(Operatie aan slijmbeurs op bijvoorbeeld elleboog of knie)
Deze
folder geeft u informatie over een operatie aan een slijmbeurs. Het is goed u te
realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Een
slijmbeurs is een soort stootkussentje op botdelen die uitsteken en is normaal
altijd aanwezig. De meeste klachten komen voor bij de slijmbeurs op de elleboog
en de knie.
De
slijmbeurs kan door een klap of een val beschadigd worden en zich vullen met
bloed. Op dat moment kan men meestal volstaan met het leegzuigen van de
slijmbeurs, waarna een drukverband wordt aangelegd.
Anders
is het, wanneer de slijmbeurs herhaaldelijk wordt beschadigd of geïrriteerd
raakt. Daardoor kan er een blijvende zwelling met vochtophoping ontstaan die
ook ontstekingsverschijnselen kan vertonen. Het steunen op de elleboog of op de
knie is dan pijnlijk.
Als eerste stap in de behandeling komt het leegzuigen en het inbrengen van een ontstekingsremmend middel (corticosteroïd-preparaat) in aanmerking. Indien dit niet tot het gewenste resultaat leidt, wordt vaak besloten tot het operatief verwijderen van de slijmbeurs.
|
Operatie |
De operatie kan onder plaatselijke verdoving of onder narcose geschieden, afhankelijk van de grootte en de toestand van de slijmbeurs.
Bij acute
ontstekingsverschijnselen van de slijmbeurs wordt in eerste instantie volstaan
met het openmaken van de slijmbeurs. De inhoud kan dan gemakkelijk wegvloeien.
Mogelijke complicaties
Geen
enkele operatie is zonder risico’s. Zo ook is bij deze operatie de normale
kans op complicaties van een operatie aanwezig. Een recidief is ook mogelijk: de
slijmbeurs komt dan weer terug.
Als
de verdoving uitgewerkt is, kunt u wat pijnklachten hebben, waarvoor u
pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en
drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers
in huis te hebben.
U
krijgt zo nodig voor enige tijd een steunend verband.
Een
afspraak voor controle op de polikliniek zal voor u worden gemaakt.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
(Epicondylitis lateralis)
Deze
folder geeft u een informatie over de behandelingsmogelijkheden van een
tenniselleboog. Het is goed u te
realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Een
tenniselleboog is een veel voorkomende aandoening. Het geeft aanleiding tot
pijnklachten aan de buitenzijde van de elleboog, soms uitstralend naar de
onderarm en pols. De pijnklachten treden op wanneer de strekspieren van de pols
en hand worden aangespannen, bijvoorbeeld als we iets met de hand willen
oppakken. De oorsprong van de strekspieren van de pols en hand zit vast aan de
buitenzijde van de elleboog. Wanneer je daar op drukt, doet het ter plaatse ook
pijn.
Het
ontstaan van een tenniselleboog hoeft niet door tennissen te komen. Op de een of
andere manier zijn de strekspieren overmatig of verkeerd belast geraakt.
Daardoor ontstaat een irritatie bij de aanhechting van de spieren aan de
buitenzijde van de elleboog. Het is een hinderlijke aandoening, waar u een tijd
flink last van kunt hebben, dat duurt soms maanden. Van belang is om te weten
dat deze aandoening meestal toch vanzelf weer overgaat.
Diagnose
en onderzoek
Voor
het stellen van de diagnose is meestal geen nader onderzoek nodig. Een enkele
keer kan de arts, afhankelijk van de bevindingen, een röntgenfoto laten maken
van de nek, de schouder of de elleboog.
