arma.gif (10829 bytes)

OPERATIE AAN EEN BURSA

(Operatie aan slijmbeurs op bijvoorbeeld elleboog of knie)

 

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over een operatie aan een slijmbeurs. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Ligging en functie van een slijmbeurs

Een slijmbeurs is een soort stootkussentje op botdelen die uitsteken en is normaal altijd aanwezig. De meeste klachten komen voor bij de slijmbeurs op de elleboog en de knie. 

Aandoeningen aan de slijmbeurs

De slijmbeurs kan door een klap of een val beschadigd worden en zich vullen met bloed. Op dat moment kan men meestal volstaan met het leegzuigen van de slijmbeurs, waarna een drukverband wordt aangelegd.

Anders is het, wanneer de slijmbeurs herhaaldelijk wordt beschadigd of geïrriteerd raakt. Daardoor kan er een blijvende zwelling met vochtophoping ontstaan die ook ontstekingsverschijnselen kan vertonen. Het steunen op de elleboog of op de knie is dan pijnlijk. 

De behandelingsmogelijkheden

bullet

Leegzuigen

Als eerste stap in de behandeling komt het leegzuigen en het inbrengen van een ontstekingsremmend middel (corticosteroïd-preparaat) in aanmerking. Indien dit niet tot het gewenste resultaat leidt, wordt vaak besloten tot het operatief verwijderen van de slijmbeurs.

bullet

Operatie

De operatie kan onder plaatselijke verdoving of onder narcose geschieden, afhankelijk van de grootte en de toestand van de slijmbeurs.

Bij acute ontstekingsverschijnselen van de slijmbeurs wordt in eerste instantie volstaan met het openmaken van de slijmbeurs. De inhoud kan dan gemakkelijk wegvloeien.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo ook is bij deze operatie de normale kans op complicaties van een operatie aanwezig. Een recidief is ook mogelijk: de slijmbeurs komt dan weer terug. 

De nabehandeling

Als de verdoving uitgewerkt is, kunt u wat pijnklachten hebben, waarvoor u pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben.

U krijgt zo nodig voor enige tijd een steunend verband.

Een afspraak voor controle op de polikliniek zal voor u worden gemaakt.

 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree

 

 

TENNISELLEBOOG

(Epicondylitis lateralis)

beeldverslag

Inleiding

Deze folder geeft u een informatie over de behandelingsmogelijkheden van een tenniselleboog. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Een tenniselleboog

Een tenniselleboog is een veel voorkomende aandoening. Het geeft aanleiding tot pijnklachten aan de buitenzijde van de elleboog, soms uitstralend naar de onderarm en pols. De pijnklachten treden op wanneer de strekspieren van de pols en hand worden aangespannen, bijvoorbeeld als we iets met de hand willen oppakken. De oorsprong van de strekspieren van de pols en hand zit vast aan de buitenzijde van de elleboog. Wanneer je daar op drukt, doet het ter plaatse ook pijn. 

Het ontstaan van een tenniselleboog hoeft niet door tennissen te komen. Op de een of andere manier zijn de strekspieren overmatig of verkeerd belast geraakt. Daardoor ontstaat een irritatie bij de aanhechting van de spieren aan de buitenzijde van de elleboog. Het is een hinderlijke aandoening, waar u een tijd flink last van kunt hebben, dat duurt soms maanden. Van belang is om te weten dat deze aandoening meestal toch vanzelf weer overgaat.  

Diagnose en onderzoek

Voor het stellen van de diagnose is meestal geen nader onderzoek nodig. Een enkele keer kan de arts, afhankelijk van de bevindingen, een röntgenfoto laten maken van de nek, de schouder of de elleboog. 

