(Haemorrhoïden)
Deze
folder geeft u informatie over de behandeling van aambeien. Het is goed u te
realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Aambeien
(haemorroïden) zijn uitgezakte
zwellichamen / kussentjes nabij de anus. Een zwellichaam is een sponsachtig
netwerk van bloedvaatjes, bedekt door slijmvlies binnen de sluitspier van de
anus. Aambeien bevinden zich aan de binnenkant van de anus en wanneer de zwellichamen tegen elkaar
aanliggen, sluiten ze de anus lekdicht af.
Wanneer er veel druk op de zwellichamen komt te staan kunnen ze uitrekken, daardoor uitzakken en zelfs naar buiten puilen. Dat kan aanleiding geven tot een ongemakkelijk of pijnlijk gevoel. Daarbij kan het bloed in de zwellichamen gestuwd raken, waardoor aambeien makkelijk bloeden. Ook kan er zich een bloedstolsel vormen in adertjes in de huid rond de anus. Dat is uitwendig voelbaar en pijnlijk. Het wordt een getromboseerd haemorrhoïd genoemd.
Vooral
een gebrek aan voedingsvezels in ons eten, waardoor de ontlasting te ingedikt en
droog wordt, zorgt voor drukverhoging op de zwellichamen tijdens de stoelgang.
Ook veel zitten, onvoldoende lichaamsbeweging en een te hoog lichaamsgewicht
kunnen daartoe bijdragen.
Klachten kunnen worden voorkomen door de stoelgang zacht te houden en te reguleren, waardoor u minder hoeft te persen. Daarvoor is het eten van voldoende voedingsvezels (zemelen, bruinbrood, etc.) en het drinken van veel water (1½ - 2 liter per dag) nodig. Ook regulering van het toiletbezoek is van belang. Zo moet u bij aandrang het toiletbezoek niet te lang uitstellen. Wanneer u probeert er een zekere regelmaat in te brengen, voorkomt u dat u op ongelegen momenten de ontlasting te lang moet ophouden.
Zorg
verder voor wat meer beweging en probeer zo nodig wat af te vallen.
De
meeste patiënten met aambeienklachten hebben baat bij deze maatregelen en
leefregels. Wanneer desondanks de klachten toch voortduren, is verdere behandeling nodig.
De klachten die aambeien kunnen geven, kunnen ook voorkomen bij andere afwijkingen van de endeldarm of de anus. Daarom wordt er onderzoek verricht van de anus, het anale kanaal en het begin van de endeldarm. De arts zal het onderzoek doen in een voor de patiënt onelegante houding, namelijk de knie/elleboogsligging of linker zijligging. Daarbij kijkt hij naar de omgeving van de anus en de anus zelf en voert ook nog met de vinger een inwendig onderzoek van de anus en het aansluitende deel van de endeldarm uit.
Zo
nodig is aanvullend onderzoek gewenst, bijvoorbeeld een kijkonderzoek van de
dikke darm (endoscopie) of een röntgenfoto. Dit zal met name vaak worden
voorgesteld bij patiënten boven de veertig of vijftig jaar, omdat de
kans dat andere afwijkingen de oorzaak van de klachten zijn dan groter is. Bij
jongere patiënten is in het algemeen het onderzoek van de anus en het anale
kanaal voldoende.
Een
logische behandeling is het terugbrengen van de zwellichamen op hun
oorspronkelijk plaats. Het uitzakken is dan verholpen en de aambeien kunnen dan
ook geen klachten meer geven.
Het
uitgezakte en dus overtollige slijmvlies kan met behulp van rubberbandje worden
afgebonden. Het overtollige slijmvlies sterft binnen zeven tot tien dagen af en
verlaat tijdens de stoelgang met het rubber bandje het lichaam.
Ook
kan het uitgerekte zwellichaam weer aan de onderlaag vast verkleefd raken door
het inspuiten van een irriterende vloeistof onder het slijmvlies.
Een
derde behandelingsmogelijkheid is het dichtschroeien van de adertjes op het
(ongevoelige) slijmvlies met infrarood licht.
Ook kunnen combinaties van de genoemde behandelingen worden uitgevoerd.
