantencentrum van Janssen - Cilag (telefoonnummer: 0800- 2424242).

Jansser-Cilag B.V, 2000
Deze informatie wordt u aangeboden door Janssen-Cilag B.V., de producent/ registratiehouder van Eprex

entree

 

EEN KIJKOPERATIE IN EEN GEWRICHT

(Arthroscopie)

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de gang van zaken rond de kijkoperatie (arthroscopie) in verband met uw knieklachten. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Een gewricht

Een gewricht is een beweeglijke verbinding tussen botstukken. De botstukken, die in een gewricht ten opzichte van elkaar bewegen, zijn ter plaatse van het gewricht bekleed met kraakbeen. Dit kraakbeen is veerkrachtig weefsel en zorgt ervoor - samen met het gewrichtsvocht - dat de botstukken gemakkelijk over elkaar glijden. Gedurende uw hele leven breekt het lichaam oud kraakbeen af en maakt het weer nieuw kraakbeen. 

Het kan voorkomen dat de botstukken van een gewricht niet goed op elkaar passen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het kniegewricht. Het uiteinde van het bovenbeen is bolvormig en het uiteinde van het onderbeen min of meer vlak. Beide uiteinden passen dus niet precies op elkaar. Om zo’n gewricht toch goed te laten bewegen zit er een tussenschijf in, een meniscus. Zo heeft de knie een binnen en een buiten meniscus. 

Een gewricht wordt omgeven door een gewrichtskapsel, dat aan de binnenzijde bekleed is met synovia (gewrichtsslijmvlies). De synovia maakt vocht waarin voedingsstoffen zitten voor het kraakbeen. Ook dient het als smeermiddel voor het gewricht. 

Stabiliteit van een gewricht wordt verkregen door de steun van banden, pezen en spieren. Het is belangrijk dat de spieren goed ontwikkeld zijn. Juist zij kunnen de schokken, die een gewricht te verduren krijgt, goed opvangen. Bovendien zijn de spieren nodig voor de bewegingen van het gewricht. 

Problemen van een gewricht

Als u last hebt van een gewricht, kan dat vele verschillende oorzaken hebben. In deze folder worden slechts oorzaken genoemd, die bij een arthroscopie gezien kunnen worden. Zo kunnen klachten het gevolg zijn van: gescheurd kraakbeen, gescheurde meniscus, gescheurde banden, gebroken bot, losse bot- of kraakbeenstukken, slijtage van het gewricht, ontsteking van het gewricht of een combinatie van deze aandoeningen. 

Diagnose en onderzoek

Op grond van uw klachten, het onderzoek van uw gewricht en eventuele röntgenfoto's kan een beschadiging in het gewricht worden vermoed. Met nieuwe onderzoekstechnieken (Magnetische Resonatie, MR) is het enigszins mogelijk enkele van de boven genoemde beschadigingen zichtbaar te maken. Bepaalde gewrichten - zoals de knie, de schouder, de enkel, de elleboog, de pols, en in de toekomst wellicht nog andere - zijn toegankelijk voor een kijkje binnenin. Zo'n arthroscopie (kijkoperatie) biedt de mogelijkheid om het gewricht nauwkeurig te inspecteren en zo nodig gelijktijdig een behandeling uit te voeren. 

De operatie

Een kijkoperatie kan meestal in dagbehandeling worden uitgevoerd, in narcose of onder regionale verdoving (verdoving van een deel van het lichaam).

Bij een arthroscopie wordt via een kleine snee met een buis (arthroscoop) in het gewricht gekeken. De arthroscoop bevat lichtgeleidingsvezels en lenzen en wordt aangesloten op een camera, die verbonden is met een TV-monitor. Zo ziet en controleert de operateur zijn handelingen op een TV-scherm. Tijdens de arthroscopie wordt via een aparte kleine snee het gewricht met vocht gevuld, zodat er meer ruimte komt en het gewricht continu gespoeld kan worden. Via één of meerdere openingen kunnen instrumenten in het gewricht worden gebracht. Een eventuele operatie ter behandeling van de gewrichtsschade kan met behulp van deze instrumenten binnen in het gewricht worden uitgevoerd.

Om een helder beeld te kunnen houden tijdens de arthroscopie, wordt de operatie vaak 'onder bloedleegte' uitgevoerd, dat wil zeggen in een bloedleeg gebied. Het bloed wordt uit het operatiegebied weggestreken en met een opgepompte bloeddrukband om het bovenbeen wordt het gebied 'bloedleeg' gehouden.

Als het technisch niet mogelijk is de behandeling tijdens de arthroscopie uit te voeren, dan kan het nodig zijn het gewricht te openen met een grotere snee. Dit kan direct aansluitend aan de arthroscopie gebeuren, maar ook in een later stadium. 

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij een arthroscopie de normale kans op complicaties van een operatie aanwezig . 

Een infectie is een vervelende complicatie, omdat de ontsteking het gewricht kan beschadigen en er vaak weer een operatie nodig is. Het gewricht wordt dan gespoeld. 

Na een arthroscopische operatie blijft soms het gewricht nog een paar weken dik. Het gewrichtsslijmvlies is dan geďrriteerd. Wellicht is dan extra behandeling nodig door de fysiotherapeut of kunnen medicijnen worden voorgeschreven. 

Omdat er ook bij de arthroscopie sneden in de huid worden gemaakt, is het mogelijk dat er een huidzenuw wordt beschadigd. De huid eromheen kan daarna een beetje dovig zijn of juist extra gevoelig. De ervaring leert dat deze klachten meestal in de loop van de tijd verdwijnen of geen last meer geven. 