De
behandelingsmogelijkheden
Er
zijn vele behandelingsmogelijkheden voor een tenniselleboog. Het is niet te
zeggen welke behandelingsmogelijkheid duidelijk beter of slechter is. Een
bepaalde methode heeft bij de ene patiënt wel en bij een andere patiënt geen
resultaat. De essentie is dat overmatige of verkeerde belasting voorkomen moet
worden.
|
De eenvoudigste behandeling is zelf overmatige of verkeerde belasting en daarmee pijn te voorkomen. | |
|
Het toedienen van lokale frictie (drukmassage) op de pijnlijkste plek kan de pijn dempen. | |
|
Absolute
rust kan worden voorgeschreven, desnoods door de elleboog in te
gipsen voor
een periode van 4-6 weken. | |
|
Er
zijn speciale bandjes verkrijgbaar, die om de onderarm kunnen worden
aangelegd. Daarmee wordt geprobeerd de spanning op de aanhechting van de
spieren aan de buitenzijde van de elleboog te verminderen. | |
|
Een
andere mogelijkheid is een fysiotherapeutische behandeling. De
fysiotherapeut kan met bepaalde apparatuur en handelingen de irritatie
dempen en de spieren wat ontspannen. | |
|
Het inspuiten van het gebied met een ontstekingsremmend middel (corticosteroïden) en een verdovingsvloeistof kan de irritatie doen verminderen. | |
|
Ook
is er een chirurgische behandeling mogelijk. Daarbij wordt de aanhechting
van de spieren op de buitenzijde van de elleboog voor een deel losgemaakt.
Op die wijze wordt de irritatie opgeheven |
Uw
arts zal in overleg met u een behandelingsplan opstellen.
Mogelijke
complicaties van de chirurgische behandeling.
Geen
enkele ingreep is zonder risico’s. Zo is ook bij de
chirurgische behandeling van een tenniselleboog de normale kans op
complicaties aanwezig die bij een operatie altijd bestaan. Nabloedingen of
infectie treden zelden op.
Na de chirurgische behandeling
Als
de verdoving na een chirurgische behandeling is uitgewerkt, kunt u wat
pijnklachten hebben, waarvoor u pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken.
Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de
ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben.
De
arts zal u adviseren, wat u na de ingreep met uw arm kunt doen. Hetzelfde geldt
voor de inspuiting met het ontstekingsremmend
middel (corticosteroïden). Als de
verdovingsvloeistof is uitgewerkt, zal het gebied pijnlijk zijn. Ook deze pijn
is met pijnstillers als paracetamol
te bestrijden.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
In
deze folder vindt u informatie over een ganglion en hoe dat behandeld kan
worden. Het is goed u te realiseren dat voor
u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Een ganglion is een goedaardige,
omkapselde holte die gevuld is met geleiachtige vocht. Het ganglion ontstaat
vanuit een gewrichtskapsel of vanuit een peesschede. Het komt vooral voor aan de pols,
maar ook elders in het lichaam kan het voorkomen. Er is zelden een duidelijke
oorzaak voor het ontstaan van een ganglion aanwezig.
De diagnose wordt gewoonlijk
gesteld naar aanleiding van uw verhaal en op grond van de bevindingen bij
onderzoek. Nader onderzoek is dan ook meestal niet nodig.
Als een ganglion klachten veroorzaakt, zijn er verschillende behandelingen mogelijk, zoals:
|
Leegzuigen |
Daarbij
wordt het ganglion met een naald aangeprikt en leeggezogen. Meestal wordt voor
of na het leegzuigen een vloeistof ingespoten die het terugkeren van de zwelling
moet voorkomen.
Als
het ganglion niet verdwijnt of terugkomt kan het nogmaals leeggezogen worden of
operatief worden verwijderd.
|
Operatie |
De
ingreep wordt poliklinisch of in dagbehandeling uitgevoerd op de operatiekamer
en kan geschieden onder plaatselijke verdoving, regionale of algehele anesthesie
(narcose). Het doel van de operatie is om de cyste in zijn geheel te
verwijderen.
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij de operatie aan een ganglion de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding of infectie van de wond.
Ook kan er een klein zenuwtakje van de huid beschadigd worden, waardoor het gevoel in de omgeving van de wond - meestal tijdelijk - gestoord kan raken.
Het is belangrijk om te weten
dat een ganglion kan terugkeren.