Deze behandelingen gebeuren poliklinisch. U neemt plaats op een speciale onderzoekstafel, waarna er een klein buisje in de anus wordt gebracht. Daar doorheen wordt de behandeling uitgevoerd. Het duurt ongeveer 10 – 15 minuten.
Meestal
is bij meer dan de helft van de patiënten al een goed resultaat te verwachten
na de eerste poliklinische behandeling. Soms is een tweede of derde poliklinische
behandeling nodig.
Soms
is een acute operatie met ziekenhuisopname wegens aambeien nodig. Bij pijnlijke, volledig uitgezakte en ernstig afgeknelde aambeien (klik
op foto onder) kan dit het geval zijn. Bij de operatie wordt de spanning van een deel van de
kringspier onderbroken, waardoor de afknelling ophoud te bestaan. In verband met
de pijn vindt deze operatie meestal onder verdoving van de onderste
lichaamshelft via een prik in de rug of onder algehele anesthesie plaats.
Verder zijn er een oudere en twee nieuwere operatieve technieken die onder algehele verdoving of onder verdoving door een ruggeprik plaats vinden. Dit betreft:
operatief verwijderen van het overtollige slijmvlies/de aambei(en)
afsluiten van de slagaderen die de aambei voeden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een speciaal apparaat (doppler) waarmee via een buisje dat in de anus wordt ingebracht de voedende slagaderen worden opgezocht en afgebonden met hechtingen. Door de hechtingen kunnen ook de uitzakkende aambeien naar binnen worden getrokken.
door met een speciaal circulair nietapparaat een ring slijmvliesweefsel van ongeveer een cm te verwijderen ontstaat hetzelfde effect.
In het algemeen kan gesteld worden dat het effect van de operatieve therapie beter en langduriger is dan bij de poliklinische behandelingen. De operatieve behandelingen zijn echter ingrijpender qua pijn en mogelijk bloedverlies na de ingreep, waarbij de nieuwere technieken weer minder pijnlijk zijn dan de oude.
Afbeeldingen a en b zijn ontleend aan het Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 2010 23 januari;154(3)
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Zo is bij de chirurgische behandeling voor aambeien ook de normale kans op complicaties aanwezig die bij een operatie altijd bestaan.
Een nabloeding kan nog wel eens optreden in dit bloedvatrijke gebied. Indien u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moet u dit vóór de behandeling aan de arts melden. Deze medicijnen geven namelijk een verhoogd risico op nabloedingen en zullen derhalve tijdelijk gestopt dienen te worden in overleg met de arts. Bij de operatieve behandeling met het doppler apparaat en het nietapparaat is nabloeding de meest voorkomende complicatie
Wanneer
een rubberbandje de endeldarm verlaat (het korstje gaat van de wond), kan er ook
wat bloedverlies optreden. Wanneer het bloedverlies meer lijkt dan een kopje
vol, moet u contact opnemen met het ziekenhuis.
Na een chirurgische
behandeling voor aambeien kan er zich een blaasontledigingsstoornis voordoen.
Wanneer u echt niet meer kunt plassen moet u contact met het ziekenhuis opnemen.
Ten gevolge van een ontsteking op de behandelingsplaats kan er kortdurend een geringe temperatuurverhoging optreden.
De
brandwondjes die bij de infraroodbehandeling worden gemaakt, kunnen enkele dagen
wat vochtafscheiding veroorzaken.
Het
inknippen van een deel van de sluitspier heeft op het ophouden van de ontlasting
nauwelijks invloed. In het begin kan dat
zeker wat verlies van controle geven van de sluitspier, met name op winden, maar
mogelijk ook op vocht. Meestal is dit van tijdelijke aard. Helaas kan echter in
een klein aantal gevallen enig verlies van deze controle blijvend zijn. Men moet
dan de continentie meer bewust gaan beheersen.
Bij
de poliklinische behandeling is geen verdoving nodig. Toch kan bij de
behandeling met rubberbandjes, inspuiting of infrarood een onaangenaam en
pijnlijk gevoel optreden gedurende twee tot drie dagen. De ernst van de klachten
hangt af van de grootte van het behandelde oppervlak. Bij
pijn kunt u pijnstillers zoals paracetamol gebruiken. Deze zijn te koop bij
apotheek of drogist. Ook een warm zitbad kan de pijn verlichten.