De bloeddrukband, die vaak gebruikt wordt om de operatie 'onder bloedleegte' te kunnen uitvoeren, geeft soms klachten na de operatie, bijvoorbeeld een gevoel van kneuzing van de weefsels onder deze strakke band. Maar ook kan een huidzenuw bekneld geraakt zijn, zodat de huid eromheen een beetje dovig of juist extra gevoelig is geworden. Ook deze klachten verdwijnen meestal in de loop van de tijd. 

Na de operatie

Na de operatie wordt u vanzelfsprekend verteld wat er bij de arthroscopie is gezien en gedaan. Tevens geeft de arts u instructies over de nabehandeling van gewricht, welke oefeningen goed zijn en welke bewegingen u moet vermijden. Soms is fysiotherapie  nodig. 

Soms mag het gewricht een tijdje niet belast worden, bijvoorbeeld na een arthroscopie van de knie of de enkel. In dat geval moet u een tijdje met krukken lopen. 

Afhankelijk van de operatie, de grootte van de ingreep en individuele factoren zult u na ontslag nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. Ook het hervatten van uw dagelijkse activiteiten en de mogelijkheid om het gewricht weer normaal te kunnen gebruiken zijn daarvan afhankelijk. De arts geeft u adviezen daarover. 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree

 

KNIEAANDOENINGEN

INLEIDING

kniea.gif (17223 bytes)

 

Inleiding

Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en oorzaken van de meest voorkomende knieaandoeningen en de meest gebruikelijke behandelingen. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Om te bepalen welke aandoeningen iemand precies heeft, zijn vaak verschillende onderzoeken nodig. Welke onderzoeken dit kunnen zijn leest u ook in deze folder. Verder vindt u informatie over hoe een gezonde knie er uitziet. 

De gezonde knie

De botstukken die in het kniegewricht ten opzichte van elkaar bewegen zijn het bovenbeen, het onderbeen en de knieschijf. Het uiteinde van het bovenbeen is bolvormig. Het onderbeen bestaat uit een plat uiteinde. Beide uiteinden passen dus niet precies in elkaar. Om de knie toch zonder problemen te laten bewegen zijn menisci (meervoud van meniscus) nodig. Er is een binnen en een buiten meniscus, beide in de vorm van een halve maan. Ze bestaan uit stevig bindweefsel en zorgen ervoor dat boven- en onderbeen beter op elkaar passen. De menisci zitten vast aan het bot van het onderbeen en aan het gewrichtskapsel. De binnenkant van het kniegewricht is voor een deel bekleed met slijmvlies. Dit is de synovia. De synovia maakt vocht waarin voedingsstoffen zitten voor het kraakbeen. Ook dient het als smeermiddel voor de knie. 

De botstukken die in het kniegewricht ten opzichte van elkaar bewegen, zijn ter plaatse van het gewricht bekleed met kraakbeen. Dit kraakbeen is veerkrachtig weefsel en zorgt ervoor, samen met het gewrichtsvocht, dat de botstukken gemakkelijk over elkaar glijden. Gedurende uw hele leven breekt het lichaam oud kraakbeen af en maakt weer nieuw kraakbeen. 

De kniebanden houden het boven- en onderbeen bij elkaar. Dit is ook voor een deel de functie van de boven- en onderbeenspieren. Het is belangrijk dat deze spieren goed ontwikkeld zijn. Juist zij kunnen de schokken die een knie te verduren krijgt goed opvangen. De spieren zijn ook nodig voor de strek- en buigbewegingen van de knie en voor de stabiliteit (spannen van banden en pezen) van het kniegewricht. 

De knieschijf scharniert met het bolvormige uiteinde van het bovenbeen. Ze helpt de bovenbeenspieren vooral als de knie gebogen is: als een soort katrol trekt de knieschijf het onderbeen weer omhoog, waardoor het been zich strekt. 

Wat kan er mis zijn met de knie?

Dit deel van de folder geeft u een overzicht van aandoeningen die het meeste voorkomen en welke klachten daarbij kunnen optreden. Het kan ook zijn dat er meerdere knieaandoeningen tegelijk zijn. Wanneer bij een ongeval een ernstig knieletsel ontstaat, wordt de knie pijnlijk, dik en is slecht te bewegen en dat kan vele verschillende oorzaken hebben:

bullet

Gescheurd kraakbeen

Door overbelasting van het gewricht of door een ongeluk kunnen kleine en grote scheuren in het kraakbeen ontstaan. Deze kunnen doorlopen tot in het botweefsel. De genezing van het gescheurde kraakbeen gaat in principe vanzelf maar duurt erg lang omdat het geen bloedvaten bevat.

bullet

Gescheurde meniscus

Door een geforceerde draaibeweging in de knie kan een meniscus scheuren. Een meniscus kan ook van het kapsel afscheuren. Hierdoor kan de meniscus gaan schuiven. De meniscus zit dan niet op de juiste plaats, waardoor de uiteinden van boven- en onderbeen niet meer goed op elkaar passen: de knie kan 'op slot schieten'. Dit betekent dat de knie niet goed gestrekt kan worden.

bullet

Gescheurde kniebanden

De ernst van de aandoening hangt af van welke kniebanden zijn aangedaan en hoe groot de scheur van de knieband(en) is (zijn). Doordat de kniebanden gescheurd zijn, kan de knie instabiel worden: de patiënt heeft dan een onvast gevoel bij het lopen.

bullet

Gebroken bot (fractuur)

Er kan een breuk ontstaan in de uiteinden van het boven- of onderbeen, of de knieschijf kan gebroken zijn.

bullet

Losse bot- en/of kraakbeenstukjes

Losse bot- en/of kraakbeenstukjes kunnen in het kniegewricht ontstaan door beschadiging van bot en/of kraakbeen. Zo'n beschadiging kan optreden na een ongeval of bij ernstige slijtage van het kniegewricht (arthrose). De losse stukjes kunnen bij bewegingen van de knie soms inklemmen. De knie 'schiet dan op slot'.