De behandelingsmogelijkheden

Er zijn vele behandelingsmogelijkheden voor een tenniselleboog. Het is niet te zeggen welke behandelingsmogelijkheid duidelijk beter of slechter is. Een bepaalde methode heeft bij de ene patiënt wel en bij een andere patiënt geen resultaat. De essentie is dat overmatige of verkeerde belasting voorkomen moet worden.

bullet

De eenvoudigste behandeling is  zelf overmatige of verkeerde belasting en daarmee  pijn te voorkomen.

bullet

Het  toedienen van lokale frictie (drukmassage) op de pijnlijkste plek kan de pijn dempen.

bullet

Absolute rust kan worden voorgeschreven, desnoods door de elleboog in te gipsen voor een periode van 4-6 weken.

bullet

Er zijn speciale bandjes verkrijgbaar, die om de onderarm kunnen worden aangelegd. Daarmee wordt geprobeerd de spanning op de aanhechting van de spieren aan de buitenzijde van de elleboog te verminderen.

bullet

Een andere mogelijkheid is een fysiotherapeutische behandeling. De fysiotherapeut kan met bepaalde apparatuur en handelingen de irritatie dempen en de spieren wat ontspannen.

bullet

Het inspuiten van het gebied met een ontstekingsremmend middel (corticosteroïden) en een verdovingsvloeistof kan de irritatie doen verminderen.

bullet

Ook is er een chirurgische behandeling mogelijk. Daarbij wordt de aanhechting van de spieren op de buitenzijde van de elleboog voor een deel losgemaakt. Op die wijze wordt de irritatie opgeheven

Uw arts zal in overleg met u een behandelingsplan opstellen.  

Mogelijke complicaties van de chirurgische behandeling.

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Zo is ook bij de chirurgische behandeling van een tenniselleboog de normale kans op complicaties aanwezig die bij een operatie altijd bestaan. Nabloedingen of infectie treden zelden op.

Na de chirurgische behandeling

Als de verdoving na een chirurgische behandeling is uitgewerkt, kunt u wat pijnklachten hebben, waarvoor u pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben.

De arts zal u adviseren, wat u na de ingreep met uw arm kunt doen. Hetzelfde geldt voor de inspuiting met het ontstekingsremmend middel (corticosteroïden). Als de verdovingsvloeistof is uitgewerkt, zal het gebied pijnlijk zijn. Ook deze pijn is met pijnstillers als paracetamol te bestrijden.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree

 

 

GANGLION AAN DE POLS

ganglion.JPG (23608 bytes)

 

Inleiding

In deze folder vindt u informatie over een ganglion en hoe dat behandeld kan worden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Een ganglion

Een ganglion is een goedaardige, omkapselde holte die gevuld is met geleiachtige vocht. Het ganglion ontstaat vanuit een gewrichtskapsel of vanuit een peesschede. Het komt vooral voor aan de pols, maar ook elders in het lichaam kan het voorkomen. Er is zelden een duidelijke oorzaak voor het ontstaan van een ganglion aanwezig. 

De diagnose

De diagnose wordt gewoonlijk gesteld naar aanleiding van uw verhaal en op grond van de bevindingen bij onderzoek. Nader onderzoek is dan ook meestal niet nodig. 

De behandelingsmogelijkheden

Als een ganglion klachten veroorzaakt, zijn er verschillende  behandelingen mogelijk, zoals:

bullet

Leegzuigen

Daarbij wordt het ganglion met een naald aangeprikt en leeggezogen. Meestal wordt voor of na het leegzuigen een vloeistof ingespoten die het terugkeren van de zwelling moet voorkomen.

Als het ganglion niet verdwijnt of terugkomt kan het nogmaals leeggezogen worden of operatief worden verwijderd.

bullet

Operatie

De ingreep wordt poliklinisch of in dagbehandeling uitgevoerd op de operatiekamer en kan geschieden onder plaatselijke verdoving, regionale of algehele anesthesie (narcose). Het doel van de operatie is om de cyste in zijn geheel te verwijderen. 

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij de operatie aan een ganglion de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding of infectie van de wond.

Ook kan er een klein zenuwtakje van de huid beschadigd worden, waardoor het gevoel in de omgeving van de wond - meestal tijdelijk - gestoord kan raken.

Het is belangrijk om te weten dat een ganglion kan terugkeren.  