Na
de chirurgische behandeling in het
ziekenhuis is het verstandig het anaal
gebied goed schoon te houden, met name na de stoelgang, maar ook tussendoor.
Twee keer per dag is meestal voldoende. Met de douche kunt u het gebied
gemakkelijk schoon spoelen.
Na
een poliklinische behandeling kunt u meestal binnen één of twee dagen de
werkzaamheden weer hervatten. Na een opname en behandeling onder narcose moet u
rekening houden met een langer verzuim.
Na
de aambeienbehandeling zal de stoelgang zacht gehouden moeten worden. Meestal
krijgt u daarvoor een recept voor medicijnen mee naar huis. Om te voorkomen dat opnieuw
klachten optreden is het verstandig zo veel mogelijk bovengenoemde maatregelen
en leefregels in acht te nemen.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
(Kloofje in de anus)
Deze
folder geeft u informatie over een kloofje in de anus en de
behandelingsmogelijkheden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de
situatie anders kan zijn dan beschreven.
Een
fissuur is een kloofje; een fissura ani is een pijnlijk kloofje in de anus. Het
verloopt in de lengterichting en is gelokaliseerd in de middellijn aan de voor-
of achterkant van de anus. Een kloofje in de anus geeft meestal klachten in de
vorm van een scherpe pijn tijdens of na de stoelgang, vaak met wat bloedverlies.
Waarom
het kloofje ontstaat en waarom juist op bepaalde voorkeursplaatsen in de anus,
is nog niet precies duidelijk. Mogelijk heeft het te maken met een verhoogde
spanning, een soort kramp van een deel van de kringspier en daardoor een
verstoorde bloedvoorziening. Onbewust wordt door de pijn en de verhoogde
spanning van een deel van de sluitspier de ontlasting opgehouden. Dat heeft tot
gevolg dat de ontlasting hard wordt. Bij iedere stoelgang scheurt het kloofje
steeds weer open en het blijft op die manier hardnekkig bestaan.
Diagnose
en onderzoek
Meestal
zijn de klachten zo duidelijk, dat nader onderzoek - behalve het lichamelijk
onderzoek - niet nodig is. Bij het lichamelijk onderzoek zal de arts de anus
inspecteren en zal hij de anus wat moeten spreiden om het kloofje te kunnen
ontdekken.
Meestal
reageert een fissura ani op eenvoudige maatregelen. In de eerste plaats zal de
stoelgang zacht gehouden moeten worden. Daarvoor is het eten van voldoende
plantaardige vezels (zemelen, bruinbrood) en het drinken van veel water (zo’n
1½ liter extra per dag) nodig. Om de stoelgang zacht te houden kan de arts u
medicijnen voorschrijven, bijvoorbeeld poeders van plantaardige vezels of een
drankje.
Als
eerste keuze van behandeling kan een bloedvaatverwijdende zalf worden
voorgeschreven, die regelmatig in de anus op het kloofje moet worden
aangebracht. Als bijwerking van dit zalfje is bekend dat het hoofdpijn kan
geven. Bij het merendeel van de patiënten is het lichaam na een of twee dagen
gewend aan deze bijwerking en verdwijnt de hoofdpijn weer. Deze behandeling moet
ongeveer 3 maanden worden voortgezet alvorens het definitieve resultaat kan
worden beoordeeld.
Wanneer
de klachten niet op de eenvoudige maatregelen reageren en het kloofje blijft
bestaan kan een operatie verlichting geven. De bedoeling van de operatie, die
onder plaatselijke verdoving poliklinisch kan worden uitgevoerd, is de verhoogde
spanning in een deel van de sluitspier te verminderen. Dat kan door middel van
een laterale interne sfincterotomie (LIS), Daarbij wordt via een klein
operatiewondje naast de anus het binnenste deel van de sluitspier aan de zijkant
ingeknipt. Het operatiewondje wordt open gelaten om het risico van infectie zo
klein mogelijk te houden.