bullet

Slijtage van het kniegewricht (arthrose)

Arthrose ontstaat als gevolg van een oud letsel in de knie of langdurige overbelasting (bijvoorbeeld door overgewicht). Het kraakbeen - en uiteindelijk ook het bot - slijt dan zover, dat de botstukken van het kniegewricht niet meer op elkaar passen. Het bewegen van het kniegewricht gaat moeilijk en wordt pijnlijk. Ook door ziekte van de synovia kan het kraakbeen slijten. De vochtproductie is dan niet goed meer. Hierdoor krijgt het kraakbeen te weinig voeding en gaat slijtage vertonen.

bullet

Ontstoken kniegewricht (arthritis)

Een kniegewricht kan of door een bacterie of door een inwendige oorzaak (bijvoorbeeld rheuma) ontstoken raken. De knie kan er rood uitzien, warm aanvoelen en gezwollen zijn. Soms gaat dat gepaard met koorts. Bij een ontstoken gewricht zijn alle bewegingen pijnlijk. 

Welke onderzoeken zijn mogelijk?

Om vast te stellen wat de oorzaak van uw klacht is (het stellen van de diagnose), kunnen de volgende onderzoeken van belang zijn:

bullet

Anamnese:

de arts vraagt wat de precieze klachten zijn en hij probeert te weten te komen hoe de klachten precies zijn ontstaan.Lichamelijk onderzoek: na de anamnese bekijkt en onderzoekt de arts de knie.

bullet

Röntgenonderzoek:

afhankelijk van de bevindingen bij de anamnese en het lichamelijk onderzoek wordt bepaald of er een röntgenfoto van de knie nodig is. Op zo'n foto kan een botafwijking (bijvoorbeeld een breuk) te zien zijn. Een foto maakt aandoeningen aan de meniscus, knieband en het kraakbeen niet zichtbaar.

bullet

MR-onderzoek:

de arts kan in speciale gevallen een MR (Magnetische Resonantie) onderzoek aanvragen. Met dit onderzoek op de röntgenafdeling kunnen beelden van de knie verkregen worden zonder röntgenstralen. Het onderzoek kan informatie geven over de kniebanden en de menisci. Aandoeningen aan het kraakbeen zijn met dit onderzoek minder goed aan te tonen.

bullet

Arthroscopie (kijkoperatie):

de arts kan een arthroscopie voorstellen om vast te kunnen stellen welke problemen er in het gewricht zijn. Meestal zal tot een arthroscopie worden besloten als de arts denkt dat uw klachten worden veroorzaakt door een knieaandoening, die met een operatieve ingreep wellicht verholpen kan worden. De arts kijkt dan via een buis met een kleine camera (arthroscoop) in de knie. Bij dit onderzoek kunnen scheuren in het kraakbeen, de meniscus en knieband vastgesteld worden en zo nodig aansluitend operatief behandeld worden.

Meer informatie over de arthroscopie wordt gegeven in de folder 'Arthroscopie'.

 

Behandelingsmogelijkheden

Wanneer de arts een diagnose heeft vastgesteld zal deze een mogelijke behandeling met u bespreken.

Aandoeningen aan de meniscus en sommige aandoeningen van het kraakbeen zijn veelal te verhelpen tijdens een arthroscopie Ook een zwelling door bloed of vocht kan tijdens een arthroscopie worden weggenomen. Grotere operaties - herstel van gescheurde banden bijvoorbeeld - kunnen aansluitend of op een later tijdstip worden uitgevoerd. 

Verder kan de arts pijnstillers voorschrijven om de pijn te verlichten. Hiermee wordt de oorzaak echter niet weggenomen.

De arts kan ook doorverwijzen naar een fysiotherapeut. Afhankelijk van het letsel adviseert de fysiotherapeut een aantal specifieke oefeningen. Vaak zijn bij knieproblemen oefeningen om de bovenbeenspieren zo sterk mogelijk te maken van groot belang. De fysiotherapeut kan daarbij begeleiden, maar de patiënt zélf is degene die moet oefenen en dus het werk moet verrichten.

Soms is het beter de knie voor enige tijd rust te geven, bijvoorbeeld in een gips of kunststofverband. 

Wat kunt u als patiënt zelf doen om het herstel te bevorderen?

Met de volgende maatregelen kan de behandeling die de arts voorstelt, ondersteund worden:

bullet

Wanneer de knie rust nodig heeft: geen inspanningen verrichten die de knie te veel belasten.

bullet

Als er een te hoog lichaamsgewicht is: probeer - na overleg met de arts - af te vallen. Een te hoog lichaamsgewicht geeft namelijk een zware belasting van de knie.

bullet

Zorg voor een goede conditie van de beenspieren. Zij waarborgen de stabiliteit van de knie en beschermen de knie tegen verdraaiingen en dergelijke.

Het is goed om te beseffen dat het herstel van de spier- en gewrichtsfunctie ook na een operatie enige tijd nodig kan hebben. Bij overhaaste hervatting van sport of werk bestaat de kans dat het nog zwakke kniegewricht overbelast raakt. Het risico van een hernieuwd letsel of schade aan de knie op langere termijn kan dan aanwezig zijn.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree

 

VERVANGING VAN DE VOORSTE KRUISBAND VAN DE KNIE

 

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de gang van zaken rond de operatie waarbij de voorste kruisband in uw knie wordt vervangen. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.  

Probleem met de kruisbanden

Bij u is geconstateerd dat de voorste kruisband van uw knie gescheurd is. Deze band is belangrijk voor de stabiliteit van uw knie. Dat wil zeggen dat een gescheurde kruisband klachten kan geven zoals het op onverwachte momenten door de knie gaan, soms geen controle over de knie hebben of het niet goed kunnen traplopen.