Bij
alle operaties of verwondingen aan een arm of been kan, hoewel gelukkig
zeldzaam, een posttraumatische dystrofie ontstaan (zie folder
dystrofie). Dit
gaat gepaard met pijn, zwelling, stijfheid en vaak wisselende verkleuring van de
huid. Het is niet mogelijk van tevoren in te schatten of iemand dit probleem zal
krijgen.
Als
de verdoving uitgewerkt is, kunt u wat pijnklachten hebben, waarvoor u
pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en
drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers
in huis te hebben.
Met u wordt een afspraak
gemaakt of u de hechtingen in het ziekenhuis of bij de huisarts kunt laten
verwijderen. Het herstel na de ingreep is - afhankelijk van de plaats van het
ganglion - doorgaans vlot en meestal kunt u vrij snel weer de normale dagelijkse
activiteiten oppakken.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling, waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
![]()
U bent naar onze afdeling verwezen voor een zogenaamde elektromyografie. Bij elektromyografie wordt de elektrische activiteit van spieren en zenuwen gemeten. Deze
elektrische activiteit kan worden gemeten met elektroden.
Er zijn twee soorten elektroden, te weten:
|
naaldelektroden, dit zijn hele dunne naaldjes die in de spier gestoken worden | |
|
huidelektroden, dit zijn metalen dopjes of ringetjes die op de huid geplakt worden. |
Het onderzoek
U ligt of zit op een onderzoeksbank. Om het
onderzoek zo pijnloos mogelijk te laten verlopen is het van groot belang dat u zich zoveel mogelijk probeert te ontspannen.
Bij gebruik van een naaldelektrode zal deze waar het nodig is in de spier worden gestoken. Bij gebruik van een huidelektrode wordt deze op de juiste plaats vastgemaakt.
Op aanwijzingen van de arts moet u de betreffende spier aanspannen of juist
ontspannen. Ook wordt er gekeken hoe snel de zenuw bepaalde "prikkels'doorgeeft. Deze
"prikkels" bestaan uit kleine elektrische schokjes die uit een vochtig staafje komen dat
tegen uw huid wordt gehouden.
De schokjes doen geen pijn maar sommige mensen vinden het een vervelend gevoel.
Het onderzoek duurt 15 tot 20 minuten.Er is geen speciale voorbereiding nodig.
Indien u nog vragen hebt of iets niet begrijpt, belt u ons dan tussen 9.00 uur en 16.30
uur. Wij zijn er tenslotte voor om u te helpen.Bij verhindering verzoeken wij u ons tijdig te berichten. Het telefoonnummer van de
afdeling klinische neurofysiologie is:
(0299) 457 530
Wilt u plaats nemen in de wachtruimte van poli neurologie op BO? De laborante is elders aan
het werk en haalt u af, zodra u aan de beurt bent.
![]()
Deze
folder geeft u informatie over de klachten en de oorzaak van het carpale
tunnelsyndroom en hoe dit behandeld kan worden. Het is goed u te realiseren dat
voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Het carpale tunnelsyndroom
is een beknelling van de middelste zenuw (nervus medianus) in de pols. Deze
zenuw verloopt van de onderarm naar de handpalm via een soort tunnel die wordt
gevormd door de handwortelbeentjes en een stevig peesblad (de dwarse polsband)
aan de handpalmzijde van de pols. Door die tunnel lopen ook de buigpezen van de
vingers. De beknelling van de zenuw kan optreden wanneer door zwelling van de
weefsels in of rond de tunnel de druk in de tunnel toeneemt.
Klachten
De klachten die hiervan het gevolg zijn, kunnen nogal uiteenlopen. Zo kunt u last hebben van:
|
Een
prikkelend en pijnlijk gevoel of tintelingen in de vingers en in de hand. | |
|
Een doof gevoel in de handpalm en in de vingers. | |
|
Soms een gevoel alsof de hand gezwollen is | |
|
Een
uitstralende pijn naar de onderarm, de elleboog en de schouder. | |
|
Soms
krachtverlies in uw hand waardoor u zomaar dingen kunt laten vallen. |
Heel vaak komen deze klachten in de loop van de nacht voor en zorgen ze ervoor dat u wakker wordt. Hoewel de klachten meestal aan één hand voorkomen, kan het ook gebeuren dat men last krijgt van de andere hand.