Geen
enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale
kans op complicaties van een operatie aanwezig .
De
ingrepen vinden plaats in een bloedvatrijk gebied (de anus). Daarom kan na de
behandeling wat bloedverlies optreden.
Bij
deze ingrepen wordt geopereerd om de verhoogde spanning in een deel van de
sluitspier te verminderen. De vraag doet zich daarom voor of dit gevaar op kan
leveren voor de continentie. Onder continentie van de anus verstaan we het
vermogen om de passage van lucht (winden), vocht (slijm, diarree) en ontlasting
onder controle te houden. In het begin kan er zeker enig verlies van controle
van de sluitspier zijn, met name op winden, maar mogelijk ook op vocht. Dat wil
zeggen, dat wanneer u een windje of wat vocht voelt aankomen, u de kringspier
bewust moet aanspannen, terwijl dat voorheen moeiteloos en bijna onbewust ging.
U moet dus de continentie wat meer bewust gaan beheersen. Meestal is dit van
tijdelijke aard. Helaas kan echter in een klein aantal gevallen enig verlies van
deze controle blijvend zijn.
Opvallend
is dat de pijnklachten meestal sterk verminderd of zelfs direct verdwenen kunnen
zijn. Na de ingreep zal de stoelgang zacht gehouden moeten worden en meestal
krijgt u daarvoor een recept voor medicijnen mee naar huis.
Na
de behandeling zal de anus bedekt zijn met een gaasje en ook daarvoor krijgt u
meestal een recept mee. Bij pijn
kunt u pijnstillers zoals paracetamol gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek
of drogist. Ook een warm zitbad kan de pijn tijdelijk verlichten.
Het
is verstandig het anaal gebied goed schoon te houden, met name na de stoelgang,
maar ook tussendoor. Twee keer per dag is meestal voldoende. Met de douche kunt
u het gebied gemakkelijk schoon spoelen.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
bij fissura ani
Isosorbidedinitraat.
Dit geneesmiddel wordt gebruikt bij chronische fissuren in het anale kanaal. Bij een anale fissuur is er een verhoogde druk van de inwendige sluitspier. De zalf verlaagt deze druk. Hierdoor verbetert de bloedvoorziening in de anus en kan de fissuur beter genezen.
Lichte hoofdpijn en duizeligheid gedurende de eerste dagen dat het product wordt gebruikt. Lichte irritatie van de huid rond de anus.
U mag dit geneesmiddel niet gebruiken als U overgevoelig bent voor nitraten of een van de andere bestanddelen van de zalf. Wanneer U al een ander geneesmiddel gebruikt dan een nitraat meldt dit dan aan uw behandelend arts.
Wanneer uw zwanger bent of borstvoeding geeft, mag U dit geneesmiddel alleen gebruiken in overleg met uw behandelend arts.
De zalf alleen overdag gebruiken. Direct na opstaan ongeveer 1 gram zalf (=1 vingerkootje bedekt met zalf) aanbrengen in de anus. Dit om de 3 uur herhalen (ca 5 x per dag). Laatste keer aanbrengen direct voor het slapen gaan. Draag eventueel plastic handschoenen bij het aanbrengen van de zalf. Was na het aanbrengen de handen.
Als er een overgevoeligheidsreactie optreedt (jeuk - d.w.z duidelijke verergering v.d. jeuk -, roodheid, zwelling of huiduitslag) moet U het gebruik staken.
Niet langer gebruiken dan door de arts is voorgeschreven.
Sluit de tube na gebruik goed af, dit voorkomt uitdrogen en bederf. Bewaar de zalf bij kamertemperatuur. De zalf niet meer gebruiken na de op de tube aangegeven houdbaarheidsdatum.
PERI-ANALE FISTEL
(Fistel bij de anus)
Deze
folder geeft u informatie over een fistel bij de anus en de meest gebruikelijke
behandeling. Het is goed u te realiseren dat
voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Een
fistula bij de anus.