Het is mogelijk om met een kapotte kruisband goed te functioneren. Daarom wordt altijd eerst geprobeerd om met behulp van oefentherapie de spieren zodanig te trainen, dat ze voor een gedeelte de functie van de kruisband kunnen overnemen. Een gescheurde kruisband hoeft dus lang niet altijd vervangen te worden. Alleen wanneer de klachten zodanig zijn dat een ‘normaal’ leven niet mogelijk is, kan een operatie overwogen worden. Meestal is dat het geval bij jonge actieve sporters die veel eisen stellen aan hun knie.  

De operatie

De operatie ter vervanging van de voorste kruisband wordt in narcose of onder regionale verdoving (verdoving van een deel van het lichaam) uitgevoerd en u moet er kortdurend voor worden opgenomen.

Tijdens de operatie wordt de kruisband door een gedeelte van de kniepees vervangen. Ongeveer een derde van de kniepees wordt daarvoor weggenomen juist onder de knieschijf. De pees wordt vervolgens in de knie geplaatst in dezelfde positie waar de oude kruisband zich bevond. Dat kan met een kijkoperatie of door het openen van het kniegewricht. De oude kruisbandresten worden eerst verwijderd, daarna wordt zowel in het scheenbeen als in het bovenbeen een kanaal in het bot geboord, waar onder enige spanning de kniepees in wordt vastgezet.  

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig zoals nabloeding, wondinfectie of trombose.

De kans op een infectie van de knie is gering, maar wanneer het optreedt, moet in sommige gevallen de nieuwe pees verwijderd worden of treedt door de infectie vervroegd slijtage van het gewricht op.  

Soms ontstaat er wat pijn ter hoogte van de plaats waar een deel van de kniepees is verwijderd. Meestal verdwijnen deze pijnklachten weer na verloop van tijd. De resterende kniepees is in principe sterk genoeg om de normale functie uit te kunnen oefenen  

Na de operatie

Doorgaans kan na deze operatie na verloop van tijd de levensstijl van voor de kapotte kruisband weer opgepakt worden.

Na de operatie mag u op geleide van de pijn lopen. Na tien dagen kunnen de hechtingen worden verwijderd. Wanneer de wond voldoende genezen is krijgt u fysiotherapie voorgeschreven, zodat u onder begeleiding kunt beginnen met spieroefeningen. Na 3 maanden is de pees voldoende ingegroeid om bij een goede functie van de knie en bij goed getrainde spieren weer volledig tijdens sportactiviteiten te kunnen belasten. 

U blijft onder poliklinische controle totdat de sport beoefening weer op peil is.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

entree

 

 

VERZWIKTE ENKEL

(Enkeldistorsie)

voeta.gif (22685 bytes)

 

Inleiding

Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en de behandeling van een verstuikte enkel. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Een verstuikte enkel

Bij het verstuiken van de enkel kantelt de voet terwijl het been belast wordt. Daarbij kunnen diverse letsels ontstaan bij de 'buitenenkel', uiteenlopend van een verrekking of verscheuring van het gewrichtskapsel en de enkelbanden, tot breuken van de enkel of in de voetwortel. 

Deze folder gaat alleen over het overrekken of verscheuren van het kapselbandapparaat van de enkel. Dit letsel komt in Nederland per jaar bij ongeveer 340.000 mensen voor. De helft daarvan ontstaat tijdens sportbeoefening. 

Het kapselbandapparaat

Het kapselbandapparaat van de enkel bestaat uit een complex van verschillende banden die de enkelvork met de voetwortel verbinden en die zorgen voor de stabiliteit van het enkelgewricht en voor het begeleiden van de bewegingen. Meestal is het kapselbandapparaat bij de buitenenkel verscheurd en van de daar aanwezige banden is de voorste band het meeste getroffen. 

Zoals gezegd kan het letsel gering zijn: het kapselbandapparaat is alleen maar wat 'uitgerekt'. Het kan ook zo ernstig zijn, dat een volledige verscheuring van het kapselbandapparaat is ontstaan. Tussen deze twee uitersten zijn vele variaties mogelijk.  

De klachten

Het hangt van de ernst van het letsel af wat u ervan merkt. Bij een simpele verrekking zult u betrekkelijk weinig pijn hebben en zal de enkel misschien wat opzwellen. U kunt nog wel lopen. Bij een totale verscheuring hebt u veel pijn, zal de enkel direct erg dik worden door de bloeduitstorting en kunt u er niet meer op lopen. 

De behandeling

Indien u uw enkel verstuikt heeft is het verstandig deze zo snel mogelijk te koelen in koud water of met ijsblokjes gedurende ongeveer 20 minuten. Daarna moet u de enkel zwachtelen en hoog leggen. Het is verstandig om de enkel goed te oefenen door de voet en tenen actief naar u toe te bewegen. 

Afhankelijk van de ernst van de verschijnselen zal de arts die u onderzoekt, een röntgenfoto aanvragen om een botbreuk uit te sluiten. In de meeste gevallen is dat niet nodig.

De enkelverstuiking wordt meestal behandeld met een gipsspalk of een drukverband. Een dag of vijf moet u rusten met het been zo veel mogelijk omhoog. Het gips mag niet te strak zitten en geen stuwing veroorzaken. Dit herkent u door opzwellen van de voorvoet en de tenen die gaan tintelen en blauw of zelfs wit worden. In dat geval moet u snel contact opnemen met het ziekenhuis. Het is goed om de tenen zo veel mogelijk te bewegen.  

