AAMBEIEN

(HaemorrhoÔden)

hemorrhoidenanatomiesmall.gif (110792 bytes)
anatomie
Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:A3113

english version


Inleiding

Deze folder geeft u informatie over de behandeling van aambeien. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Ligging en functie van aambeien

Aambeien (haemorroÔden) zijn uitgezakte zwellichamen / kussentjes nabij de anus. Een zwellichaam is een sponsachtig netwerk van bloedvaatjes, bedekt door slijmvlies binnen de sluitspier van de anus. Aambeien bevinden zich aan de binnenkant van de anus en wanneer de zwellichamen tegen elkaar aanliggen, sluiten ze de anus lekdicht af.  

Oorzaak en klachten van aambeien

Wanneer er veel druk op de zwellichamen komt te staan kunnen ze uitrekken, daardoor uitzakken en zelfs naar buiten puilen. Dat kan aanleiding geven tot een ongemakkelijk of pijnlijk gevoel. Daarbij kan het bloed in de zwellichamen gestuwd raken, waardoor aambeien makkelijk bloeden. Ook kan er zich een bloedstolsel vormen in adertjes in de huid rond de anus. Dat is uitwendig voelbaar en pijnlijk. Het wordt een getromboseerd haemorrhoÔd genoemd.

Vooral een gebrek aan voedingsvezels in ons eten, waardoor de ontlasting te ingedikt en droog wordt, zorgt voor drukverhoging op de zwellichamen tijdens de stoelgang. Ook veel zitten, onvoldoende lichaamsbeweging en een te hoog lichaamsgewicht kunnen daartoe bijdragen. 

Het voorkomen van klachten

Klachten kunnen worden voorkomen door de stoelgang zacht te houden en te reguleren, waardoor u minder hoeft te persen. Daarvoor is het eten van voldoende voedingsvezels (zemelen, bruinbrood, etc.) en het drinken van veel water (1Ĺ  - 2 liter per dag) nodig. Ook regulering van het toiletbezoek is van belang. Zo moet u bij aandrang het toiletbezoek niet te lang uitstellen. Wanneer u probeert er een zekere regelmaat in te brengen, voorkomt u dat u op ongelegen momenten de ontlasting te lang moet ophouden.

Zorg verder voor wat meer beweging en probeer zo nodig wat af te vallen.  

De meeste patiŽnten met aambeienklachten hebben baat bij deze maatregelen en leefregels. Wanneer desondanks de klachten toch voortduren, is verdere behandeling nodig. 

Diagnose en onderzoek

De klachten die aambeien kunnen geven, kunnen ook voorkomen bij andere afwijkingen van de endeldarm of de anus. Daarom wordt er onderzoek verricht van de anus, het anale kanaal en het begin van de endeldarm. De arts zal het onderzoek doen in een voor de patiŽnt onelegante houding, namelijk de knie/elleboogsligging of linker zijligging. Daarbij kijkt hij naar de omgeving van de anus en de anus zelf en voert ook nog met de vinger een inwendig onderzoek van de anus en het aansluitende deel van de endeldarm uit.

Zo nodig is aanvullend onderzoek gewenst, bijvoorbeeld een kijkonderzoek van de dikke darm (endoscopie) of een rŲntgenfoto. Dit zal met name vaak worden voorgesteld bij patiŽnten boven de veertig of vijftig jaar, omdat de kans dat andere afwijkingen de oorzaak van de klachten zijn dan groter is. Bij jongere patiŽnten is in het algemeen het onderzoek van de anus en het anale kanaal voldoende. 

De behandelingsmogelijkheden

Een logische behandeling is het terugbrengen van de zwellichamen op hun oorspronkelijk plaats. Het uitzakken is dan verholpen en de aambeien kunnen dan ook geen klachten meer geven. 

Deze  behandelingen gebeuren poliklinisch. U neemt plaats op een speciale onderzoekstafel, waarna er een klein buisje in de anus wordt gebracht. Daar doorheen wordt de behandeling uitgevoerd. Het duurt ongeveer 10 Ė 15 minuten.

Meestal is bij meer dan de helft van de patiŽnten al een goed resultaat te verwachten na de eerste poliklinische behandeling. Soms is een tweede of derde poliklinische behandeling nodig. 