Een
fistel bij de anus (peri-anale fistel of fistula ani) is een verbinding tussen
de endeldarm en de huid, meestal als een overblijfsel van een ontsteking in een
anaalkliertje. Zo’n ontsteking kan zich uitbreiden in de sluitspier van de
anus en vervolgens naar de huid. Wanneer de ontsteking door de huid heen breekt,
kan er later een fistel overblijven. De fistel loopt daardoor bijna altijd door
het onderste deel van de sluitspier van de anus. De fistelgang kan een
rechtstreeks verloop hebben naar de endeldarm, maar kan ook heel ingewikkeld
verlopen (bijvoorbeeld kronkelig, eventueel met vertakkingen, of hogerop door
de sluitspier). Met de plaats van de uitwendige opening is dus niet altijd de
plaats van de inwendige opening direct te vinden.
Waarom
deze aandoening bij de ene mens wel en bij de ander niet voorkomt, is niet
bekend. Het komt dus niet door gebrekkige hygiëne.
Een
fistel bij de anus veroorzaakt meestal verontreiniging: regelmatig komt er vuil
of vocht uit. Ook kan er af en toe weer een abcesje ontstaan, dat zich via de
fistel ontlast.
Meestal
zijn de klachten en de bevindingen bij onderzoek duidelijk genoeg om de diagnose
te kunnen stellen. Nader onderzoek is dan ook meestal niet nodig.
De
behandeling
Er
is eigenlijk maar één afdoende behandeling en dat is een operatie. Daarvoor
moet u kortdurend in het ziekenhuis worden opgenomen, maar bij eenvoudige
fistels kan het ook in dagbehandeling. De anesthesist zal met u bespreken of de
operatie onder verdoving met behulp van een prik in de rug of onder algehele
anesthesie (narcose) kan plaatsvinden. De operatie duurt meestal drie kwartier
tot een uur.
Bij
de operatie stelt de arts het verloop van de fistelgang vast en legt de
fistelgang helemaal open. Wanneer de fistel door het onderste deel van de
sluitspier van de anus verloopt - en dat is doorgaans het geval - wordt ook dit
deel van de sluitspier doorgenomen en opengelegd. Er blijft echter genoeg
sluitspierweefsel over om incontinentie te voorkomen. De operatiewond wordt
opengelaten en geneest spontaan in de loop van een paar weken. Bij ingewikkelde
fistels kan een ander soort operatie nodig zijn. Is dat bij u het geval, dan
bespreekt de arts die procedure met u.
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig.
Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk:
De ingreep vindt plaats in een bloedvatrijk gebied (de anus), daarom kan na de behandeling wat bloedverlies optreden.
De
kans op wondinfectie is nauwelijks aanwezig, omdat de wond geheel wordt
opengelaten.
Bij
deze ingrepen wordt geopereerd in de nabijheid van of aan een deel van de
sluitspier van de anus. Dit kan tijdelijke of blijvende gevolgen hebben voor
de continentie. Onder continentie van de anus verstaan we het vermogen om
lucht (winden), vocht (slijm, diarree) en ontlasting onder controle te
houden. In het begin kan er zeker enig verlies van controle van de
sluitspier met name op winden, maar mogelijk ook op vocht. Zeker omdat de
wonden open zijn. Dit betekent dat wanneer men een windje of wat vocht voelt
aankomen, men de sluitspier bewust moet aanspannen, terwijl dat voorheen
moeiteloos en bijna onbewust ging. Men moet dus de continentie meer bewust
gaan beheersen. Meestal is dit van tijdelijke aard. Helaas kan echter in een
klein aantal gevallen het verlies van deze controle blijvend zijn. Vooral
het verlies van wat vocht kan hinderlijk zijn.
Omdat
de wond wordt opengelaten zult u na de operatie zeker wat ongemak en pijn
hebben. Bij pijn is het innemen van een eenvoudige pijnstiller (Paracetamol)
meestal voldoende. Dit is te koop bij
apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de operatie al vast deze
pijnstillers in huis te hebben.
Na
de operatie zal de ontlasting zacht gehouden moeten worden. Meestal krijgt u
daarvoor een recept voor poeders of een drankje mee naar huis.
Het
wondgebied zal bij de anus bedekt worden met
een gaasje en meestal krijgt u ook hiervoor een recept mee naar huis.