De klachten komen zowel bij mannen als bij vrouwen voor. Merkwaardig is dat de klachten nogal eens tijdens een zwangerschap of aan het begin van de overgang optreden.
Diagnose
en onderzoek
Op
grond van het klachtenpatroon kan de diagnose vaak worden vermoed. Indien bij
lokale druk op de zenuw de klachten toenemen of zich voordoen, wordt het al
waarschijnlijker. Om zeker te weten of er sprake is van het carpale
tunnelsyndroom, is een spieronderzoek nodig. Dit onderzoek noemt men een EMG (ElectroMyoGrafie).
De
operatie
De
klachten kunnen zo ernstig of hinderlijk zijn, dat u een operatie wordt
voorgesteld. De operatie is erop gericht de
druk op de zenuw weg te nemen. Dat kan op twee manieren:
|
via
de klassieke operatie. | |
|
via
een kijkoperatie. |
De
klassieke operatie
Dit is een kleine ingreep waarbij een snee wordt gemaakt in de pols aan de handpalmzijde. De dwarse polsband wordt doorgesneden. Hierdoor wordt de tunnel verwijd. De operatie duurt ongeveer twintig minuten en wordt over het algemeen verricht onder regionale verdoving waarbij alleen de arm gevoelloos is. De operatie wordt meestal in dagbehandeling verricht. Dit betekent dat u, als de verdoving is uitgewerkt, weer naar huis kunt. U krijgt dan pijnstillers mee.
De
kijkoperatie
Deze
wordt in Nederland nog niet veel gedaan. Hierbij worden twee kleine sneetjes
gemaakt waar doorheen geopereerd wordt met speciaal instrumentarium. Het
voordeel hiervan is dat de sneetjes kleiner zijn en dus ook kleinere littekens
opleveren. Een nadeel is dat soms (2%) de operatie mislukt en dat soms het
syndroom na verloop van tijd weer terug komt.
Mogelijke
complicaties
Geen
enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale
kans op complicaties van een operatie aanwezig. Deze komen gelukkig zelden voor.
Bloedingen en soms wondinfecties zijn de belangrijkste.
Bij
alle operaties of verwondingen aan een arm of been kan, hoewel gelukkig
zeldzaam, een posttraumatische dystrofie ontstaan. Dit gaat gepaard met pijn,
zwelling, stijfheid en vaak wisselende verkleuring van de huid. Het is niet
mogelijk van tevoren in te schatten of iemand dit probleem zal krijgen (zie ook
folder dystrofie).
Na
de operatie (deze is voor beide methoden hetzelfde)
Het is verstandig dat u de eerste dag(en) de arm in een draagdoek houdt. Het drukverband dat na de operatie is aangelegd kan na één dag worden verwijderd. Ook kunt u al snel beginnen met oefeningen van de vingers. In het begin gaat dit wat moeizaam maar na enkele dagen gaat dat al veel beter. Mochten uw vingers de dag van de operatie of de dag erna blauw en koud worden of krijgt u veel meer pijn, dan dient u zo snel mogelijk contact op te nemen met de Spoed Opname/Eerste Hulp afdeling van het ziekenhuis.
Wat
u ook nog moet weten
Het
litteken aan de pols blijft vaak langer gevoelig, met name bij druk ter plaatse,
zoals bij het steunen op de pols. De klachten, die u tevoren had, zijn na de
operatie vaak meteen verdwenen, toch kan soms het dove gevoel nog een tijdje
aanhouden. De hechtingen kunnen na zeven tot tien dagen worden verwijderd. U
moet erop rekenen dat u lange tijd veel minder kracht in uw duim zult hebben.
Dit komt omdat de spieren van de duimmuis, doordat de dwarse polsband is
gekliefd, aan een kant min of meer los zijn komen te zitten.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
Inleiding
Deze
folder geeft u informatie over de haperende vinger of 'snapping finger' en de
behandelingsmogelijkheden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de
situatie anders kan zijn dan beschreven.