Bij alle operaties of verwondingen aan een arm of been kan, hoewel gelukkig zeldzaam, een posttraumatische dystrofie ontstaan (zie folder dystrofie). Dit gaat gepaard met pijn, zwelling, stijfheid en vaak wisselende verkleuring van de huid. Het is niet mogelijk van tevoren in te schatten of iemand dit probleem zal krijgen.  

Na de behandeling

Als de verdoving uitgewerkt is, kunt u wat pijnklachten hebben, waarvoor u pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben. 

Met u wordt een afspraak gemaakt of u de hechtingen in het ziekenhuis of bij de huisarts kunt laten verwijderen. Het herstel na de ingreep is - afhankelijk van de plaats van het ganglion - doorgaans vlot en meestal kunt u vrij snel weer de normale dagelijkse activiteiten oppakken. 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling, waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

 

entree

 

Elektromyografie

U bent naar onze afdeling verwezen voor een zogenaamde elektromyografie. Bij elektromyografie wordt de elektrische activiteit van spieren en zenuwen gemeten. Deze elektrische activiteit kan worden gemeten met elektroden.

Er zijn twee soorten elektroden, te weten:

bullet

naaldelektroden, dit zijn hele dunne naaldjes die in de spier gestoken worden

bullet

huidelektroden, dit zijn metalen dopjes of ringetjes die op de huid geplakt worden.

Welke elektroden gebruikt worden is afhankelijk van uw klachten en wordt bepaald door de arts die het onderzoek uitvoert. Meestal worden hand-, arm-, voet- of beenspieren onderzocht. Soms ook romp- of gezichtspieren.
 

Het onderzoek
U ligt of zit op een onderzoeksbank. Om het onderzoek zo pijnloos mogelijk te laten verlopen is het van groot belang dat u zich zoveel mogelijk probeert te ontspannen.
Bij gebruik van een naaldelektrode zal deze waar het nodig is in de spier worden gestoken. Bij gebruik van een huidelektrode wordt deze op de juiste plaats vastgemaakt. Op aanwijzingen van de arts moet u de betreffende spier aanspannen of juist ontspannen. Ook wordt er gekeken hoe snel de zenuw bepaalde "prikkels'doorgeeft. Deze "prikkels" bestaan uit kleine elektrische schokjes die uit een vochtig staafje komen dat tegen uw huid wordt gehouden.
De schokjes doen geen pijn maar sommige mensen vinden het een vervelend gevoel.
Het onderzoek duurt 15 tot 20 minuten.Er is geen speciale voorbereiding nodig.
Indien u nog vragen hebt of iets niet begrijpt, belt u ons dan tussen 9.00 uur en 16.30 uur. Wij zijn er tenslotte voor om u te helpen.Bij verhindering verzoeken wij u ons tijdig te berichten. Het telefoonnummer van de afdeling klinische neurofysiologie is: 

(0299) 457 530

Wilt u plaats nemen in de wachtruimte van poli neurologie op BO? De laborante is elders aan het werk en haalt u af, zodra u aan de beurt bent.
 

entree

 



HET CARPALE TUNNELSYNDROOM

cts.jpg (51186 bytes) cts2.jpg (32184 bytes)

 

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de klachten en de oorzaak van het carpale tunnelsyndroom en hoe dit behandeld kan worden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Het carpale tunnelsyndroom.

Het carpale tunnelsyndroom is een beknelling van de middelste zenuw (nervus medianus) in de pols. Deze zenuw verloopt van de onderarm naar de handpalm via een soort tunnel die wordt gevormd door de handwortelbeentjes en een stevig peesblad (de dwarse polsband) aan de handpalmzijde van de pols. Door die tunnel lopen ook de buigpezen van de vingers. De beknelling van de zenuw kan optreden wanneer door zwelling van de weefsels in of rond de tunnel de druk in de tunnel toeneemt. 

Klachten

De klachten die hiervan het gevolg zijn, kunnen nogal uiteenlopen. Zo kunt u last hebben van:

bullet

Een prikkelend en pijnlijk gevoel of tintelingen in de vingers en in de hand.

bullet

Een doof gevoel in de handpalm en in de vingers.

bullet

Soms een gevoel alsof de hand gezwollen is

bullet

Een uitstralende pijn naar de onderarm, de elleboog en de schouder.

bullet

Soms krachtverlies in uw hand waardoor u zomaar dingen kunt laten vallen.