Na een periode van vijf dagen wordt de enkel opnieuw bekeken. Is deze voldoende afgeslankt dan wordt in het algemeen de enkel gestabiliseerd met een enkelbandage. Dit pleisterverband wordt na ongeveer 2 weken nog één of twee keer vernieuwd.  

Indien de enkel nog erg dik is en u nog veel pijn heeft in het gips zal de gipsbehandeling nog ongeveer vijf dagen worden voortgezet. Als daarna de toestand verbeterd is krijgt u de enkelbandage aangelegd.  

Het beloop

Vrijwel iedereen kan binnen zes weken weer normaal lopen en het werk hervatten. Eén op de vijf patiënten ervaart dan nog wel wat pijn maar op den duur hebben de meeste mensen geen klachten meer. Wel blijkt uit recent onderzoek dat zeven procent de oude sport niet meer heeft kunnen hervatten.

Mogelijke complicaties

Complicaties komen gelukkig heel weinig voor.

Mogelijke problemen van een enkelverstuiking kunnen zijn:

bullet

Chronische instabiliteit: De scheur in het kapselbandapparaat groeit niet vast of herstelt zich zodanig dat het bandapparaat als geheel te lang is. Dit resulteert in wat we noemen een chronische instabiliteit. Meestal ontstaat dit pas nadat de enkelbanden meerdere malen gescheurd zijn geweest. Als u hiervan veel hinder ondervindt kan een operatie soms uitkomst bieden.

bullet

Los kraakbeen fragment in het enkelgewricht: Bij het verstuiken van de enkel kan een kraakbeenbeschadiging als een los fragment (gewrichtsmuis) in het gewricht komen te liggen. Dit kan pijnklachten geven. Met een 'kijkoperatie' is het probleem vaak vast te stellen en op te lossen.

bullet

Posttraumatische dystrofie: Dit is een onbegrepen aandoening, gekenmerkt door een aantal verschijnselen: de gekwetste plek wordt dik, rood, warm (of juist koud) en pijnlijk. De pijn kan hinderlijk zijn en kan in het ergste geval leiden tot bewegingsbeperking. Op dit moment bestaat de behandeling uit oefentherapie binnen de pijngrens en medicijnen. Ook worden soms injecties ('zenuwblokkades') gegeven. Zie folder dystrofie.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

Meer informatie over sportletsels vindt u op de engelse site

http://www.aapsm.org/runshoe.html 

 

entree

 

ACHILLESPEESRUPTUUR

(Gescheurde achillespees)

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over een achillespeesruptuur en de meest gebruikelijke behandelingsmogelijkheden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.

Ligging en functie van de achillespees

De achillespees bevestigt de kuitspieren aan het hielbeen. Het is een belangrijke pees, waar vaak grote krachten op komen. Denk maar eens aan het trekken van een sprintje: dat is een hoge belasting voor zo'n pees.

Een achillespeesruptuur

Het is mogelijk dat deze peesruptuur ontstaat omdat de pees niet stevig genoeg is aangelegd of verzwakt is. Bijna altijd is er een snelle en plotselinge spieractie aan de scheuring vooraf gegaan. Een achillespeesruptuur treedt meestal op bij mannen tussen de dertig en veertig jaar, die met enige regelmaat sport beoefenen.

Bij een achillespeesruptuur ontstaat hevige pijn laag achter op de kuit of enkel, die erger of vergelijkbaar is met de pijn bij een spierscheur. Lopen lukt daarna niet of nauwelijks meer.

Diagnose en onderzoek

Bij onderzoek hoeft er niet zo veel zichtbaar te zijn. Bij voelen (palpatie) van de kuit is vaak heel duidelijk een onderbreking in het verloop van de pees vast te stellen. Het belangrijkste onderzoek is het testen van de achillespeesfunctie: de hiel kan niet meer van de grond getild worden of bij knijpen in de ontspannen kuitspier is er geen voetbeweging meer op te wekken. Bij onduidelijkheid kan het onderzoek eventueel worden aangevuld met echografie van de achillespees.

De behandelingsmogelijkheden

Er zijn twee behandelingsmogelijkheden:

bulletDe operatieve behandeling, waarbij de peesuiteinden tegen elkaar aangelegd en gehecht worden. Dat hechten kan op verschillende manieren.
bulletDe niet-operatieve behandeling, waarbij de voet in strekstand (spitsstand) gehouden wordt met behulp van een gipsspalk of tape. De spitsstand van de voet zorgt ervoor dat de gebroken peesuiteinden tegen elkaar komen te liggen en er bij de genezing geen groot defect overbrugd hoeft te worden.

Welke behandeling wordt gekozen hangt van veel factoren af, bijvoorbeeld de leeftijd, gezondheid, (sport)activiteit en voorkeur van de patiënt of behandelaar.

Mogelijke complicaties van de operatieve behandeling.

Geen enkele ingreep is zonder risico's. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties van een operatie aanwezig, zoals nabloeding, infectie, etc.

De nabehandeling

Voor zowel de conservatieve als de operatieve behandeling bestaat er een nabehandelingschema. Elk ziekenhuis heeft zo zijn eigen schema. Doorgaans komt het er op neer dat uw onderbeen en enkel eerst enkele weken door een tape, bandage of gips gesteund zullen worden en dat u geleidelijk aan het been steeds meer mag gaan bewegen en belasten. Soms wordt u verwezen naar de fysiotherapeut voor enige ondersteuning bij het herstel. Globaal kunt u in tien tot twaalf weken nagenoeg weer normaal lopen en kan een eventuele sporttraining hervat worden.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

Meer informatie over sportletsels vindt u op de engelse site

http://www.aapsm.org/runshoe.html 

 

 

entree

 

INGEGROEIDE TEENNAGEL

(Unguis incarnatus)

 

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de behandelingsmogelijkheden bij een ingegroeide teennagel. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven 

Een ingegroeide teennagel

Een ingegroeide teennagel komt meestal voor bij de grote teen. De binnen- of buitenrand van de nagel is dan in de huid gegroeid en heeft aanleiding gegeven tot irritatie, pijn of een ontsteking. Waarom zo'n teennagel ingroeit is niet met zekerheid bekend. Mogelijk ligt het aan de bouw van de teen zelf (licht gekanteld, waardoor bij het lopen een nagelrand te veel in de huid drukt) of aan het schoeisel (te nauw, te smal). Zeker is dat het te kort afknippen van de hoeken van de nagel een rol speelt. 