Een
haperende vinger is het gevolg van een ontstekingsreactie van de buigpees of de
peesschede (de koker waar de pees doorheen glijdt) van een vinger. Door de
onsteking ontstaat er een verdikking in de pees, waardoor deze niet meer soepel
door de peesschede glijdt. De verdikking ontstaat meestal tussen het 1e
gewricht van de vinger en de handpalm aan de binnenzijde van de hand. Op een
gegeven moment kan de pees zelfs vastlopen, waarbij de vinger moet worden
geholpen zich te strekken. De oorzaak is meestal niet duidelijk. Soms is er een
overbelasting geweest. Het is een onschuldige maar lastige afwijking.
De
arts stelt de diagnose aan de hand van uw klachten en zijn onderzoek.
Afhankelijk van de situatie kunnen uw klachten met een injectie of met een operatieve ingreep worden verholpen.
|
Injectie |
Als de hapering niet al te ernstig is, kan met een verdovende en ontstekingsremmende injectie (corticosteroïden) in de peesschede de ontsteking tot rust gebracht worden. Hierna wordt enige rust voorgeschreven.
|
Operatieve ingreep |
Met een kleine operatie wordt via een kleine snede (1,5 cm) de peesschede in de lengte richting geopend. Hierdoor ontstaat ruimte voor de peesverdikking. De huid wordt vervolgens gehecht en verbonden. De ingreep duurt ongeveer 10 – 15 minuten en vindt poliklinisch plaats onder lokale verdoving.
Het klieven van de peesschede kan ook uitgevoerd worden met een naald. Onder lokale verdoving wordt dan via een prikgat in de huid een naald opgevoerd, waardoor de peesschede wordt gekliefd. Ook deze ingreep duurt ongeveer 5-10 minuten en vindt poliklinisch plaats.
Mogelijke
complicaties
Geen enkele operatie is zonder
risico’s. Zo is ook bij deze ingreep de normale kans op complicaties aanwezig.
Soms kan een nabloeding of infectie optreden.
Als
de pijn na de tweede dag toeneemt, is het verstandig om contact met uw arts op
te nemen.
In
een enkel geval voelt de vinger aan de binnenzijde wat prikkelend of doof aan.
Een zenuwtakje werkt dan door de ingreep tijdelijk wat minder goed. Dit herstelt
in de loop van enige weken weer.
Bij alle operaties of verwondingen aan een arm of been kan, hoewel gelukkig zeldzaam, een posttraumatische dystrofie ontstaan. Dit gaat gepaard met pijn, zwelling, stijfheid en vaak wisselende verkleuring van de huid. Het is niet mogelijk van tevoren in te schatten of iemand dit probleem zal krijgen. Wanneer u last krijgt van deze complicatie, dan is het van belang dat zo snel mogelijk met de behandeling ervan wordt begonnen (zie folder dystrofie).
Als
de verdoving uitgewerkt is, kunt u wat pijnklachten hebben, waarvoor u
pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en
drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers
in huis te hebben.
De
dag na de ingreep mag u het verband verwijderen, een kleine pleister is dan
voldoende.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
laatst bijgewerkt 28-12-04
![]()
Deze folder geeft u een globaal overzicht over het lymfoedeem van de arm. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Wat is lymfoedeem en hoe ontstaat het?
Naast bloedvaten kent het lichaam ook lymfevaten. Door de lymfevaten wordt eiwitrijk weefselvocht (lymfe) teruggevoerd naar het bloedvaatstelsel. Lymfoedeem is een abnormale ophoping van lymfevocht als gevolg van een verstoord evenwicht tussen productie en afvoer. De verstoring kan diverse oorzaken hebben, waaronder een operatie en/of bestraling.