Heel vaak komen deze klachten in de loop van de nacht voor en zorgen ze ervoor dat u wakker wordt. Hoewel de klachten meestal aan één hand voorkomen, kan het ook gebeuren dat men last krijgt van de andere hand.

De klachten komen zowel bij mannen als bij vrouwen voor. Merkwaardig is dat de klachten nogal eens tijdens een zwangerschap of aan het begin van de overgang optreden.

Diagnose en onderzoek

Op grond van het klachtenpatroon kan de diagnose vaak worden vermoed. Indien bij lokale druk op de zenuw de klachten toenemen of zich voordoen, wordt het al waarschijnlijker. Om zeker te weten of er sprake is van het carpale tunnelsyndroom, is een spieronderzoek nodig. Dit onderzoek noemt men een EMG (ElectroMyoGrafie).

De operatie

De klachten kunnen zo ernstig of hinderlijk zijn, dat u een operatie wordt voorgesteld. De operatie is erop gericht de druk op de zenuw weg te nemen. Dat kan op twee manieren:

bullet

via de klassieke operatie.

bullet

via een kijkoperatie.

De klassieke operatie

Dit is een kleine ingreep waarbij een snee wordt gemaakt in de pols aan de handpalmzijde. De dwarse polsband wordt doorgesneden. Hierdoor wordt de tunnel verwijd. De operatie duurt ongeveer twintig minuten en wordt over het algemeen verricht onder regionale verdoving waarbij alleen de arm gevoelloos is. De operatie wordt meestal in dagbehandeling verricht. Dit betekent dat u, als de verdoving is uitgewerkt, weer naar huis kunt. U krijgt dan pijnstillers mee.

De kijkoperatie

Deze wordt in Nederland nog niet veel gedaan. Hierbij worden twee kleine sneetjes gemaakt waar doorheen geopereerd wordt met speciaal instrumentarium. Het voordeel hiervan is dat de sneetjes kleiner zijn en dus ook kleinere littekens opleveren. Een nadeel is dat soms (2%) de operatie mislukt en dat soms het syndroom na verloop van tijd weer terug komt.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties van een operatie aanwezig. Deze komen gelukkig zelden voor. Bloedingen en soms wondinfecties zijn de belangrijkste.

Bij alle operaties of verwondingen aan een arm of been kan, hoewel gelukkig zeldzaam, een posttraumatische dystrofie ontstaan. Dit gaat gepaard met pijn, zwelling, stijfheid en vaak wisselende verkleuring van de huid. Het is niet mogelijk van tevoren in te schatten of iemand dit probleem zal krijgen (zie ook folder dystrofie).

Na de operatie (deze is voor beide methoden hetzelfde)

Het is verstandig dat u de eerste dag(en) de arm in een draagdoek houdt. Het drukverband dat na de operatie is aangelegd kan na één dag worden verwijderd. Ook kunt u al snel beginnen met oefeningen van de vingers. In het begin gaat dit wat moeizaam maar na enkele dagen gaat dat al veel beter. Mochten uw vingers de dag van de operatie of de dag erna blauw en koud worden of krijgt u veel meer pijn, dan dient u zo snel mogelijk contact op te nemen met de Spoed Opname/Eerste Hulp afdeling van het ziekenhuis.

Wat u ook nog moet weten

Het litteken aan de pols blijft vaak langer gevoelig, met name bij druk ter plaatse, zoals bij het steunen op de pols. De klachten, die u tevoren had, zijn na de operatie vaak meteen verdwenen, toch kan soms het dove gevoel nog een tijdje aanhouden. De hechtingen kunnen na zeven tot tien dagen worden verwijderd. U moet erop rekenen dat u lange tijd veel minder kracht in uw duim zult hebben. Dit komt omdat de spieren van de duimmuis, doordat de dwarse polsband is gekliefd, aan een kant min of meer los zijn komen te zitten.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree

HAPERENDE VINGER

 

beeldverslag

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de haperende vinger of 'snapping finger' en de behandelingsmogelijkheden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.  