Diagnose en onderzoek

Voor het stellen van de diagnose is meestal geen nader onderzoek nodig. Een enkele keer kan de arts, afhankelijk van de bevindingen, een röntgenfoto van de teen laten maken. 

De behandelingsmogelijkheden

Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden, afhankelijk van de ernst van het ingroeien van de nagelrand.

bullet

Wanneer de nagelrand een beetje ingroeit of dreigt in te groeien en irritatie veroorzaakt, zijn eenvoudige maatregelen vaak afdoende. De druk van de nagelrand kan worden verminderd door een plukje watten onder de nagel te schuiven of de huid regelmatig naar beneden te masseren.

bullet

Wanneer de mate van ingroei erger is en aanleiding geeft tot pijn of een ontsteking veroorzaakt, is een versmalling van de nagelrand nodig.

Zo'n versmalling kan geschieden door de nagelrand weg te knippen. Later groeit de nagel dan weer aan. Als de ontsteking tot rust is gekomen, kan geprobeerd worden met de hierboven beschreven eenvoudige maatregelen opnieuw ingroei te voorkomen.

Ook kan de nagel blijvend versmald worden door niet alleen de nagelrand weg te knippen, maar ook de wortel van de nagel te versmallen. Dat stukje wortel van de nagel moet dan worden weggesneden of weggekrabd, of door middel van een etsende vloeistof (phenol) worden vernietigd.

Afhankelijk van de bevindingen van de arts, kan het soms nodig zijn de nagel geheel of gedeeltelijk te verwijderden. 

Deze ingrepen aan de teennagel worden poliklinisch uitgevoerd onder plaatselijke verdoving door middel van twee verdovingsprikken aan de teenbasis. De ingreep duurt ongeveer 15 ŕ 20 minuten. Uw arts zal met u overleggen welke behandeling in uw situatie het beste lijkt. 

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding of wondinfectie.

Er kan een recidief optreden, de nagel groeit dan weer in en er zal een nieuwe ingreep nodig zijn. 

Na de ingreep

Als de verdoving uitgewerkt is, kunt u wat pijnklachten hebben, waarvoor u pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben

Ook het hooghouden van de voet kan de pijn verlichten. Na een dag mag het drukverband eraf, kunt u de voeten baden en een pleister op de teen doen. Afhankelijk van de pijn kunt u meestal al weer na enkele (twee tot vijf) dagen weer normaal lopen. 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

 

laatst bijgewerkt 30-12-04

entree

 

LYMFOEDEEM VAN HET BEEN

 

Inleiding

Deze folder geeft U een globaal overzicht over het lymfoedeem van het been. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Wat is lymfoedeem en hoe ontstaat het?

Naast bloedvaten kent het lichaam ook lymfevaten. Door de lymfevaten wordt eiwitrijk weefselvocht (lymfe) teruggevoerd naar het bloedvaatstelsel. Lymfoedeem is een abnormale ophoping van lymfevocht als gevolg van een verstoord evenwicht tussen productie en afvoer. De verstoring kan diverse oorzaken hebben. 

Er wordt een onderscheid gemaakt in primair en secundair lymfoedeem  

bullet

Primair lymfoedeem

Soms kan lymfoedeem aangeboren zijn. Men spreekt dan van primair lymfoedeem. Vanaf de geboorte zijn er dan minder lymfbanen aanwezig waardoor in de loop van het leven zwelling kan ontstaan. Soms wordt het pas duidelijk na een ontsteking.

Bij de milde vormen ontstaat het lymfoedeem tussen de 18-35 jaar. Bij uitgebreidere vormen kan dit ook van kinds af aan aanwezig zijn.

Aangeboren lymfoedeem kan vaak tweezijdig zijn. Tevens kunnen ook elders in het lichaam te weinig lymfebanen zijn aangelegd, bijvoorbeeld in de armen.  

De meeste vormen van lymfoedeem zijn niet erfelijk, hoewel er wel vaak aanleg in een familie kan bestaan. Daardoor kunnen in sommige families meerdere mensen last hebben van zwelling die in het begin ontstaat tijdens momenten van een sterke belasting van het lymfsysteem zoals zwangerschappen, bij zware inspanning, tijdens de zomer of het ontstaan van overgewicht.

In de eerste jaren wordt de zwelling vaak niet als zodanig herkend omdat deze dan nog wisselend aanwezig is. Pas later zal de zwelling permanent aanwezig blijven. 

bullet

Secundair lymfoedeem

Men spreekt van secundair lymfoedeem als het ontstaat als gevolg van een beschadiging van de lymfevaten. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij een operatie wegens kanker, waarbij de lymfklieren uit de lies of buik verwijderd moeten worden. Daarbij treedt dan een onvermijdbare beschadiging op van de lymfevaten. Daardoor is er een kans op het ontstaan van lymfoedeem in de benen. Die kans wordt groter als de geopereerde gebieden ook nog bestraald moeten worden.

Lymfoedeem kan jaren na de operatie nog ontstaan, daarom blijft het van belang om aandacht te besteden aan het voorkomen ervan.