Bij een operatie, waarbij de lymfklieren uit de oksel verwijderd moeten worden, treedt er een onvermijdbare beschadiging op van de lymfevaten. Daardoor is er kans op het ontstaan van lymfoedeem in de arm. Die kans wordt groter als de oksel na deze operatie ook nog bestraald moet worden. Lymfoedeem kan jaren na de operatie nog ontstaan, daarom blijft het van belang om aandacht te besteden aan het voorkomen ervan. Als lymfoedeem eenmaal ontstaat gaat het niet vanzelf weer weg en het kan zeer hinderlijk zijn.
De klachten die kunnen ontstaan bij lymfoedeem zijn: zwelling, een vermoeid en zwaar gevoel, pijn of tintelingen, beperkingen in de bewegingen en of beperkingen in het dagelijks functioneren, huidafwijkingen en infecties.
Om te voorkomen dat er lymfoedeem ontstaat is het goed om er voor te zorgen
|
dat er niet teveel lymfvocht ontstaat in de arm | |
|
dat het lymfvocht goed blijft stromen in de arm |
Door zware belasting, bij hoge temperaturen en bij infecties wordt er extra vocht aangemaakt. Probeer daarom de arm niet te zwaar te belasten en wees voorzichtig met warmte. Het is echter wel belangrijk om te blijven bewegen. Oefenen en zorgen voor een normale lichaamsbeweging is goed, mits u niets forceert. Het lymfvocht zal door de beweging van de spieren doorstromen in het lichaam en beter worden afgevoerd.
Door infecties kunnen ook lymfbanen beschadigd worden. Het evenwicht tussen aan en afvoer kan daardoor alsnog verstoord raken.
Enkele leefregels
| Als u ligt of zit, leg dan uw arm en hand wat hoger. | |
| Laat bij voorkeur geen bloeddruk meten aan de arm van de geopereerde zijde. | |
| Laat bij voorkeur geen bloed afnemen aan de arm van de geopereerde zijde. | |
| Laat bij voorkeur geen infuus aanleggen aan de arm van de geopereerde zijde. | |
| Voorkom wondjes en infecties aan de arm en hand, ontsmet eventuele wondjes goed met een desinfecterend middel en doe er een pleistertje op. | |
| Draag handschoenen bij ruwe karweitjes (tuinieren, vuil huishoudelijk werk e.d.) | |
| Zorg voor goede hygiëne en goede verzorging van uw huid. | |
| Voorkom overbelasting van de arm door de activiteiten/ werkzaamheden rustig op te bouwen. | |
| Zoek een evenwicht tussen rust en inspanning, maar probeer normaal te bewegen. Licht sporten is prima | |
| Pas op met heet water, stoom, heet douchen, baden, sauna bezoek en langdurig zonnebaden | |
| Gebruik geen kruiken, ‘kersenpit’, rode lamp of warme pakkingen op uw arm of schouder | |
| Span u bij warm weer niet overmatig in, las pauzes in en doe af en toe arm- en schouderoefeningen | |
| Draag geen knellende kleding, sieraden of ‘mouwophouders’ |
Alle leefregels ten spijt kan er toch lymfoedeem ontstaan; ook al is het alleen maar bij inspanning. Waarom de een het wel krijgt en de ander niet, is niet duidelijk.
Als u symptomen passend bij lymfoedeem bemerkt, kunt u eerst proberen de arm rust te geven en hoger te leggen. Als de klachten de volgende dagen niet verminderen neem dan contact op met uw huisarts, de arts waar u bij in behandeling bent of de oncologieverpleegkundige.
Bij tekenen van een dreigende infectie moet u eerder contact met voornoemde deskundigen opnemen.
Hoe eerder maatregelen getroffen worden hoe groter de kans is dat het lymfoedeem kan worden verholpen.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Verdere informatie is ook te vinden via
http://www.lymfoedeem.nl de internetsite van de Lymfoedeem Werkgroep Drachten
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
Deze folder werd samengesteld door de Commissie Voorlichting van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en berust op de gegevens van het Nederlands Lymfoedeem Netwerk (Bron: Ziekenhuis Nij smellinghe, Drachten; Lymfoedeem Werkgroep Drachten)
![]()