Een haperende vinger

Een haperende vinger is het gevolg van een ontstekingsreactie van de buigpees of de peesschede (de koker waar de pees doorheen glijdt) van een vinger. Door de onsteking ontstaat er een verdikking in de pees, waardoor deze niet meer soepel door de peesschede glijdt. De verdikking ontstaat meestal tussen het 1e gewricht van de vinger en de handpalm aan de binnenzijde van de hand. Op een gegeven moment kan de pees zelfs vastlopen, waarbij de vinger moet worden geholpen zich te strekken. De oorzaak is meestal niet duidelijk. Soms is er een overbelasting geweest. Het is een onschuldige maar lastige afwijking.  

Diagnose en onderzoek

De arts stelt de diagnose aan de hand van uw klachten en zijn onderzoek.  

De behandelingsmogelijkheden

Afhankelijk van de situatie kunnen uw klachten met een injectie of met een operatieve ingreep worden verholpen.

bullet

Injectie

Als de hapering niet al te ernstig is, kan met een verdovende en ontstekingsremmende injectie (corticosteroïden) in de peesschede de ontsteking tot rust gebracht worden. Hierna wordt enige rust voorgeschreven. 

bullet

Operatieve ingreep

Met een kleine operatie wordt via een kleine snede (1,5 cm) de peesschede in de lengte richting geopend. Hierdoor ontstaat ruimte voor de peesverdikking. De huid wordt vervolgens gehecht en verbonden. De ingreep duurt ongeveer 10 – 15 minuten en vindt poliklinisch plaats onder lokale verdoving.

Het klieven van de peesschede kan ook uitgevoerd worden met een naald. Onder lokale verdoving wordt dan via een prikgat in de huid een naald opgevoerd, waardoor de peesschede wordt gekliefd. Ook deze ingreep duurt ongeveer 5-10 minuten en vindt poliklinisch plaats.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze ingreep de normale kans op complicaties aanwezig. Soms kan een nabloeding of infectie optreden.  

Als de pijn na de tweede dag toeneemt, is het verstandig om contact met uw arts op te nemen.  

In een enkel geval voelt de vinger aan de binnenzijde wat prikkelend of doof aan. Een zenuwtakje werkt dan door de ingreep tijdelijk wat minder goed. Dit herstelt in de loop van enige weken weer.  

Bij alle operaties of verwondingen aan een arm of been kan, hoewel gelukkig zeldzaam, een posttraumatische dystrofie ontstaan. Dit gaat gepaard met pijn, zwelling, stijfheid en vaak wisselende verkleuring van de huid. Het is niet mogelijk van tevoren in te schatten of iemand dit probleem zal krijgen. Wanneer u last krijgt van deze complicatie, dan is het van belang dat zo snel mogelijk met de behandeling ervan wordt begonnen (zie folder dystrofie).

Na de ingreep

Als de verdoving uitgewerkt is, kunt u wat pijnklachten hebben, waarvoor u pijnstillers als paracetamol kunt gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben. 

De dag na de ingreep mag u het verband verwijderen, een kleine pleister is dan voldoende.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

laatst bijgewerkt 28-12-04

 

entree

 

LYMFOEDEEM VAN DE ARM

 

Inleiding

Deze folder geeft u een globaal overzicht over het lymfoedeem van de arm. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Wat is lymfoedeem en hoe ontstaat het?

Naast bloedvaten kent het lichaam ook lymfevaten. Door de lymfevaten wordt eiwitrijk weefselvocht (lymfe) teruggevoerd naar het bloedvaatstelsel. Lymfoedeem is een abnormale ophoping van lymfevocht als gevolg van een verstoord evenwicht tussen productie en afvoer. De verstoring kan diverse oorzaken hebben, waaronder een operatie en/of bestraling. 