Bij
ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. Wanneer
speciale thuishulp (gezinszorg of wijkverpleging) nodig is, wordt die vanuit het
ziekenhuis geregeld.
Het wondgebied moet regelmatig met de douche worden schoongespoeld, met name na de stoelgang, maar ook tussendoor. Twee à drie keer per dag is doorgaans voldoende. Ook kunt u een zitbadje nemen met wat zout of zeep.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
(Haarnestcyste)
Inleiding
Deze folder geeft u informatie over een haarnestcyste en de behandelingsmogelijkheden. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.
Een haarnestcyste (sinus pilonidalis) is meestal gelegen in de bilspleet. Het is een holte onder de huid, met een open verbinding naar buiten. Deze verbinding is te zien als een klein gaatje of een kleine intrekking in de huid. In de haarnestcyste bevinden zich meestal haren, die door de huid heen geprikt zijn, waarna de open verbinding is ontstaan. Er kan gemakkelijk een ontsteking in de cyste ontstaan. Ook kan de cyste pijn veroorzaken of vocht afscheiden.
Waarom
de haarnestcyste bij de ene persoon wel en bij de ander niet ontstaat is niet
geheel duidelijk. Boven het veertigste levensjaar komt de aandoening eigenlijk
niet meer voor.
De behandelingsmogelijkheden
Wanneer de haarnestcyste rustig is en er (nagenoeg) geen klachten zijn, kan veelal met regelmatig ontharen en goede hygiëne het gebied rustig gehouden worden. Het doel van de extra hygiëne is om losse haren weg te spoelen, zodat ze niet in de cyste kunnen komen via de kleine gaatjes.
Bij aanhoudende klachten en bij een ernstige ontsteking kan worden besloten tot een operatie.
De operatie
De operatie kan plaatsvinden onder algehele anesthesie (narcose) wanneer de uitgebreidheid van de aandoening niet van de buitenkant ingeschat kan worden. Bij een kleine haarnestcyste kan geopereerd worden onder verdoving via een ruggeprik of onder plaatselijke verdoving. Meestal wordt de ingreep in dagbehandeling uitgevoerd, soms is een opname van enkele dagen in het ziekenhuis verstandiger.
Bij
de operatie wordt de haarnestcyste verwijderd. De operatie duurt ongeveer een
half uur tot drie kwartier. Afhankelijk van de uitgebreidheid van de aandoening
en de mate van ontsteking zal worden besloten hoe de operatiewond wordt
verzorgd. Deze kan opengelaten worden of soms geheel of gedeeltelijk worden
gesloten.
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding of wondinfectie.
Omdat de wond vaak wordt opengelaten, kan die wat bloederig nalekken. Bij een flinke nabloeding moet u contact opnemen met het ziekenhuis.
Als
de wond wordt opengelaten komen wondinfecties niet of nauwelijks voor. Wel kan
de wondgenezing dan traag verlopen door de vorming van 'wild vlees'
(hypergranulatie).
Vanwege de plaats van de wond
kunt u de eerste dagen na de operatie problemen verwachten, zoals pijnklachten,
vooral bij zitten en op de rug liggen. Milde pijnstillers (bijvoorbeeld
Paracetamol) kunnen de pijn verlichten. Deze
zijn te koop bij apotheek en drogist en het is raadzaam om voor de
ingreep al vast deze pijnstillers in huis te hebben.
Vanaf de dag na de operatie mag u de wond twee maal per dag onder de douche uitspoelen, waarna u de wond met een gaasje kunt droogdeppen. Vervolgens bedekt u de wond met een verband. De verpleegkundige zal u instrueren hoe u dit het beste zelf kunt doen.
Bij
ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een recept voor de aanschaf van
verbandmiddelen.
Bij ontslag krijgt u een
afspraak mee voor de poliklinische controle. Wanneer speciale thuishulp
(gezinszorg of wijkverpleging) nodig is, wordt die vanuit het ziekenhuis
geregeld.
Het
is belangrijk om in het vervolg het gebied te ontharen en te zorgen voor een
extra hygiëne. Hiermee kunt u herhaling van de aandoening voorkomen.
Vragen
Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts.
Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of
onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u.
laatst bijgewerkt 07-03-10