Lymfoedeem in de benen kan ook veroorzaakt worden door beschadiging van de lymfevaten na trombose, langdurig bestaande spataderen of doorgemaakte infecties (erysipelas = wondroos). 

Als lymfoedeem eenmaal ontstaat gaat het niet vanzelf weer weg en het kan zeer hinderlijk zijn. 

De klachten

De klachten die kunnen ontstaan bij lymfoedeem zijn: zwelling, een vermoeid en zwaar gevoel, pijn of tintelingen, beperkingen in de bewegingen en of beperkingen in het dagelijks functioneren, huidafwijkingen en infecties.

Hoe herkent u lymfoedeem?

In de normale situatie is de huid over de tenen slank met kleine rimpeltjes. Omdat er slechts weinig tot geen vetweefsel zit, is de huid goed op te tillen. (zie figuur 1 en2)

figuur 1: normale huid

 

figuur 1: normale huid

figuur 2: normale huid

 

figuur 2: normale huid; negatieve proef van Stemmer

Aan de benen kan de zwelling langzaam ontstaan. Aanvankelijk is de zwelling vaak alleen 's avonds aanwezig of na forse inspanning.

Ook kunnen de tenen iets opgezet zijn.. Dit kan heel goed een eerste uiting van lymfoedeem zijn (fig. 3). 

figuur:3

 

figuur3: Beginnende lymfafvloedbeperking met (vaak tijdelijke) zwelling van de tenen

Een karakteristieke zwelling van de tenen vormt vaak een eerste verdenking op lymfoedeem. Als men met de vingers de huid tussen de 1e en 2e teen beet pakt, dan moet dit een dun plooitje opleveren (fig. 2). Dit heet de Proef van Stemmer.

Als er verdikking van het onderhuidse weefsel is, hetgeen een sterke aanwijzing voor lymfoedeem is, spreekt men van een positieve proef van Stemmer (fig. 4 en 5)

 

figuur: 4

 

figuur4: positieve proef van Stemmer

figuur: 5

 

figuur5: blijvende zwelling tenen met positieve proef van Stemmer als teken van lymfoedeem

 

De behandeling van lymfoedeem

Er zijn diverse behandelingsmogelijkheden voor het lymfoedeem aan het been, zoals compressietherapie, pressotherapie, lymfmassage (ML therapie), oefentherapie, fysiotherapie, podotherapie en diverse andere mogelijkheden. 

De nabehandeling met een elastische kous

Compressie met elastische kousen is belangrijk om de druk in de weefsels te verhogen waardoor er minder oedeem optreedt. Bij de behandeling van lymfoedeem zijn therapeutische elastische kousen onmisbaar om de omvang van het been te handhaven. Door het 'oedeemvrij' houden van een been is de kans op complicaties minimaal en wordt verdere ontwikkeling van lymfoedeem tegen gegaan.

Belangrijk is om de therapeutische elastische kous altijd te dragen, wanneer u op de been bent. Door onregelmatig dragen van de kous kan de omvang van het been toenemen waardoor de kous niet meer past en er opnieuw klachten ontstaan door verergering van het lymfoedeem.

Een kous werkt alleen goed als die een optimale pasvorm heeft. Laat de kousen bij een nieuwe verstrekking altijd opnieuw opmeten.

Het is belangrijk om regelmatig te blijven bewegen. Het lymfvocht zal door de beweging van de spieren beter worden afgevoerd. 

Enkele leefregels

bulletVoorkom wondjes en infecties aan de arm en hand, ontsmet eventuele wondjes goed met een desinfecterend middel en doe er een pleistertje op.
bulletLet op eeltplekken, likdoorns of kloven.
bulletZorg voor goede hygiëne en goede verzorging van uw huid.
bulletVoorkom overbelasting van de benen door de activiteiten/ werkzaamheden rustig op te bouwen.
bulletZoek een evenwicht tussen rust en inspanning, maar probeer normaal te bewegen. Licht sporten is prima. U moet hierbij denken aan lopen, fietsen of zwemmen
bulletPas op met heet water, heet douchen, sauna bezoek. Ook langdurig voetbaden worden ontraden.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan de huisarts of de arts waar u bij in behandeling bent. 

Verdere informatie is ook te vinden via

http://www.lymfoedeem.nl de internetsite van de Lymfoedeem Werkgroep Drachten en

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u. 

Deze folder werd samengesteld door de Commissie Voorlichting van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en berust op de gegevens van het Nederlands Lymfoedeem Netwerk (Bron: Ziekenhuis Nij smellinghe, Drachten; Lymfoedeem Werkgroep Drachten).

entree

DIABETISCHE VOET

 

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de Diabetische voet. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Algemeen

Diabetes Mellitus (diabetes) is een ziektebeeld waarbij het evenwicht in de bloedsuikerspiegel verstoord is. Zowel bij diabetes die op jonge leeftijd ontdekt is, als bij ouderdomsdiabetes, produceert de alvleesklier onvoldoende insuline. Ook kan het zijn dat het lichaam onvoldoende gevoelig is voor insuline.

De behandeling van diabetes is er op gericht de bloedsuikerspiegel binnen bepaalde grenzen te reguleren door dieetvoorschriften, al dan niet in combinatie met tabletten of toediening van insuline. Behandeling is nodig om de verschijnselen (symptomen) van diabetes te voorkomen, maar ook om de ernst van de vaatafwijkingen die bij diabetes optreden te verminderen. Een goed geregelde diabetes is daarom van zeer groot belang. 