Bij een operatie, waarbij de lymfklieren uit de oksel verwijderd moeten worden, treedt er een onvermijdbare beschadiging op van de lymfevaten. Daardoor is er kans op het ontstaan van lymfoedeem in de arm. Die kans wordt groter als de oksel na deze operatie ook nog bestraald moet worden. Lymfoedeem kan jaren na de operatie nog ontstaan, daarom blijft het van belang om aandacht te besteden aan het voorkomen ervan. Als lymfoedeem eenmaal ontstaat gaat het niet vanzelf weer weg en het kan zeer hinderlijk zijn.

 
Klachten

De klachten die kunnen ontstaan bij lymfoedeem zijn: zwelling, een vermoeid en zwaar gevoel, pijn of tintelingen, beperkingen in de bewegingen en of beperkingen in het dagelijks functioneren, huidafwijkingen en infecties. 

Het voorkomen van lymfoedeem

Om te voorkomen dat er lymfoedeem ontstaat is het goed om er voor te zorgen

bullet

dat er niet teveel lymfvocht ontstaat in de arm

bullet

dat het lymfvocht goed blijft stromen in de arm

Door zware belasting, bij hoge temperaturen en bij infecties wordt er extra vocht aangemaakt. Probeer daarom de arm niet te zwaar te belasten en wees voorzichtig met warmte. Het is echter wel belangrijk om te blijven bewegen. Oefenen en zorgen voor een normale lichaamsbeweging is goed, mits u niets forceert. Het lymfvocht zal door de beweging van de spieren doorstromen in het lichaam en beter worden afgevoerd.

Door infecties kunnen ook lymfbanen beschadigd worden. Het evenwicht tussen aan en afvoer kan daardoor alsnog verstoord raken.

Enkele leefregels

bulletAls u ligt of zit, leg dan uw arm en hand wat hoger.
bulletLaat bij voorkeur geen bloeddruk meten aan de arm van de geopereerde zijde.
bulletLaat bij voorkeur geen bloed afnemen aan de arm van de geopereerde zijde.
bulletLaat bij voorkeur geen infuus aanleggen aan de arm van de geopereerde zijde.
bulletVoorkom wondjes en infecties aan de arm en hand, ontsmet eventuele wondjes goed met een desinfecterend middel en doe er een pleistertje op.
bulletDraag handschoenen bij ruwe karweitjes (tuinieren, vuil huishoudelijk werk e.d.)
bulletZorg voor goede hygiëne en goede verzorging van uw huid.
bulletVoorkom overbelasting van de arm door de activiteiten/ werkzaamheden rustig op te bouwen.
bulletZoek een evenwicht tussen rust en inspanning, maar probeer normaal te bewegen. Licht sporten is prima
bulletPas op met heet water, stoom, heet douchen, baden, sauna bezoek en langdurig zonnebaden
bulletGebruik geen kruiken, ‘kersenpit’, rode lamp of warme pakkingen op uw arm of schouder
bulletSpan u bij warm weer niet overmatig in, las pauzes in en doe af en toe arm- en schouderoefeningen
bulletDraag geen knellende kleding, sieraden of ‘mouwophouders’

Wat te doen als u toch klachten krijgt?

Alle leefregels ten spijt kan er toch lymfoedeem ontstaan; ook al is het alleen maar bij inspanning. Waarom de een het wel krijgt en de ander niet, is niet duidelijk.

Als u symptomen passend bij lymfoedeem bemerkt, kunt u eerst proberen de arm rust te geven en hoger te leggen. Als de klachten de volgende dagen niet verminderen neem dan contact op met uw huisarts, de arts waar u bij in behandeling bent of de oncologieverpleegkundige.

Bij tekenen van een dreigende infectie moet u eerder contact met voornoemde deskundigen opnemen.

Hoe eerder maatregelen getroffen worden hoe groter de kans is dat het lymfoedeem kan worden verholpen. 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Verdere informatie is ook te vinden via

http://www.lymfoedeem.nl de internetsite van de Lymfoedeem Werkgroep Drachten 

 

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

Deze folder werd samengesteld door de Commissie Voorlichting van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en berust op de gegevens van het Nederlands Lymfoedeem Netwerk (Bron: Ziekenhuis Nij smellinghe, Drachten; Lymfoedeem Werkgroep Drachten)

entree