Soms is een acute operatie met ziekenhuisopname wegens aambeien nodig. Bij pijnlijke, volledig uitgezakte en ernstig afgeknelde aambeien (klik op foto onder) kan dit het geval zijn. Bij de operatie wordt de spanning van een deel van de kringspier onderbroken, waardoor de afknelling ophoud te bestaan. In verband met de pijn vindt deze operatie meestal onder verdoving van de onderste lichaamshelft via een prik in de rug of onder algehele anesthesie plaats.   

Verder zijn er een oudere en twee nieuwere operatieve technieken die onder algehele verdoving of onder verdoving door een ruggeprik plaats vinden. Dit betreft:

aaambeidoppler.jpg (88820 bytes) video flash video wmv

banopexiegeniet.jpg (78756 bytes)

In het algemeen kan gesteld worden dat het effect van de operatieve therapie beter en langduriger is dan bij de poliklinische behandelingen. De operatieve behandelingen zijn echter ingrijpender qua pijn en mogelijk bloedverlies na de ingreep, waarbij de nieuwere technieken weer minder pijnlijk zijn dan de oude.

Afbeeldingen a en b zijn ontleend aan het Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 2010 23 januari;154(3)

 

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risicoís. Zo is bij de chirurgische behandeling voor aambeien ook de normale kans op complicaties aanwezig die bij een operatie altijd bestaan.

Na de behandeling

Bij de poliklinische behandeling is geen verdoving nodig. Toch kan bij de behandeling met rubberbandjes, inspuiting of infrarood een onaangenaam en pijnlijk gevoel optreden gedurende twee tot drie dagen. De ernst van de klachten hangt af van de grootte van het behandelde oppervlak. Bij pijn kunt u pijnstillers zoals paracetamol gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek of drogist. Ook een warm zitbad kan de pijn verlichten.  

Na de chirurgische behandeling in het ziekenhuis is het verstandig het anaal gebied goed schoon te houden, met name na de stoelgang, maar ook tussendoor. Twee keer per dag is meestal voldoende. Met de douche kunt u het gebied gemakkelijk schoon spoelen.  

Na een poliklinische behandeling kunt u meestal binnen ťťn of twee dagen de werkzaamheden weer hervatten. Na een opname en behandeling onder narcose moet u rekening houden met een langer verzuim. 

Na de aambeienbehandeling zal de stoelgang zacht gehouden moeten worden. Meestal krijgt u daarvoor een recept voor medicijnen mee naar huis. Om te voorkomen dat opnieuw klachten optreden is het verstandig zo veel mogelijk bovengenoemde maatregelen en leefregels in acht te nemen. 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vůůr uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree


 

 

FISSURA ANI

(Kloofje in de anus)

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over een kloofje in de anus en de behandelingsmogelijkheden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Een kloofje in de anus

Een fissuur is een kloofje; een fissura ani is een pijnlijk kloofje in de anus. Het verloopt in de lengterichting en is gelokaliseerd in de middellijn aan de voor- of achterkant van de anus. Een kloofje in de anus geeft meestal klachten in de vorm van een scherpe pijn tijdens of na de stoelgang, vaak met wat bloedverlies. 

Waarom het kloofje ontstaat en waarom juist op bepaalde voorkeursplaatsen in de anus, is nog niet precies duidelijk. Mogelijk heeft het te maken met een verhoogde spanning, een soort kramp van een deel van de kringspier en daardoor een verstoorde bloedvoorziening. Onbewust wordt door de pijn en de verhoogde spanning van een deel van de sluitspier de ontlasting opgehouden. Dat heeft tot gevolg dat de ontlasting hard wordt. Bij iedere stoelgang scheurt het kloofje steeds weer open en het blijft op die manier hardnekkig bestaan. 

 

Diagnose en onderzoek

Meestal zijn de klachten zo duidelijk, dat nader onderzoek - behalve het lichamelijk onderzoek - niet nodig is. Bij het lichamelijk onderzoek zal de arts de anus inspecteren en zal hij de anus wat moeten spreiden om het kloofje te kunnen ontdekken. 

De behandelingsmogelijkheden

Meestal reageert een fissura ani op eenvoudige maatregelen. In de eerste plaats zal de stoelgang zacht gehouden moeten worden. Daarvoor is het eten van voldoende plantaardige vezels (zemelen, bruinbrood) en het drinken van veel water (zoín 1Ĺ liter extra per dag) nodig. Om de stoelgang zacht te houden kan de arts u medicijnen voorschrijven, bijvoorbeeld poeders van plantaardige vezels of een drankje. 

Als eerste keuze van behandeling kan een bloedvaatverwijdende zalf worden voorgeschreven, die regelmatig in de anus op het kloofje moet worden aangebracht. Als bijwerking van dit zalfje is bekend dat het hoofdpijn kan geven. Bij het merendeel van de patiŽnten is het lichaam na een of twee dagen gewend aan deze bijwerking en verdwijnt de hoofdpijn weer. Deze behandeling moet ongeveer 3 maanden worden voortgezet alvorens het definitieve resultaat kan worden beoordeeld. 

Wanneer de klachten niet op de eenvoudige maatregelen reageren en het kloofje blijft bestaan kan een operatie verlichting geven. De bedoeling van de operatie, die onder plaatselijke verdoving poliklinisch kan worden uitgevoerd, is de verhoogde spanning in een deel van de sluitspier te verminderen. Dat kan door middel van een laterale interne sfincterotomie (LIS), Daarbij wordt via een klein operatiewondje naast de anus het binnenste deel van de sluitspier aan de zijkant ingeknipt. Het operatiewondje wordt open gelaten om het risico van infectie zo klein mogelijk te houden. 

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risicoís. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties van een operatie aanwezig . 

De ingrepen vinden plaats in een bloedvatrijk gebied (de anus). Daarom kan na de behandeling wat bloedverlies optreden.  

Bij deze ingrepen wordt geopereerd om de verhoogde spanning in een deel van de sluitspier te verminderen. De vraag doet zich daarom voor of dit gevaar op kan leveren voor de continentie. Onder continentie van de anus verstaan we het vermogen om de passage van lucht (winden), vocht (slijm, diarree) en ontlasting onder controle te houden. In het begin kan er zeker enig verlies van controle van de sluitspier zijn, met name op winden, maar mogelijk ook op vocht. Dat wil zeggen, dat wanneer u een windje of wat vocht voelt aankomen, u de kringspier bewust moet aanspannen, terwijl dat voorheen moeiteloos en bijna onbewust ging. U moet dus de continentie wat meer bewust gaan beheersen. Meestal is dit van tijdelijke aard. Helaas kan echter in een klein aantal gevallen enig verlies van deze controle blijvend zijn.  

Na de behandeling

Opvallend is dat de pijnklachten meestal sterk verminderd of zelfs direct verdwenen kunnen zijn. Na de ingreep zal de stoelgang zacht gehouden moeten worden en meestal krijgt u daarvoor een recept voor medicijnen mee naar huis. 

Na de behandeling zal de anus bedekt zijn met een gaasje en ook daarvoor krijgt u meestal  een recept mee. Bij pijn kunt u pijnstillers zoals paracetamol gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek of drogist. Ook een warm zitbad kan de pijn tijdelijk verlichten. 

Het is verstandig het anaal gebied goed schoon te houden, met name na de stoelgang, maar ook tussendoor. Twee keer per dag is meestal voldoende. Met de douche kunt u het gebied gemakkelijk schoon spoelen.  

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vůůr uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

entree


 

isosorbidezalf

 bij fissura ani

WERKZAME STOF

Isosorbidedinitraat.

WERKING

Dit geneesmiddel wordt gebruikt bij chronische fissuren in het anale kanaal. Bij een anale fissuur is er een verhoogde druk van de inwendige sluitspier. De zalf verlaagt deze druk. Hierdoor verbetert de bloedvoorziening in de anus en kan de fissuur beter genezen.

BIJWERKINGEN

Lichte hoofdpijn en duizeligheid gedurende de eerste dagen dat het product wordt gebruikt. Lichte irritatie van de huid rond de anus.

WANNEER NIET GEBRUIKEN

U mag dit geneesmiddel niet gebruiken als U overgevoelig bent voor nitraten of een van de andere bestanddelen van de zalf. Wanneer U al een ander geneesmiddel gebruikt dan een nitraat meldt dit dan aan uw behandelend arts.

ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING

Wanneer uw zwanger bent of borstvoeding geeft, mag U dit geneesmiddel alleen gebruiken in overleg met uw behandelend arts.

GEBRUIKSAANWIJZING

De zalf alleen overdag gebruiken. Direct na opstaan ongeveer 1 gram zalf (=1 vingerkootje bedekt met zalf) aanbrengen in de anus. Dit om de 3 uur herhalen (ca 5 x per dag). Laatste keer aanbrengen direct voor het slapen gaan. Draag eventueel plastic handschoenen bij het aanbrengen van de zalf. Was na het aanbrengen de handen.

LET OP

Als er een overgevoeligheidsreactie optreedt (jeuk - d.w.z duidelijke verergering v.d. jeuk -, roodheid, zwelling of huiduitslag) moet U het gebruik staken.

Niet langer gebruiken dan door de arts is voorgeschreven.

BEWAREN

Sluit de tube na gebruik goed af, dit voorkomt uitdrogen en bederf. Bewaar de zalf bij kamertemperatuur. De zalf niet meer gebruiken na de op de tube aangegeven houdbaarheidsdatum.

entree


 

 

PERI-ANALE FISTEL

(Fistel bij de anus)

 

 

 

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over een fistel bij de anus en de meest gebruikelijke behandeling. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. 

Een fistula bij de anus.

Een fistel bij de anus (peri-anale fistel of fistula ani) is een verbinding tussen de endeldarm en de huid, meestal als een overblijfsel van een ontsteking in een anaalkliertje. Zoín ontsteking kan zich uitbreiden in de sluitspier van de anus en vervolgens naar de huid. Wanneer de ontsteking door de huid heen breekt, kan er later een fistel overblijven. De fistel loopt daardoor bijna altijd door het onderste deel van de sluitspier van de anus. De fistelgang kan een rechtstreeks verloop hebben naar de endeldarm, maar kan ook heel ingewikkeld verlopen (bijvoorbeeld kronkelig, eventueel met vertakkingen, of hogerop door de sluitspier). Met de plaats van de uitwendige opening is dus niet altijd de plaats van de inwendige opening direct te vinden. 

Waarom deze aandoening bij de ene mens wel en bij de ander niet voorkomt, is niet bekend. Het komt dus niet door gebrekkige hygiŽne. 

 

 

Klachten

Een fistel bij de anus veroorzaakt meestal verontreiniging: regelmatig komt er vuil of vocht uit. Ook kan er af en toe weer een abcesje ontstaan, dat zich via de fistel ontlast. 

Diagnose

Meestal zijn de klachten en de bevindingen bij onderzoek duidelijk genoeg om de diagnose te kunnen stellen. Nader onderzoek is dan ook meestal niet nodig.  

De behandeling

Er is eigenlijk maar ťťn afdoende behandeling en dat is een operatie. Daarvoor moet u kortdurend in het ziekenhuis worden opgenomen, maar bij eenvoudige fistels kan het ook in dagbehandeling. De anesthesist zal met u bespreken of de operatie onder verdoving met behulp van een prik in de rug of onder algehele anesthesie (narcose) kan plaatsvinden. De operatie duurt meestal drie kwartier tot een uur.

Bij de operatie stelt de arts het verloop van de fistelgang vast en legt de fistelgang helemaal open. Wanneer de fistel door het onderste deel van de sluitspier van de anus verloopt - en dat is doorgaans het geval - wordt ook dit deel van de sluitspier doorgenomen en opengelegd. Er blijft echter genoeg sluitspierweefsel over om incontinentie te voorkomen. De operatiewond wordt opengelaten en geneest spontaan in de loop van een paar weken. Bij ingewikkelde fistels kan een ander soort operatie nodig zijn. Is dat bij u het geval, dan bespreekt de arts die procedure met u.  

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risicoís. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig.

Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk:

Na de behandeling

Omdat de wond wordt opengelaten zult u na de operatie zeker wat ongemak en pijn hebben. Bij pijn is het innemen van een eenvoudige pijnstiller (Paracetamol) meestal voldoende. Dit is te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de operatie al vast deze pijnstillers in huis te hebben.

Na de operatie zal de ontlasting zacht gehouden moeten worden. Meestal krijgt u daarvoor een recept voor poeders of een drankje mee naar huis.  

Het wondgebied zal bij de anus bedekt worden  met een gaasje en meestal krijgt u ook hiervoor een recept mee naar huis.  

Het ontslag

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. Wanneer speciale thuishulp (gezinszorg of wijkverpleging) nodig is, wordt die vanuit het ziekenhuis geregeld.  

De verzorging thuis

Het wondgebied moet regelmatig met de douche worden schoongespoeld, met name na de stoelgang, maar ook tussendoor. Twee ŗ drie keer per dag is doorgaans voldoende. Ook kunt u een zitbadje nemen met wat zout of zeep.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vůůr uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

 

entree


 

SINUS PILONIDALIS

(Haarnestcyste)

beeldverslag

 

 

Inleiding

Deze folder geeft u informatie over een haarnestcyste en de behandelingsmogelijkheden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.

Een haarnestcyste

Een haarnestcyste (sinus pilonidalis) is meestal gelegen in de bilspleet. Het is een holte onder de huid, met een open verbinding naar buiten. Deze verbinding is te zien als een klein gaatje of een kleine intrekking in de huid. In de haarnestcyste bevinden zich meestal haren, die door de huid heen geprikt zijn, waarna de open verbinding is ontstaan. Er kan gemakkelijk een ontsteking in de cyste ontstaan. Ook kan de cyste pijn veroorzaken of vocht afscheiden.

Waarom de haarnestcyste bij de ene persoon wel en bij de ander niet ontstaat is niet geheel duidelijk. Boven het veertigste levensjaar komt de aandoening eigenlijk niet meer voor. 

De behandelingsmogelijkheden

De operatie

De operatie kan plaatsvinden onder algehele anesthesie (narcose) wanneer de uitgebreidheid van de aandoening niet van de buitenkant ingeschat kan worden. Bij een kleine haarnestcyste kan geopereerd worden onder verdoving via een ruggeprik of onder plaatselijke verdoving. Meestal wordt de ingreep in dagbehandeling uitgevoerd, soms is een opname van enkele dagen in het ziekenhuis verstandiger.

Bij de operatie wordt de haarnestcyste verwijderd. De operatie duurt ongeveer een half uur tot drie kwartier. Afhankelijk van de uitgebreidheid van de aandoening en de mate van ontsteking zal worden besloten hoe de operatiewond wordt verzorgd. Deze kan opengelaten worden of soms geheel of gedeeltelijk worden gesloten. 

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risicoís. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloe≠ding of wondinfectie. 

Omdat de wond vaak wordt opengelaten, kan die wat bloederig nalekken. Bij een flinke nabloeding moet u contact opnemen met het ziekenhuis.

Als de wond wordt opengelaten komen wondinfecties niet of nauwelijks voor. Wel kan de wondgenezing dan traag verlopen door de vorming van 'wild vlees' (hypergranulatie). 

Na de operatie

Vanwege de plaats van de wond kunt u de eerste dagen na de operatie problemen verwachten, zoals pijnklachten, vooral bij zitten en op de rug liggen. Milde pijnstillers (bijvoorbeeld Paracetamol) kunnen de pijn verlichten. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben. 

De nabehandeling

Vanaf de dag na de operatie mag u de wond twee maal per dag onder de douche uitspoelen, waarna u de wond met een gaasje kunt droogdeppen. Vervolgens bedekt u de wond met een verband. De verpleegkundige zal u instrueren hoe u dit het beste zelf kunt doen.

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een recept voor de aanschaf van verbandmiddelen. 

Ontslag

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. Wanneer speciale thuishulp (gezinszorg of wijkverpleging) nodig is, wordt die vanuit het ziekenhuis geregeld. 

Verzorging thuis

Het is belangrijk om in het vervolg het gebied te ontharen en te zorgen voor een extra hygiŽne. Hiermee kunt u herhaling van de aandoening voorkomen. 

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.

Bij dringende vragen of problemen vůůr uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Tot slot

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.

 

laatst bijgewerkt 25-09-11

entree