Vaatafwijkingen

Diabetes geeft, afhankelijk van hoe lang het bestaat, bloedvatafwijkingen. De wanden van de slagaders worden als gevolg van de diabetes langzaam verdikt. Daarnaast versnelt diabetes het proces van aderverkalking (atherosclerose).  Dit leidt tot vernauwing van de bloedvaten waardoor de doorbloeding van weefsels en organen wordt belemmerd. De mate waarin dit klachten geeft, is afhankelijk van de plaats in het lichaam waar de vernauwing bestaat. Het is dan ook onmogelijk om te voorspellen in welke mate en in welk tempo bij een patiënt diabetische vaatafwijkingen zullen ontstaan. Door alert te zijn op bepaalde symptomen kunnen bepaalde complicaties echter beperkt of voorkomen worden. 

Diabetische voetafwijkingen

Voetafwijkingen komen bij patiënten met diabetes vaak voor. Vooral patiënten die langer dan zes tot zeven jaar diabetes hebben, ontwikkelen vaak (40-50%) voetafwijkingen. Deze voetafwijkingen kunnen op den duur tot ernstige problemen leiden.

Omdat, als gevolg van de diabetes, het normale gevoel verminderd is, worden beschadigingen en wondjes aan de voeten (te) laat opgemerkt. Het ziet er aanvankelijk onschuldig uit, maar het kan leiden tot ernstige infecties. Als gevolg van de infectie raakt de bloedsuikerspiegel ontregeld. Als voetinfecties verwaarloosd worden of onvoldoende behandeld worden, kan dit op langere termijn zelfs tot amputatie leiden!

Vroegtijdige intensieve wondbehandeling voorkomt onnodige complicaties! Vraag daarom bij twijfel over een wond aan uw voet zonder uitstel advies aan uw behandelend arts.  

Ook andere symptomen vragen om deskundig onderzoek. Als u klachten hebt die kunnen wijzen op verslechtering van de bloedvoorziening in uw been, doet u er goed aan deze klachten zo tijdig mogelijk met uw arts te bespreken.

Voorbeelden van dergelijke klachten zijn:

bullet

nachtelijke pijn die verbetert door het been naar beneden  te laten hangen;

bullet

wit of blauw worden van de tenen;

bullet

pijnklachten die wijzen op verslechterde doorbloeding bij inspanning (zogenaamde 'etalagebenen').

Uw arts kan beoordelen in hoeverre het mogelijk is om bij dergelijke klachten complicaties te beperken of te voorkomen door bijvoorbeeld een vaatoperatie.  

Oorzaken van voetwonden

De voornaamste oorzaken voor het ontstaan van voetwonden bij diabetes worden hieronder beschreven:

bullet

Slechte doorbloeding van de voet en tenen door de vaatvernauwing.

bullet

Het snel ontstaan van huidbeschadigingen, vanwege afwijkingen van de voetstand (platvoeten, spreidvoeten, hamertenen) die geleidelijk optreden door verlies van weefsel in de voet. Dit weefselverlies ontstaat enerzijds door een verminderde bloedvoorziening, anderzijds door een zenuwschade door de diabetes (autonome neuropathie).

bullet

Ook een verminderd gevoel (diabetische neuropathie) leidt tot huidbeschadigingen. Huidbeschadigingen ontstaan voorts door extreme eeltvorming op plaatsen op de voet waar veel druk op staat, zoals de toppen van de tenen, bovenzijde van de teengewrichten, zijkanten van voet, binnenkant en buitenkant van de enkel en de hiel.

Algemene aanwijzingen voor het opnieuw verbinden van behandelde voetwonden

Wanneer een voetwond is behandeld, is het belangrijk om thuis zorgvuldig met de behandeling van de wond door te gaan. Hieronder volgen enkele aanwijzingen. 

bullet

Het is van groot belang dat de huid rond de wond intact blijft en niet verweekt.

bullet

Water op de wond is gezond. Als uw arts het gebruik van water niet heeft afgeraden, kunt u de wond dagelijks wassen met een ruime hoeveelheid lauw water uit de kraan. Droogt u de wond daarna met een schone doek zorgvuldig af.

bullet

Gebruik goede verbandmiddelen, die zonodig met behulp van zwachtels op hun plaats blijven zitten.

bullet

Als uw tenen in het verband zitten, let er dan op dat de huid tussen de tenen niet gaat verweken, broeien of beschadigen. Het is daarom van belang dat uw tenen onderling niet op elkaar duwen maar zo goed mogelijk van elkaar worden gehouden. U kunt dit doen door opgerolde gaasjes tussen de tenen te doen.

Waar u speciaal op moet letten :

Ter voorkoming van beschadigingen van de huid:

bullet

geen pleisters op de huid gebruiken (óók niet als deze van papier zijn gemaakt)

bullet

ga niet zelf met scheermesjes, raspen of spelden eelt behandelen (geen 'badkamer'chirurgie)

bullet

vermijd het gebruik van verzorgingsproducten als talkpoeder en spraydeodorant (deze zijn vaak erg agressief voor de huid)

Ter voorkoming van verweken van de huid:

bullet

geen desinfecterende zalven of crčmes (als Bactroban, Betadine of Flammazine) op de wond aanbrengen

bullet

geen salicylzalf of likdoornpleisters gebruiken bij overmatige eeltgroei

bullet

gebruik geen produkten als Arnica, Uierzalf, Kamille bij de verzorging van de wond

bullet

gebruik geen "vette gazen" (als Jelonet, Unitulle, Sofratulle, Fucidine, Adaptic en Biogaze); gebruik ze alleen als uw behandelend arts deze voorschrijft

bullet

gebruik geen soda-oplossing voor voetbadjes.

Patiëntenvereniging

Er is een 'Vereniging van Vaatpatiënten' die o.a. ook de belangen behartigt van patiënten met arterieel vaatlijden.

Het adres is:  

Vereniging van Vaatpatiënten

Postbus 123

3980 CC  Bunnik

tel: 030 - 659 4651 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree